Minder tests op proefdieren, maar dieren lijden wel meer
Foto: belga

In 2015 werden 241.221 proefdieren gebruikt in Vlaamse laboratoria. Dat zijn er zo’n 40.000 minder dan het jaar daarvoor. Dat meldt het Vlaams Departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Wel blijkt dat het percentage dieren dat tijdens die tests ernstig lijdt, gestegen is van 14 naar 20,5 procent.

Dierenwelzijn is sinds de zesde staatshervorming, op 1 juli 2014, een Vlaamse bevoegdheid. Het is slechts het tweede jaar waarvoor er Vlaamse cijfers beschikbaar zijn. Het merendeel van de Vlaamse proefdieren wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Concreet gaat het om fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld naar het zenuwstelsel, of toegepast onderzoek, bijvoorbeeld naar aandoeningen zoals kanker, epilepsie en de ziekte van Alzheimer. De resterende dieren werden gebruikt voor andere zaken, bijvoorbeeld testen voor kwaliteitscontrole, of veiligheids- en toxiciteitstesten.

Muizen (134.554), ratten (20.811) en zebravissen (36.616) werden het meest gebruikt. Ondanks de daling in het aantal proefdieren zijn er in verhouding meer dieren die ernstige pijn lijden tijdens de onderzoeken: 20,5 procent heeft te maken met ‘ernstig ongerief’, 4,7 procent overleeft de tests niet.

Volgens Brigitte Borgmans, woordvoerster van LNE, is het verhoogde cijfer echter te verklaren door de strengere controles op de pijnscores die de laboratoria opgeven. Ze benadrukt ook dat de dieren in 99 procent van de gevallen verdoofd zijn, en dat voor elke test een toelating nodig is van een ethische commissie.

Tests op dieren zijn verboden voor het testen van cosmetica en de ontwikkeling van tabaksproducten.