Het gelijkekansencentrum Unia diende vorig jaar een klacht in tegen de Vlaamse Verdedigings Liga. Maar of Unia de zaak via juridische wegen beslecht krijgt, is onzeker, zegt Jogchum Vrielink, professor discriminatierecht (KU Leuven).

‘Je moet kunnen bewijzen dat de persoon of de groepering in kwestie actief aanzet tot haat en geweld en er moeten aanwijzingen zijn dat de haatboodschap in daden gaat worden omgezet. Al de rest zit in een schemerzone en botst al snel met het recht op vrije meningsuiting', stelt Vrielinck. 

‘Veel websites zijn trouwens nog gortiger dan de Facebookpagina van de VVL en die worden ook niet opgedoekt’, zegt Vrielink. ‘Maar in dit geval is het minstens even belangrijk hoe een samenleving reageert. Dat we collectief gedegouteerd zijn en dat uitschreeuwen, is hoopvol. We leven tenslotte in een maatschappij die de voorbije decennia juist toleranter werd, niet racistischer. Daar spreken we over een beperkte onderstroom.’

Dat die onderstroom minstens 23.300 volgers  heeft, is volgens Vrielink vooral een kwestie van grote zichtbaarheid als gevolg van de digitalisering. ‘Vroeger werden zulke ideeën binnenskamers  besproken. Nu kan dat voor duizenden volgers en vaak anoniem.’

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig