Het Blankenberge van David Dehenauw
Foto: VTM

Elke stad heeft zijn must sees, maar dat zijn vaak niet meteen de plekken waar inwoners zelf het liefst komen. Waar hangen zij graag rond? Voor welke locatie maken ze graag een ommetje? Waar gaan ze heen om hun batterijen op te laden of om zich te laten inspireren? David Dehenauw vertelt wat Blankenberge zo bijzonder maakt voor hem.

Het zicht op de haven

‘Mijn ouders hadden een appartement aan zee waar ik de eerste zes jaar van mijn leven heb doorgebracht: de boten en sloepjes waren een van de eerste dingen die ik dagelijks zag. De haven is een vertrouwd beeld dus het blijft een beetje thuiskomen als ik de masten zie opduiken. Ik ben heel sterk aan het water gebonden, net zoals de rest van ons gezin: mijn vader werkte als loods en mijn broer zat bij de marine.’

Zwemmen in de zee

‘Bij het minste beetje goed weer trokken we naar zee - we hadden daar zoals zoveel inwoners een cabine - en ook nu kan ik enorm genieten van het strand, vooral om in zee te gaan zwemmen. Een dagje strand is ook pas compleet met het eten van een vanille-ijsje of boule de Berlin. Een gewoonte die zijn oorsprong vindt in Blankenberge, maar later ook door andere kustgemeenten werd geadopteerd. Het smaakt nog evenveel naar vroeger.’

De geluiden van de Uitkerkse Polder

‘In het poldergebied, dat begint net achter de duinen, daar kom ik tot rust. Ik probeer twee keer per de week te gaan lopen, bij voorkeur ’s ochtends na mijn radioweerbericht. Altijd zonder muziek, ik geniet van de geluiden van de natuur, van de kwakende kikkers en talrijke vogels. Het is een Europees beschermd natuurgebied en je komt er weinig auto’s tegen, zeker ’s ochtends. Het gebied wordt doorkruist door de Blankenbergste Vaart, weer dat element van water. Daar zijn zorgt voor een frisse kop, vaak vind ik tijdens het lopen oplossingen voor problemen.’

Lopen over het water

‘De kop van het Oosterstaketsel biedt een prachtig, ongeremd uitzicht op zee, net zoals de Pier aan de andere kant van de dijk. Die laatste werd recent grondig gerenoveerd en ziet er heel mooi uit, maar ik heb er ook een speciale band mee omdat ik de expo Storms binnenin mee heb helpen opzetten. Die is intussen aan zijn vierde jaar toe en heeft al meer dan 200.000 bezoekers over de vloer gekregen. Op het staketsel spring ik vaak binnen bij de brasserie, waar ik als kind ook al kwam.’

Het Belle Epoquemuseum

‘Het is niet een van de plekken waar ik vaak kom, maar zeker wel een troef van Blankenberge die je bezocht moet hebben. Het Belle Epoquemuseum is samen met enkele huizen rond de grote kerk een mooi aandenken aan hoe onze kuststad er vroeger heeft uitgezien. In het museum staan ook enkele persoonlijke items van de Hongaarse aartshertog Franz Ferdinand, wiens moord de katalysator was voor de Eerste Wereldoorlog. Hij was destijds een van de bekendste hotelgasten in Blankenberge, toen de elite tijdens de zomermaanden de chique hotels bewoonde.’