Donderdag stemmen de Britten in een referendum over een mogelijke exit uit de Europese Unie. Waarom zijn de Britten zo eurosceptisch? Verdwijnt het Engels als officiële EU-taal bij een Brexit? En wat vindt de Queen ervan?

Wat en waarom?

1. Wat betekent ‘Brexit’?

‘Brexit’ staat voor ‘Britain’ en ‘EXIT’ of ‘uitgang’: het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie. Naar analogie met het vorig jaar vaak gebruikte ‘Grexit’ – waarmee dan weliswaar bedoeld werd dat Griekenland uit de eurozone (en niet noodzakelijk uit de EU) zou gedwongen worden.

Intussen maken de letter-exits furore. In Frankrijk streeft Marine Le Pen naar een Frexit, en in Nederland pleit Geert Wilders voor een Nexit. Van een Bexit is bij ons vooralsnog geen sprake.

2. Waarom houden de Britten een referendum over een Brexit?

Premier David Cameron beloofde tijdens de verkiezingscampagne van 2015 dat hij een referendum over het Britse lidmaatschap van de EU zou houden als hij de verkiezingen zou winnen. Daarmee hoopte hij tegengas te geven aan het groeiende euroscepticisme van een deel van zijn eigen Conservatieve partij en vooral van de UK Independence Party (UKIP).

Maar het euroscepticisme en het idee van een Brexit bestaan al langer. In 2012 was er voor het eerst sprake van een ‘Brixit’. Ook toen voelde Cameron de hete adem van UKIP al in zijn nek, en hij weigerde de Europese begroting goed te keuren.

3. Maar waarom voert Cameron nu dan campagne om toch bij de EU te blijven?

Cameron heeft een bocht van 180 graden gemaakt. Hij heeft het referendum gebruikt als hefboom om een aantal toegevingen af te dwingen bij Europa in verband met het Britse lidmaatschap. Daardoor krijgt het VK een speciale status in de EU – tenminste als er bij het referendum gekozen wordt voor het lidmaatschap. Zijn politieke tegenstanders noemen die toegevingen echter een ‘pyrrusoverwinning’, die in de praktijk weinig zal veranderen.

4. Wat zijn de belangrijkste toegevingen die Cameron heeft verkregen?

• Groot-Brittannië zal nooit toetreden tot de euro. Als een euroland in de problemen komt, zal ook geen Brits geld gebruikt worden om het te redden (indien wel, zal dat terugbetaald worden). Het financiële hart van het UK, de City of London, wordt ook gevrijwaard van de regels die gelden in de eurozone.

• Daarnaast mag Groot-Brittannië een aantal regels in verband met migratie en migranten naast zich neerleggen. Het kindergeld dat het betaalt voor kinderen die niet in Groot-Brittannië wonen, wordt aangepast aan de levensduurte in het land waar ze wonen (wat intussen ook Nederland bijvoorbeeld doet). En economische migranten krijgen niet onmiddellijk alle sociale rechten waarvan de Britten kunnen genieten. Het Europees Hof oordeelde onlangs dat dit kan.

• Last but not least wordt voor het eerst duidelijk erkend dat Groot-Brittannië geen deel uitmaakt van de ‘ever closer union’ met andere EU-lidstaten. Die bepaling wordt opgenomen in een wijziging van het Europees Verdrag.

5. Waarom zijn de Britten zo eurosceptisch?

De Britten zijn altijd koele minnaars van Europa geweest. Ze traden pas in 1973 toe, en in 1975 werd er al een eerste keer een referendum over het lidmaatschap gehouden. Toen beslisten ze te blijven.

Samenwerking met het continent zagen de Britten wel zitten, maar ze wilden en willen absoluut hun soevereiniteit behouden. De nostalgie naar het British Empire en de hoogdagen van het Commonwealth of het Gemenebest leeft nog altijd. Vooral sinds het Verdrag van Maastricht in 1992 leeft het gevoel dat ‘Brussels’ veel te veel in de pap te brokken heeft. De ‘regelneverij’ van Europa verhindert dat ze hun eigen gang kunnen gaan.

Praktisch

6. Welke vraag wordt gesteld bij het referendum?

‘Moet het Verenigd Koninkrijk lid blijven van de Europese Unie of de Europese Unie verlaten?’

Daarop kan niet geantwoord worden met ‘ja’ of ‘nee’, zoals gebruikelijk is bij een referendum. Aanvankelijk zou de vraag luiden: ‘Moet het Verenigd Koninkrijk lid blijven van de Europese Unie?’ Maar de Verkiezingcommissie vond dat daardoor meer mensen geneigd zouden zijn ‘ja’ te antwoorden, omdat mensen nu eenmaal liever ergens mee instemmen dan er niet mee instemmen. De Britten hebben volgende donderdag dus de keuze tussen ‘leave’ of ‘remain’.

Het ‘kamp’ dat de meerderheid behaalt, wint. Vijftig procent plus één stem zijn voldoende. Er is geen minimumopkomst vereist.

7. Wanneer is de uitslag bekend?

Het referendum vindt plaats op 23 juni 2016. De kiesbureaus zijn open van 7 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds (23 uur onze tijd). Dan moeten de eerste exit-polls een indicatie kunnen geven. Als remain en leave ongeveer even sterk blijken te zijn, zal het wachten zijn op de exacte resultaten tot de volgende ochtend.

8. Is het referendum bindend?

In theorie niet: het Britse Lagerhuis moet de knoop doorhakken. Maar de uitslag van het referendum negeren, zou politieke zelfmoord betekenen. In de praktijk is het dus wel bindend.

9. Wie mag er stemmen?

Alle Britse, Ierse en Commonwealth-burgers die 18 jaar of ouder zijn, en die in het Verenigd Koninkrijk of in Gibraltar wonen, mogen stemmen. Dat betekent dat, behalve de Engelsen, de Schotten, de Welsh-men en de (Noord-)Ieren, bijvoorbeeld ook alle Indiërs en Pakistani’s, Australiërs en Canadezen, Kenianen en Oegandezen... die in het VK wonen, mee mogen beslissen. In totaal wonen er in het VK zo’n 3,4 miljoen mensen die geboren zijn in een Gemenebestland of in Ierland.

10. Mag een Belg die in het VK woont ook stemmen?

Neen. Burgers uit andere EU-landen die in het Verenigd Koninkrijk wonen, mogen niét stemmen – ook niet als ze er al decennialang wonen en belastingen betalen. Volgens ramingen zijn dat er rond de 3 miljoen.

Uitzonderingen zijn de Ieren, Cyprioten en Maltezen – Cyprus en Malta maken namelijk samen met bijna vijftig andere landen deel uit van het Commonwealth of het Gemenebest.

11. En een Brit die in België of een ander EU-land woont?

Of Britten die op het vasteland wonen mogen stemmen, hangt af van hoe lang ze er al wonen. Wie de voorbije 15 jaar nog ingeschreven was op een kieslijst in het VK, mag wel zijn stem uitbrengen. De anderen niet. Volgens ramingen van het Britse Bureau voor de Statistiek wonen er ongeveer 1,8 miljoen Britten in Europa.

Telt u de aantallen uit de vorige en deze vraag op, dan blijkt dat daarmee tot 4,5 miljoen mensen uitgesloten zijn van de stemming. Mensen die wel wat te verliezen kunnen hebben bij een Brexit, en die dus waarschijnlijk hoofdzakelijk ‘remain’ zouden stemmen.

Voor- en tegenstanders

12. Wat zeggen de peilingen?

Volgens de peilingen houden ‘leave’ en ‘remain’ elkaar ongeveer in evenwicht, hoewel ‘leave’ de jongste dagen de bovenhand lijkt te halen. Maar bij de verkiezingen vorig jaar zaten de peilingen er compleet naast. Ook bij het Schotse referendum over onafhankelijkheid waren de peilingen kantje-boord, maar haalde ‘tegen’ het toch met 55 procent van de stemmen.

13. Wat vinden de politieke partijen ervan?

De Conservatieve Partij is diep verdeeld. Premier David Cameron en zestien van zijn ministers steunen ‘Remain’, maar vooraanstaande Tories zoals de Londense ex-burgemeester Boris Johnson en minister van Justitie Michael Gove voeren actief campagne voor ‘Leave’’. Ook ongeveer de helft van de Britse parlementsleden en vijf ministers steunen de Brexit.

Labour wil lid van de EU blijven, vanuit het standpunt dat een Brexit vooral de kleine man en vrouw zou treffen. Toch steunen enkele Labourleden van het Lagerhuis officieel de Leave-campagne. De voorbije weken groeide er onrust in de Labourgelederen dat hun kiezers niet voldoende op de hoogte zijn van het partijstandpunt, en tégen Cameron en dus voor een Brexit zullen stemmen. Sommige Labourleden vrezen ook dat ze door het officiële partijstandpunt kiezers zullen verliezen aan het eurosceptische UKIP van Nigel Farage.

De LibDems (liberaal-democraten), de groenen en de Schotse SNP zijn tegen een Brexit.

UKIP, dat bij de jongste verkiezingen 13 procent haalde, is virulent voor een Brexit.

14. Welk standpunt verdedigen de vakbonden?

Surprise: ook zij zijn verdeeld. De grote vakbonden – Unite met 1,4 miljoen leden, de vakbond van de publieke sector Unison met 1,3 miljoen leden en GMB met 640.000 leden – zijn gekant tegen de Brexit. Ook al zitten ze met dat standpunt in het kamp van David Cameron, van wie ze absoluut niets te verwachten hebben. Juist daarom beseffen ze maar al te goed dat de gewone werknemer veel van zijn sociale voordelen kan verliezen bij een Brexit.

Toch zijn er ook hier dissidenten. De militante transportbond RMT riep zijn 80.000 leden op om toch maar ‘leave’ te stemmen. Het keiharde bezuinigingsbeleid dat Griekenland opgedrongen werd door de EU, en angst voor de globalisering en het Amerikaans-Europese handelsverdrag TTIP wegen voor RMT zwaarder door. Zij vinden de EU vooral een clubje van rijke stinkerds dat niks doet voor de gewone mens.

15. En het bedrijfsleven?

De meeste grote bedrijven willen in de EU blijven: zij zijn bang dat ze veel van hun bewegingsvrijheid zullen verliezen als ze geen deel meer uitmaken van de Unie. Kmo’s hopen dan weer dat ze bij een Brexit verlost zullen worden van de soms zwaar wegende Europese regels en voorschriften.

16. Wie zitten er achter ‘Vote Leave’ en ‘Britain stronger in Europe’?

‘Vote Leave’ en ‘Britain stronger in Europe’ zijn als ‘leidende’ campagnes aangeduid door de Britse Verkiezingscommissie. Zij krijgen tot 600.000 pond (750.000 euro) subsidies, en mogen hoogstens 7 miljoen pond (8,8 miljoen euro) uitgeven, en krijgen faciliteiten zoals tv-uitzendingen, toegang tot bepaalde publieke ruimtes enz.

Britain Stronger in Europe wordt geleid door de vroegere topman van de keten Marks & Spencer, Lord Rose. De belangrijkste geldschieter is Lord Sainsbury van de gelijknamige supermarktketen. De campagne wordt gesteund door de politici die tegen de Brexit gekant zijn.

Kopstukken van Vote Leave zijn Boris Johnson en Michael Gove. Nigel Farage van UKIP steunt Vote Leave niet, hij voert zijn eigen campagne.

17. Wat vindt the Queen ervan?

Privé allicht heel veel, maar officieel niets. Zij moet politiek neutraal zijn.

The Sun schreef desondanks een poos geleden dat zij zich in kleine kring voor een Brexit uitgesproken zou hebben, maar dat ontkende Buckingham Palace onmiddellijk.

The Guardian meldde dan weer dat de koninklijke familie zo tegen de Brexit gekant is, dat ze zich wel wilde uitspreken en zelfs bereid was zo een constitutionele crisis te riskeren. Boegbeeld van het koninklijke initiatief zou de ‘notoire eurofiel’ prins Phillip worden, de echtgenoot van de koningin. Maar dat artikel stond online op 1 april.

Argumenten

18. Waarom willen de ’Brexiteers’ weg uit de EU?

Zij vinden dat Groot-Brittannië alleen maar nadeel heeft bij de EU, omdat zij het VK te veel regels oplegt. Bovendien kost de EU de Britten handenvol geld, en krijgen ze daar maar heel weinig voor terug. De Europese subsidies die bijvoorbeeld de landbouw krijgt, zullen weliswaar wegvallen bij een Brexit, maar dat kan ruimschoots gecompenseerd worden met het geld dat niet meer aan de EU betaald moet worden.

Een bijzonder gevoelig thema is de migratie. Door het vrij verkeer binnen de EU, wordt het Verenigd Koninkrijk volgens de Brixeteers overspoeld door migranten van binnen de EU, die jobs van de Britten komen wegpikken en, vooral, uitkeringen komen opstrijken waarop ze eigenlijk geen recht hebben.

Ook het argument van de Britse soevereiniteit spelen de tegenstanders van het EU-lidmaatschap graag uit. De EU streeft naar een ‘ever closer union’. En voor een ‘Verenigde Staten van Europa’ huivert elke rechtgeaarde Brit.

19. En waarom willen de tegenstanders van een Brexit lid blijven?

Volgens hen is Groot-Brittannië zowel economisch als politiek sterker binnen de EU dan erbuiten. Volgens hun berekeningen krijgen de Britten veel terug van de EU voor wat ze erin investeren. Lidmaatschap garandeert vrije toegang tot de hele EU. Als de Britten binnen de EU blijven, kunnen ze bovendien mee bepalen welke regels en voorschriften die uitvaardigt – en daaraan moeten ze toch voldoen als ze hun producten in de EU willen blijven verkopen. Een Brexit zou bovendien nefast zijn voor de City, die nu het belangrijkste financiële centrum van de EU is. Veel financiële instellingen zouden bij een Brexit immers uitwijken naar Frankfurt of, godbetert, zelfs Parijs. De Brexit zou zo’n schok en zoveel onzekerheid creëren dat Groot-Brittannië in een recessie dreigt te verzeilen.

Ook geopolitiek weegt het Verenigd Koninkrijk zwaarder als het deel uitmaakt van een groot blok van landen.

Zelfs de vrijheid van personenverkeer en dus de migratie zijn volgens het remain-kamp pluspunten: de EU-migranten die in Groot-Brittannië komen werken, dragen bij tot de economische groei én de sociale zekerheid.

Gevolgen

20. Vliegen de Britten onmiddellijk uit de EU als ze voor een Brexit stemmen?

Neen. Artikel 50 van het Verdrag van Lissabon voorziet in een overgangsperiode van twee jaar wanneer een lidstaat uit de EU wil stappen. In die periode moet worden onderhandeld over de voorwaarden van het vertrek en de toekomstige relaties. Groot-Brittannië blijft dan ook deelnemen aan de besluitvorming. Die twee jaar kunnen ook bij unanimiteit verlengd worden.

21. Hoe zal de relatie tussen Groot-Brittannië en de EU er uit zien na een Brexit?

Dat hangt af van de onderhandelingen in de overgangsperiode. Mogelijk zal het Verenigd Koninkrijk zich dan tot de EU verhouden zoals Noorwegen of Zwitserland. Daarvoor moet het zich aansluiten bij de Europese Vrijhandelsassociatie, zoals Noorwegen, Zwitserland, IJsland en Liechtenstein. Het kan zich ook aansluiten bij de Europese Economische Ruimte, wat volledige toegang biedt tot de interne EU-markt. Maar de EER voorziet ook in vrijheid van personenverkeer – wat het ‘migratieprobleem’ van de Brixeteers niet oplost. Zwitserland is wel lid van de EVA, maar niet van de EER. Over zaken zoals het personenverkeer moeten dan aparte verdragen gesloten worden.

Als de Britten geen lid worden van de EVA en de EER, valt de handel met de EU onder de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), zoals dat ook voor de Verenigde Staten het geval is. Maar dan krijgt het VK af te rekenen met handelsbelemmeringen en importtarieven.

Een derde mogelijkheid is dat er een apart ‘Brits’ model wordt onderhandeld, naast het Zwitserse en het Noorse.

22. Zullen de Britten beter of slechter af zijn na een Brexit?

Niemand die het weet. Veel hangt af van de onderhandelingen.

Maar internationale organisaties zoals het IMF en de ‘rijkelandenclub’ Oeso zien alvast geen voordelen aan een Brexit. Het IMF waarschuwt voor een economische recessie en een crash op de aandelenbeurs en de huizenmarkt. De Oeso stelt dat een Brexit de economische groei sterk zou vertragen, wat de facto betekent dat de Britten een soort extra belasting zullen betalen. Die kan voor de gemiddelde Brit oplopen tot de inlevering van een maandloon op vier jaar tijd, en het effect zal zich laten voelen tot in 2030.

Beide studies werden op boe-geroep onthaald door de leave-campagne, die er manipulatie door de Britse regering achter ziet.

23. Wat gebeurt er met de Britse leden van het Europees Parlement en de Britse ambtenaren bij de EU na een pro-Brexit-uitslag?

Ook hierover kan alleen gespeculeerd worden: de EU zegt dat er geen ‘plan B’ klaarligt voor het geval de Britten er uit stappen. Dat betekent veel nagelbijten voor de Britten binnen de Europese instellingen.

De 73 Britse europarlementsleden kunnen mogelijk hun huidige termijn uitdoen, maar zullen zich dan allicht onthouden bij beslissingen over de toekomst van de EU, die geen gevolgen meer hebben voor hun land. Maar waarschijnlijk zullen er ook een aantal zelf onmiddellijk opstappen. Bij de 73 zijn 24 leden van UKIP.

Zenuwslopender wordt het referendum voor de Britse ambtenaren bij de EU – bij de Commissie alleen al werken er zo’n duizend. De ambtenaren in topfuncties – degenen die een directoraat-generaal leiden, bijvoorbeeld – zullen waarschijnlijk niet kunnen aanblijven. De ambtenaren in lagere functies, die via een examen zijn binnengekomen, allicht wel. Maar zij zullen hun carrièremogelijkheden gefnuikt zien.

En dan zijn er nog de talrijke Britten die elders in het EU-universum werken – bij het Europees Parlement, de Europese Raad, maar ook bij de talrijke lobbygroepen rond de EU, bij advocatenkantoren en consultingbureaus, tot de EU-correspondenten van de Britse media. Ook hun toekomst is onzeker. Als ze hun job al kunnen behouden, moeten ze dan een werkvergunning aanvragen als het tot een Brexit komt? Niemand die het weet. Het valt zeker niet uit te sluiten dat er dan een ‘Brexodus’ op gang komt, zoals Politico het noemde. Naar verluidt overwegen steeds meer van hen, die hier al jaren werken, om de Belgische nationaliteit aan te vragen.

24. Zal het Engels verdwijnen als officiële EU-taal bij een Brexit?

Neen. Ook de Ieren spreken Engels, en het Engels is ook een van de twee officiële talen in Malta. Het Engels is bovendien inmiddels zo ingeburgerd als voertaal in de EU, dat de communicatie tussen de 27 overblijvende lidstaten hopeloos zou worden zonder die ‘lingua franca’. De Britse native speakers bij de vertalers en tolken binnen de EU kunnen dus redelijk gerust zijn over hun job.

25. Zal David Cameron een gelukkig man zijn als de Britten volgende week tegen een Brexit stemmen?

Toch niet – hoewel hij zal doen alsof. Zijn Conservatieve partij is zo verdeeld rond het referendum, dat er diepe wonden geslagen zijn. Door de bochten die hij in dit dossier maakte, lijkt zijn politieke lot beslecht. De crisis zal voortwoekeren na een ‘remain’-stem van de Britse bevolking op 23 juni. Zijn aankondiging dat hij het in 2020 voor bekeken houdt als eerste minister, heeft daar misschien toch wel iets mee te maken.

Als de Britten kiezen voor een Brexit, is het waarschijnlijk meteen ‘over and out’ voor Cameron. Dat hij dan aanblijft als premier kan niemand zich voorstellen. Boris Johnson komt dan als grote overwinnaar uit het verhaal, en staat in poleposition om de fakkel van Cameron over te nemen.

26. Maar eeen remain-stem zal toch wel een opsteker zijn voor de EU?

Moreel wel. Maar in de praktijk niet – tenzij het een overtuigende vote of confidence wordt in de EU, en zo ziet het er nu niet naar uit. Bij een nipte uitslag zullen pogingen om de EU politiek verder uit te bouwen en te integreren, op Brits verzet blijven stuiten. Mogelijk komen de Britten over enkele jaren opnieuw aankloppen met eisen om de voorwaarden van hun lidmaatschap aan te passen. En dat zou andere lidstaten, waar het euroscepticisme ook in opmars is, wel eens op ideeën kunnen brengen.