Groene-energiebedrijf Lampiris aan de schandpaal na overname door Total

Een zwarte dag voor groene-energiebelievers

Bye bye Lampiris. De Luikse energieleverancier is gisteren op zijn eigen Facebook-pagina aan de schandpaal genageld door heel wat van zijn klanten. Die voelen zich verraden. Omdat het groene-energiebedrijf bezwijkt voor het geld van een van de groten uit de dirty oil-wereld.

‘Je kiest voor duurzame energie en komt bij een Oliereus terecht! #fail.’ Het was gisteren een van de zeer vele reacties op de sociale media op de verkoop van de Belgische energieleverancier Lampiris aan het Franse olie- en gasconcern Total (DS 15 juni).

Lampiris profileert zich al jaren als de grootste 100 procent groene-energieleverancier van ons land. Wie de website bezoekt, kan er niet naast kijken. Die zit volledig in een groen kleurtje. ‘Beter zorgen voor onszelf en onze planeet’, staat prominent bovenaan op de website. Waar nog aan toegevoegd wordt dat de groene stroom die het bedrijf aanbiedt, integraal op Belgisch grondgebied wordt geproduceerd.

En dan laat dit uithangbord van groene energie in ons land zomaar weten dat het overgenomen wordt door een olieconcern uit Frankrijk. Het kwam als een koude douche voor heel wat klanten, geeft de topman van Lampiris, Tom Van de Cruys, toe.

Hij steekt niet weg totaal verrast te zijn door de vele negatieve reacties op de verkoop van Lampiris. ‘De emoties zijn inderdaad heel heftig. De grote kritiek is dat we onze ziel hebben verkocht aan de duivel. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit niet zo is. We maken deel uit van de veranderende koers bij Total.’

Zonnevliegtuig

Om dat te bewijzen somt Van de Cruys meteen voor de vuist weg enkele grote groene investeringen en broeikasonvriendelijke desinvesteringen op die het Franse olie- en gasconcern de voorbije vijf jaar heeft gedaan.

Van de aankoop van een Amerikaans zonne-energiebedrijf in 2011 waardoor Total in één klap de op één na grootste producent werd van zonne-energiesystemen. Tot zeer recent – in mei 2016 – de overname van de Franse batterijenproducent Saft, waarvoor Total bijna een miljard euro op tafel heeft gelegd. ‘En wie weet dat de zonnepanelen van het zonnevliegtuig dat momenteel bezig is aan een reis rond de wereld, van Total zijn? Dit zijn echte investeringen, geen greenwashing?’ Tegelijk verwijst hij naar de uitstap van Total uit steenkoolontginning.

Conclusie van Van de Cruys: ‘Voor Total is de overname van Lampiris een volgende stap in zijn hernieuwbare energiestrategie. Er is al zoveel duurzaams in Total en daar sluiten wij bij aan.’

Het leidt automatisch naar de vraag of voor zo’n groot olie- en gasconcern als Total dergelijke investeringen niet veel meer zijn dan een laagje groene vernis op een huis dat volledig gebouwd en onderhouden wordt door de inkomsten uit de productie en verkoop van olie- en aardgas.

Groene investeringen

Een graadmeter is hoeveel Total investeert in groene energie en hoeveel in de klassieke olie- en gasactiviteiten. Om te bewijzen dat het gaat voor groene energie kondigde het Franse energieconcern het voorbije jaar aan jaarlijks 500 miljoen dollar uit te trekken voor groene investeringen. Het lijkt op het eerste gezicht een pak geld. Alleen: het totale investeringsbudget bedroeg in 2015 wel tussen de 23 en 24 miljard dollar. En voor 2017 plant het 17 tot 19 miljard dollar te investeren in zijn activiteiten. Waarvan het grootste deel bestemd is om nieuwe olie- en vooral aardgasvelden aan te boren of bestaande uit te breiden.

Is de 150 à 200 miljoen euro die Total voor Lampiris neertelde, dan toch niet veel meer dan een onderdeel van de operatie greenwashing van de olie- en gasgroep? De indruk wekken dat je werk wil maken van de strijd tegen de broeikasgassen terwijl je gewoon verder doet om zo veel mogelijk olie en aardgas te produceren en te verkopen?

Olivier Beys, klimaat- en energie-expert bij de Belgische tak van het Wereldnatuurfonds (WWF), hoedt er zich voor Total af te branden als een greenwasher. Maar dat het Franse energieconcern al de bocht heeft genomen weg van dirty oil, dat vindt hij nogal verregaand. ‘Als ze dit echt menen, staan ze voor veel drastischer beslissingen dan enkele groene-energiebedrijven inpalmen.’

De grote test volgens Beys is of de oliemaatschappijen het gaan aandurven om zwaar te snoeien in de almaar duurdere exploraties en ontginningen om hun olie- en gasproductie op peil te houden en zelfs nog uit te breiden. Voorlopig ziet hij op dat vlak nog geen kentering.

Volgens Beys staat het niettemin in de sterren geschreven.

Omdat er almaar meer twijfels rijzen over het rendement van al die miljarden die de oliesector in de zoektocht naar olie pompt. ‘Grote investeerders zoals pensioenfondsen, vermogensbeheerders en verzekeraars die een deel van hun geld stoppen in aandelen van oliemaatschappijen, beginnen zich meer en meer vragen te stellen over de zin van zulke miljardeninvesteringen.’

Dat heeft veel te maken met de huidige lage olieprijzen, maar ook met de wereldwijde opgang van hernieuwbare energieproductie. Daar komt nog bij dat die veel sneller groeit dan verwacht.

De klimaatconferentie in Parijs van eind vorig jaar heeft bovendien bij velen de ogen geopend. De teneur in Parijs was dat de wijze waarop we op onze planeet energiebronnen gebruiken en verbruiken, aan het kantelen is.

Beys: ’Weet je wat grote investeerders maar ook toplui uit de energiewereld almaar meer schrik aanjaagt? Het Kodak-moment.’ Kodak was decennialang een icoonbedrijf dat synoniem stond voor fotografie. Maar in amper enkele jaren tijd ging het bedrijf ten onder omdat het zich volledig miskeek op de digitale wenteling.

‘De opgang van hernieuwbare energie zou wel eens het Kodak-moment kunnen worden voor de klassieke energieconcerns.’ Beys wijst op het wedervaren van de Duitse energiebedrijven E.on en RWE. Dat zijn niet langer machtige Europese energieconcerns. Omdat ze zich onder meer miskeken hebben op hernieuwbare energie. ‘Om hun vel te redden hebben ze naar het bad bank-scenario moeten grijpen: zwaar verlieslatende elektriciteitsproductie uit klassieke energiebronnen afzonderen in een apart bedrijf.’

De komende jaren wordt het uitkijken hoe de grote oliemaatschappijen omgaan met de kanteling. Beys ziet alvast drie uiteenlopende aanpakken. Sommige oliemaatschappijen kiezen resoluut voor het opkopen van concurrenten. Om zo de kosten te drukken en toch geld te hebben voor de almaar grotere investeringen. Andere opteren voor het krimpscenario waarbij ze activa verkopen om voldoende geld te hebben voor de dividenden van de aandeelhouders. En nog andere trachten werk te maken van de kanteling. Die stoppen geld in hernieuwbare energiebedrijven. Het Franse Total profileert zich momenteel als vaandeldrager van deze derde weg, Strategisch de verstandigste weg, vindt Beys. Maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat het bij Total momenteel blijft bij van twee walletjes tegelijk eten. Enerzijds blijven inzetten op olie en gas, anderzijds zich profileren in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Afhakende klanten

Tom Van de Cruys ziet geen heil in een discours waarin groene energie en de oliesector als vijanden worden afgeschilderd. ‘Je moet de oliebedrijven meekrijgen om de strijd tegen de klimaatopwarming te voeren. En Total geeft daarbij het voorbeeld.’

Voor Lampiris wordt het de komende maanden wel bang afwachten. Hoeveel klanten gaan afhaken? De Luikse energieleverancier heeft momenteel circa 800.000 klanten in België. Topman Tom Van de Cruys maakt zich geen illusies. ‘Er zullen klanten weggaan. We moeten rekening houden met een dipje.’ Maar tegelijk wordt er in het callcenter alles aan gedaan om misnoegde klanten op andere gedachten te brengen, voegt hij eraan toe. ‘We vragen aan iedereen ons enkele maanden de kans te geven om aan te tonen dat we nog meer werk gaan maken van groene energie.’

Aangeboden door onze partners
Tom Van de Cruys:

‘De grote kritiek is dat we onze ziel verkocht hebben aan de duivel. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit niet zo is’

Niet te missen