De Wever speelt met nieuw mandaat als voorzitter
De voorzitter denkt aan verlengingen. Foto: BELGA

Bart De Wever laat de vraag open of hij in 2017 opstapt als voorzitter van de N-VA. ‘Als ik in 2017 het voorzitterschap van de N-VA kan overdragen, dan doe ik dat. Alleen ken ik vandaag de omstandigheden van 2017 nog niet’, zegt hij in Knack.

‘Ik kan u geruststellen: ik ben niet van plan voor eeuwig voorzitter te blijven.’ Twee jaar geleden kreeg Bart De Wever een nieuw mandaat als voorzitter. Dat was eigenlijk niet de afspraak. Het jaar voordien lag het scenario klaar om Ben Weyts in de voorzittersstoel te katapulteren. Maar de verkiezingscampagne en de dubbele regeringsdeelname beslisten anders.

‘We zijn een partij die opnieuw in volle verandering zit. Een partij ook die nu haar programma in beleid moet omzetten. En daarvoor langs verschillende zijden belaagd wordt. Nu hebben we als partij nood aan stabiliteit en continuïteit. We mogen onze talenten niet opbranden vooraleer ze zich kunnen bewijzen,’ verdedigde De Wever zijn vierde mandaat voor drie jaar.

Nu 2017 nadert, begint De Wever opnieuw te twijfelen. ‘Als ik in 2017 het voorzitterschap van de N-VA kan overdragen, dan doe ik dat. Alleen ken ik vandaag de omstandigheden van 2017 nog niet. En net dan begint de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 en de federale verkiezingen van 2019. Ik zal dan beslissen, op basis van de gegevens waarover ik dan beschik en de politieke kaart zoals ik die dan lees’, zegt hij vandaag in een interview met Knack.

Vijfde mandaat?

De Antwerpse burgemeester werd in 2004 voor het eerst voorzitter. Mocht hij in 2017 voorzitter blijven, dan zou dat zijn vijfde mandaat zijn (in 2013 werd zijn derde mandaat uitzonderlijk met een jaar verlengd, red.). Meteen lijkt het voorzitterschap-voor-het-leven een stapje dichterbij te komen. De Vlaams-nationalist lijkt zich van dit gevaar bewust.

‘Ik zal ook nooit de fout maken die ik andere politici heb zien begaan: denken dat het succes van je partij gelijk staat met je eigen rol als politiek boegbeeld. Dat is altijd het begin van het einde. Natuurlijk moet je niet voortijdig vertrekken om vooral niet eeuwig het verwijt te krijgen dat je je aan de macht vastklampt. Maar het is een ijzeren wet dat een politicus die aan de top staat het best beseft dat zijn tijd eigenlijk al voorbij is. Zoals Cicero schreef: “Alles wat zijn hoogtepunt heeft bereikt, heeft de vernietiging van zichzelf al ingezet”’, zegt hij hierover in Knack.

Ongetwijfeld speelt een gebrek aan valabele vervangers een rol bij de beslissing. Heel wat potentiële kandidaten bekleden momenteel een ministersfunctie. De door De Wever zelf in de markt gezette kandidaat, Europarlementslid Sander Loones, blijkt vooralsnog wat bleekjes voor het grote werk. Overigens blijft De Wever het absolute zwaargewicht in om het even welk scenario. In die zin kan een nieuwe voorzitter nooit meer zijn dan een gerant die op de winkel past.