EU wil met Afrikaanse dictators samenwerken
Een Eritrese vluchteling in een Soedanees vluchtelingenkamp. Het dictatoriale regime in Eritrea jaagt duizenden Eritreeërs op de vlucht. Foto: Mohamed Nureldin Abdallah/reuters

Om migratie richting Europa tegen te gaan, heeft de EU vergevorderde plannen om samen te werken met onder meer Eritrea en Soedan. De Europese Commissie hield bij de opmaak zelf rekening met ‘kritiek door ngo’s omdat we ons inlaten met repressieve regeringen inzake migratie’.

‘Deze zomer start in de Hoorn van Afrika het project Beter Beheer van Migratie, ter waarde van 46 miljoen euro, in het kader van het Khartoem-proces. Het project dient als model voor specifieke actie inzake migratie.’ Die paragraaf staat in het 18 pagina’s tellende document dat de ­Europese Commissie dinsdag ­publiceerde over een nieuw partnerschap met derde landen inzake migratie.

Van de acht landen uit de regio die in aanmerking komen voor de verdeling van die 46 miljoen, vallen er twee op vanwege hun kwalijke reputatie: Eritrea en Soedan.

Een onderzoekscommissie van de VN besloot woensdag dat het regime in Eritrea zich al sinds 1991 systematisch schuldig maakt aan misdaden tegen de menselijkheid, waaronder slavernij en foltering (DS 9 juni). Ze drong erop aan dat het Internationaal Strafhof in Den Haag ingeschakeld zou worden.

Datzelfde Strafhof vaardigde in 2009 en 2010 arrestatiebevelen uit tegen de Soedanese president Omar al-Bashir wegens misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide in Darfoer. De EU vaardigde ook sancties uit en stelde onder meer een wapenembargo in.

Maar binnen Europa is de consensus onder de lidstaten de jongste maanden gegroeid dat de migratiestroom via de Middellandse Zee zo veel mogelijk moet worden vertraagd. En dan kan men niet om Eritrea en Soedan heen.

Het dictatoriale regime van de ­Eritrese president Isaias Afewerki zorgt voor een uittocht richting EU: in 2015 vroegen er 47.025 Eritreeërs asiel aan in Europa. En Soedan is een belangrijk transitland voor migranten uit Oost-Afrika die Libië proberen te bereiken om vandaar de Middellandse Zee over te steken.

Om dit te keren heeft Europa weinig andere opties dan te gaan praten met die regimes – hoe verfoeilijk ze ook mogen zijn, valt te horen. Er gingen zware discussies aan vooraf, maar uiteindelijk besloot men dat het beter was om zich in te laten met Eritrea en Soedan dan om die landen te isoleren. In 2014 werd het Khartoem-proces op gang getrokken, genoemd naar de hoofdstad van Soedan.

Camera’s voor Soedan?

In een document dat de Commissie in december 2015 op zijn website publiceerde, staat netjes opgelijst wat het vragenlijstje is van de twee omstreden regeringen in het kader van het project Beter Beheer van Migratie.

Eritrea is geïnteresseerd in steun voor capaciteitsopbouw van het gerecht en voor het identificeren, helpen en beschermen van mensen in nood – lees: migranten.

Het lijstje van Soedan is omvangrijker. ‘Betere infrastructuur aan 17 grensovergangen (computers, camera’s, scanners, servers, auto’s en vliegtuigen)’, staat er, met daarnaast als opmerking van de ­Commissie: ‘In principe ja, maar vliegtuigen weinig waarschijnlijk’

Soedan wil ook aan zijn oostgrens twee opvangcentra voor migranten bouwen in Gadaref en Kassala, mét cellen. ‘Zou later gefinancierd kunnen worden’, luidde de reactie van Brussel.

De Commissie identificeerde in het document vijf grote risico’s van de samenwerking met de Afrikaanse regimes. Het is bijvoorbeeld niet uitgesloten dat ‘slachtoffers van smokkelaars blijvend gecriminaliseerd worden voor illegale migratie, prostitutie en kleine vergrijpen, en niet als slachtoffers behandeld worden’. En dan is er het risico dat ‘de levering van materiaal en het bieden van training aan veiligheidsdiensten en grenswachten afgeleid zal worden voor repressieve doeleinden. Het feit dat we ons engageren met repressieve regeringen inzake migratie (vooral in Eritrea en Soedan) kan kritiek opleveren van ngo’s’, staat er in het document van de Europese Commissie.

Geen geld naar Bashir

De EU-lidstaten bespraken het plan op 23 maart kort. In mei trokken experts van de EU en de lidstaten die willen meedoen naar de regio om een evaluatie te maken. Duitsland is actief betrokken en legt 6 van de 46 miljoen euro op tafel. Ten vroegste eind juni valt een beslissing en zal duidelijk zijn of Eritrea en Soedan er deel van uitmaken.

‘Het project is bedoeld om migranten te helpen en de mensensmokkel in de Hoorn van Afrika tegen te gaan’, zegt een EU-woordvoerder, die opmerkt dat Eritrea en Soedan geen deel uitmaken van de groep waarmee de EU een intens partnerschap inzake migratie wil uitbouwen. ‘En de eventuele uitvoering van het project zal gebeuren door experts van EU-lidstaten, door internationale organisaties en ngo’s. Er zal geen geld gaan naar de overheidsstructuren van de betrokken landen.’