Cultureel kamperen bij Doornik

Ziek in La Petite Fabriek

Een paar dagen ertussenuit in een hoeve die bruist van creativiteit: we hadden er zo naar uitgekeken. Maar hoe zomers en wonderlijk ook de sfeer die de woonwagens in de tuin daar uitademen: in een grijs januariweekend zie je er vanuit je ziekbed geen sterren fonkelen, je hoort het alleen oude wijven regenen.

’T Zit tegen’. Kent u dat nummer van de fenomenale rapper Steven H.? Waarschijnlijk niet, want niet alleen in dat nummer, ook in zijn carrière zit het de West-Vlaming zo tegen dat hij maar niet doorbreekt. Onterecht, want hij bezit de gave precies te verwoorden hoe wij ons voelen. Bijvoorbeeld toen we eindelijk een paar dagjes vrij hadden om eropuit te trekken in eigen land. Betaald door het werk nog wel: we gingen een adresje testen voor deze rubriek. Zat dat even tegen, zeg!

La Petite Fabriek is zo’n plekje waarbij je begint te dromen alleen al als je het verhaal erachter hoort. Een koppel West-Vlamingen dat een vervallen boerderij koopt bij een watermolen in de buurt van Doornik, die opknapt en inricht met de hulp én creatieve inbreng van sociaal kwetsbaren, om er een thuis te bouwen waar rondtrekkende artiesten kunnen repeteren en gezinnen kunnen luieren.

‘Kom maar af het laatste weekend van januari,’ had uitbaatster Fien Dewaele ons aangeraden, ‘dan is hier een feestelijke afsluiting van Bergen Culturele Hoofdstad 2015 en proef je La Petite Fabriek op haar best.’ Dat was buiten de feestelijke doortocht van de zwaarste griepepidemie in jaren gerekend. We voelden ons even ellendig als het weer, maar wat doet een mens als hij al zo lang naar iets uitkijkt: een dag later dan voorzien tegen beter weten in toch vertrekken.

Roulotte des Ducs

En dus zijn de artiesten op het binnenplein aan het opkramen na een plezierige nacht – aan de wallen onder hun ogen te zien – als wij die zondagmiddag arriveren. En is Fien Dewaele zich aan het amuseren op een familiefeest in het hoofdgebouw – aan de pretlichtjes in haar ogen te zien. Ze troont ons mee naar de kamers aan de overkant, stijlvol ingericht met steigerhout en tweedehandsmeubeltjes. ‘Ik stel voor dat jullie hier overnachten.’

Alweer tegen beter weten in informeren we naar de woonwagens in de tuin. De kamers zijn ons net iets te designerig, te betonnerig ook, te besloten en te donker vooral – omdat het een authentiek gebouw is mochten ze bij de renovatie in deze voormalige stallen geen extra ramen plaatsen. Met het snot in de kop hebben we nood aan ademruimte en groen, een beetje ijl in het hoofd dromen we van romantiek en huiselijkheid.

Het is perfect wat we vinden in de roulottes. In een afgelegen bosje op het domein staan vier magnifieke houten woonwagens, zo weggerold uit een sprookje van duizend-en-een-nacht. De ene met een wenteltrap naar een dakterras, de andere compleet met Marokkaans keukentje en houtkachel: de ontwerpers van de Kortrijkse vzw Bolwerk wisten met hun fantasie duidelijk geen blijf. Wij zien onszelf meteen prinsheerlijk overnachten in de Roulotte des Ducs, met een eigen badkamertje en een bed met zicht op de sterrenhemel.

Dat is in het ideale geval natuurlijk. Maar hadden we al gezegd dat het ons tegenzit dit weekend? In plaats van sterren – letterlijk – zien we oude wijven – figuurlijk, van het type dat met bakken uit de lucht valt. En het Ilot des Roulottes mikt duidelijk meer op kampeerders dan de gastenkamers. Of daar gaan we toch van uit: we moeten nog zelf om handdoeken en zeep, er is geen waterkoker voor een warme thee met honing en ook voor het verwenontbijt moeten we door de regen naar het hoofdgebouw met de open keuken. Bovendien wonen de eigenaars zelf kilometers verderop in Doornik-centrum, wat deze plek bij momenten zelfs donker en verlaten maakt. Klinkt dat verwend? We zijn wel ziek, hé! Maar misschien hebben we het een beetje zelf gezocht, dat klopt.

Kussengevecht

Stel je dit feeërieke plekje voor in de zomer: de deuren van de roulotte zwaaien wijd open naar het terras, in een woonwagen verderop zit iemand op een gitaar te tokkelen bij het houtvuur, en als je een hongertje krijgt, loop je gewoon naar de hoeve. Daar zijn alle gasten aan het kokkerellen in het royale keukengebouw, en kijk, daar haalt er één een pizzaatje uit de houtoven buiten. Denk er nog een concertje op de binnenplaats bij en je wil hier van je leven niet meer weg.

Het hóéft zelfs geen mooi weer te zijn om wat cultuur op te snuiven. Binnen in de vierkantshoeve is plaats zat: een bar, een concertzaal met podium, een cinemaatje waar je films kunt projecteren, een ruimte voor workshops, een slaapzolder met massa’s matrassen én een kuil vol kussens – laat dat kussengevecht maar beginnen. Fien Dewaele heeft alles met zoveel oog voor detail ingericht dat elke ruimte zó in een interieurmagazine kan.

‘Ik heb jaren bij het OCMW gewerkt en schakelde de Kortrijkse sociale werkplaats Constructief in bij de inrichting: de houten tafeltjes, banken en meubels in de kamers hebben ze niet alleen gemaakt, ze hielpen ook mee het concept ontwikkelen. Het bewijst dat La Petite Fabriek een open plek is waar iedereen welkom is.’

‘Mijn zus en haar man, die het muziekbedrijf Via Lactea runnen, nodigen hier bijvoorbeeld vaak Balkanmuzikanten of circusartiesten uit. Dan gooien we het op een akkoordje: zij mogen hier een tijd goedkoop logeren en repeteren, als wij een optreden van hen krijgen. Zo wordt het hier een klein fabriekje waar mensen van allerlei slag kunnen creëren.’

‘Maar we verhuren net zo goed ruimtes aan toeristen en bedrijven en het is vast en zeker de bedoeling dat die artiesten tegen het lijf lopen en elkaar beïnvloeden. We hebben zelfs speciale spel- en leerkoffers voor kinderen die op bosklassen komen. En binnenkort is hier een creatief marktje met gepimpte tweedehandsspullen.’

Met de zomer in het vooruitzicht zouden we zo zin krijgen om er nog eens heen te gaan. Want het klinkt allemaal zo aanstekelijk als… de griep, quoi.

Aangeboden door onze partners

In een afgelegen bosje op het domein staan vier magnifieke houten woonwagens, zo weggerold uit een sprookje van duizend-en-een-nacht

Niet te missen