Advies Europees Hof: hoofddoekverbod mag soms
Foto: WAS

Bedrijven mogen het dragen van de hoofddoek door hun personeel verbieden. Dat stelt advocaat-generaal Juliane Kokott van het Europees Hof van Justitie in de zaak die de Belgische werkneemster Samira Achbita heeft aangespannen tegen beveiligingsbedrijf G4S.

Achbita werkte als receptioniste voor G4S en wilde graag de hoofddoek dragen. Maar dat mocht niet, omdat G4S dat in zijn bedrijfsreglement verboden heeft. Het bedrijf wil niet dat het personeel ‘zichtbare religieuze, politieke of filosofische tekenen’ draagt. De Belgische rechters wezen haar verzoek om toch de hoofddoek te dragen af, zowel in eerste aanleg als in beroep.

Het Hof van Cassatie vroeg daarop advies aan het Europees Hof. Dat zal zich binnenkort over de zaak uitspreken. Maar als het dus aan Kokott ligt, wordt het opnieuw een njet. Haar rol is het om de rechters te adviseren. De conclusie van een advocaat-generaal is niet bindend, maar wordt meestal wel gevolgd.

Kokott vindt dat hier geen sprake is van discriminatie, omdat de regels niet gericht zijn op één bepaalde godsdienst of strekking. Het kan wel indirect discriminerend werken, erkent de advocaat-generaal, maar dat kan gerechtvaardigd zijn als het bedrijf in kwestie naar zijn klanten toe neutraal wil blijven. Kokott noemt het wel een ‘delicate kwestie’, waarin veel aspecten meespelen. Ze denkt wel dat een verbod evenredig is: de vrijheid van godsdienst verhindert niet dat er een zekere terughoudendheid gevraagd kan worden ten aanzien van de godsdienstbeleving op het werk.