‘Vrouwelijke priesters zijn de toekomst’
Sabine Vanquaethem: ‘Ik zie mezelf meer als gastvrouw dan als chef van de dienst.’ Foto: Fred Debrock

‘Als de gemeenschap de misviering als waardevol en zingevend ervaart, dan maakt het geslacht van de man of vrouw vooraan weinig uit.’ Sabine Vanquaethem, een (soort van) vrouwelijke priester, zou graag officieel gewijd worden.

Vrouwelijke priesters? Een steengoed idee, vindt Sabine Vanquaethem. Tijdens de week werkt de Brugse als kwaliteitscoördinator, op zondag leidt ze in beurtrol de misvieringen in De Lier, een vernieuwend liturgisch initiatief.

De gemeenschap volgt de katholieke leer, maar ook niet-gewijde ‘voorgangers’ leiden de bijeenkomsten in de kapel. ‘De waarde, de zingeving, staat voorop’, zegt Vanquaethem.

Maar als dat kon, zou u wel gewijd willen worden?

‘Ja, graag. Al ben ik niet echt ­theologisch geschoold.’

Hoelang leidt u de vieringen al?

‘Al zeven jaar. Zonder ook maar één seconde spijt.’

‘Theologen discussiëren al jaren over de kwestie van vrouwelijke priesters, zonder ooit tot een conclusie te komen. Voor elk argument vóór valt een argument tegen te verzinnen. Onze gemeenschap wilde wegblijven van die debatten en waagde gewoon de sprong. We dachten: we gaan doen wat we denken dat goed is.’

‘Overigens: in religieuze debatten bestaat geen zwart of wit, maar wel veel grijs. Dat leerde ik van mijn man, zelf een theoloog. En ja, in de Bijbel staat dat Jezus twaalf mannelijke discipels telt, daarom kunnen vrouwen nooit het ambt krijgen. Maar de apostels droegen ook allemaal baarden. Betekent dat dat priesters die ook moeten laten groeien?’

Voelt u zich wel onderlegd voor de taak?

‘De eerste keer dat ik mij klaarmaakte, dacht ik wel: wat doe ik nu? Maar de tweede keer verdween alle ongemakkelijkheid. Dat vormt voor mij persoonlijk dan ook het belangrijkste argument: het voelt natuurlijk en evident aan. Ik voel me als een vis in het water; het doet deugd.’

‘Ook de gelovigen stappen vlot mee in het verhaal. Natuurlijk bestond eerst wat argwaan – de mens is en blijft een beetje een gewoontedier – maar de scepsis verdween redelijk snel. De openheid groeit bij de basis. Ik heb een oom die priester is. In het begin was hij weinig enthousiast over wat zijn nichtje ging doen. Nu zegt hij: het is de toekomst, onze plicht zelfs.’