Koning Boudewijnstichting tussen risico- en sociaal kapitaal

‘Investeren in plaats van geld geven’

De Koning Boudewijnstichting test een nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking: geld investeren in plaats van het te schenken.Een coöperatieve koffiefabriek in Burundi geldt als testcase.

Voor één keer is de Koning Boudewijnstichting geen donateur, maar een investeerder met een sociaal doel. De stichting stapt daarvoor in het investeringsfonds Kampani. Dat zet in op venture philantropy waarbij de investeerder de sociale impact van zijn investering vooropzet, maar toch ook een rendement kan verwachten dat minstens de inflatie bijbeent. Het Kampani-fonds telt naast medeoprichter Koning Boudewijnstichting ook Vredeseilanden, Boerenbond en het sociaal investeringsfonds Alterfin als investeerders. De Koning Boudewijnstichting stopt, geruggensteund door twee van haar filantropische fondsen, 500.000 euro in Kampani. De stichting neemt ook een verzekering van 5.000 euro voor haar rekening om het investeringsrisico voor Kampani af te dekken. Risicokapitaal in plaats van giften.

Finance én liefdadigheid

De taal rond de tafel is meer die van de finance dan die van de ontwikkelingssamenwerking. ‘We hebben de rigueur van een klassiek investeringsfonds, maar met extra aandacht voor het sociaal rendement’, zegt Kampani-directeur Wouter Vandersypen. ‘We zoeken een winstgevend project, doen aan due diligence en houden een zakenvisie voor ogen. Het is niet evident die twee werelden te matchen, maar nu is het onze sterkte. Je hebt de twee invalshoeken nodig.’ Jan Van der Elst, financieel adviseur van de Koning Boudewijnstichting, treedt hem bij. ‘Als stichting moeten we geen aandeelhouders tevreden houden en kunnen we lang wachten op rendement. Ook een verlies absorberen is geen drama.’

The missing middle

De focus van het Kampani-fonds ligt op the missing middle: kleine bedrijven in ontwikkelingslanden die te klein zijn voor klassieke investeerders, maar te groot voor microfinanciering, die zich vooral toespitst op het verstrekken van kleine sommen voor zaaigoed of klein materieel. Concreet investeert het fonds nu in de werking van de Burundese koffiecoöperatie COCOCA. Kampani stopt 500.000 dollar in de financiering van een fabriek die ongebrande koffiebonen ontdoet van hun laatste schilletjes, zodat de boeren dat niet meer moeten uitbesteden.

De keuze voor koffie is niet toevallig. 600.000 Burundese families leven van de koffieteelt. Toch is er nog veel werk om de levensstandaard van de boeren op te krikken. Voor de coöperatie, die in 4 jaar tijd al 6 à 7 procent van de Burundese koffieproductie vertegenwoordigt, is het bezit van een eigen fabriek een vorm van empowerment. Een kwalitatiever product betekent een betere prijs. En via de coöperatie worden de boeren sneller uitbetaald.

In de toekomst wil de Stichting vaker geld stoppen in initiatieven die investeringen in ondernemerschap en sociale impact combineren. Al zullen de giften niet snel verdwijnen. ‘Sommige kwetsbare initiatieven kunnen eenvoudigweg niet zonder’, zegt Van der Elst. Of de Koning Boudewijnstichting in de volgende jaren nog meer van dit soort projecten in Afrika wil opzetten, is nog niet duidelijk. ‘We werken voor het eerst met Kampani samen, dus alles is nog wat nieuw’, zegt woordvoerder Josse Abrahams. ‘Anderzijds zijn zo’n fondsen momenteel redelijk uniek.’

‘Als stichting moeten we geen aandeelhouders tevreden houden’

Niet te missen