Met zeven dwergjes naar Kasterlee

In het bos daar staat een huisje

Zeven kinderen jong genoeg om in kabouters te geloven en drie moeders die hen graag het voordeel van de twijfel geven. Het ideale gezelschap voor een weekendje pinnenmutsen spotten in het Boshuisje in Kasterlee.

In het bos daar staat een huisje. Het is onvermijdelijk: wie naar het Boshuisje in Kasterlee rijdt en tussen de indrukwekkend hoge bomen een schattig houten huisje ziet opduiken, zit met deze kleuterklassieker in zijn hoofd, het hele weekend lang. Het decor is dan ook weggeplukt uit een prentenboek. Honderden dennenbomen rijzen op uit een zacht tapijt van geurende naalden.

Niets dan enthousiasme dus op de achterbank, wanneer we met drie auto’s vol klein grut van 5 maanden tot 9 jaar arriveren voor een weekendje puur natuur. Het is net lente wanneer wij er onze intrek nemen voor twee nachten, maar het ruikt naar herfst en het voelt winters. Het zal ons jonge volkje worst wezen: hier is een zandbak, en een speeltuintje, en een heel tuinhuis vol speelgoed, en een bolderkar!

En vooral, we hebben een heel bos voor ons alleen. De oudsten en de dappersten zoeken meteen de grenzen op: die van ons (hoe ver mogen we het bos in voor de moeders in paniek schieten?), maar vooral die van henzelf (hoe ver durven we gaan voor de opwinding in angst omslaat?).

Intussen leidt eigenares Chris ons rond in het Boshuisje, waar werkelijk alles aanwezig wat je maar zou kunnen nodig hebben. Van servies en kookgerei in alle formaten over speelgoed voor klein en groot tot babystoeltjes en -bedden. Het scheelt aanzienlijk ruimte in de koffer en bespaart heen-en-weergesleur. De hartelijke ontvangst en de doos kabouterkoekjes die bij aankomst klaarligt op de keukentafel doen het fileleed meteen vergeten – op vrijdagavond ben je immers nooit alleen op de Antwerpse Ring.

Hans en Grietje zijn nooit ver weg hier, maar ons peperkoeken huisje is in tegenstelling tot dat van de legendarische heks ook binnen gezellig en meer dan comfortabel. Geen gruwelijke oven dus, wel een sauna waar we ons zonder tegenpruttelen zouden laten induwen, zij het dat de sauna in de kelder staat. Het neemt wat weg van de magie, oordeelt het luxebeest in onszelf.

Onze verwachtingen op het vlak van comfort liggen niet te hoog, we zijn ten slotte in een houten huisje in het bos. We zijn dus aangenaam verrast wanneer blijkt dat in de slaapkamers, die op zich basic zijn, heerlijke boxsprings staan met een matras om in weg te zinken.

Pinnenmutsen

Zeven kinderen in één huis met krakende vloeren en dunne wanden, dat betekent vroeg uit de veren. Gelukkig zijn we goed voorbereid en moet er dus geen Chinese vrijwilliger gezocht worden om op dit ontiegelijke uur met slaapogen naar de bakker te rijden. In een mum van tijd hebben de kinderen hun kom ontbijtgranen op en rennen ze met hun laarzen aan het bos in. Vinden wij – de moeders – prima: kunnen we rustig wakker worden met een kopje koffie.

In een bos wonen kabouters, dat weet iedereen, maar de grootste concentratie pinnenmutsen zit in Kasterlee, op de Kabouterberg meer bepaald, zo wordt gefluisterd. Dat willen we weleens met onze eigen ogen zien, dus trekken we daarheen voor een kabouterwandeling. De oudste kinderen denken er het hunne van, maar je weet maar nooit. En dus stappen we met zijn tienen door het bos, heuvel op heuvel af, en voeren we de opdrachten uit die de kabouters ons opleggen. Even lijken we in een exotisch land te zijn terechtgekomen, wanneer we ons een weg banen door de metershoge boomwortels die door een spel van de natuur bovengronds zijn komen te liggen. Onze tocht eindigt bij een grote zandvlakte waar heerlijk gepicknickt kan worden als het weer wat beter meezit.

Snoepschat

Ons gemeenschappelijk scoutsverleden speelt op en de volgende ochtend wagen we ons aan een zelf uitgestippelde schattenjacht. De drie oudste kinderen vertrekken een half uur voor de rest en zetten een tocht uit die ze aanduiden met sporen uit de natuur. Op bepaalde plaatsen moeten opdrachten worden uitgevoerd en aan het einde van de wandeling ligt een schatkist vol snoep verstopt. De kleinsten gaan als volleerde speurneusjes op zoek naar alles wat maar op een pijl kan lijken. Er worden diertjes gezocht, blaadjes verzameld, dansjes gedaan en raadsels opgelost tot het moment suprême: de vondst van de schat.

We eindigen het weekend met frietjes voor iedereen. We horen niemand klagen. We horen helemaal niets, op wat geruis van de bomen en getjilp van de vogels na. Heerlijk.

In een bos wonen kabouters, dat weet iedereen, maar de grootste concentratie pinnenmutsen zit in Kasterlee