‘Beyoncé betaalt naaisters veel te weinig voor hun werk’

De kledinglijn van Beyoncé wil ‘iedere vrouw de kracht geven om de beste versie van zichzelf te zijn’, maar zou wel worden vervaardigd door onderbetaalde naaisters in Sri Lanka. Dat beweert althans de Britse tabloid ‘The Sun’, in een officiele verklaring van Ivy Park wordt echter alles ontkend.

De Britse tabloidkrant The Sun pakte dit weekend uit met beschuldigingen aan het adres van Beyoncé en Sir Philip Green, eigenaar van de Britse kledingketen Topshop, die vorige maand samen Ivy Park lanceerden.

Volgens de tabloidkrant worden de sportbeha’s, leggings en topjes gemaakt in sweatshops, waar Sri Lankaanse naaisters in erbarmelijke omstandigheden tot zestig uren per week moeten werken. In de MAS-fabriek waarvan sprake is, zouden de naaisters ‘uitgebuit worden en behandeld als slaven’.

Volgens de krant nogal ironisch omdat de collectie net een achterliggende boodschap heeft waarbij het vrouwen aanmoedigt om sterker voor de dag te komen. De naaisters zelf zouden al een flink deel van hun maandloon moeten gebruiken om een legging te kopen.

Dubbel loon

De beschuldigingen van The Sun werden echter al snel weerlegd door vakblad Women’s Wear Daily. Die beweren dat het zogezegde lage loon van 5,44 euro per dag dat de vrouwen krijgen net het dubbele bedraagt van het Sri Lankaanse minimumloon.

Volgens een insider die WWD te pakken kreeg, zou de fabriek - waar ook voor Nike, Lululemon en Speedo wordt geproduceerd - eerst grondig zijn doorgelicht voor er met de productie van Ivy Park werd begonnen. De aantijgingen worden dan ook door het modelabel zelf ontkend.

‘Ivy Park heeft een streng ethisch handelsakkoord. We zijn trots op onze doorgedreven inspanningen inzake audits en bedrijfsinspecties en ons team werkt wereldwijd nauw samen met onze leveranciers en hun fabrieken om dat te garanderen. We verwachten dan ook dat onze leveranciers onze gedragscodes respecteren en we helpen hen om aan deze vereisten te voldoen.’