Oude vos Rod Stewart maakt er een feestje van
Rod Stewarts ‘hot legs’ worden al wat strammer, al lijkt dat hier best mee te vallen. Foto: Koen Bauters

In een verkleind Sportpaleis plezierde Rod Stewart zijn fans met een hitshow, die vaak de allure van een zangfeest kreeg.

Het was zo’n acht jaar geleden dat Rod Stewart nog eens in het land passeerde, maar vooral was het veertig jaar geleden sinds zijn écht creatieve periode, de jaren 70. Toen was hij een wilde jongen met The Faces, een uitstekende blanke-soulzanger op zichzelf en een ster die wereldhit na wereldhit scoorde.

Stewart kwam in Antwerpen in het kader van een nieuwe tournee die in Las Vegas startte, en dat was eraan te zien. Wit, zilver en goud waren de kleuren in het gelikte decor. Meerdere videoschermen projecteerden oude beelden van grote albums, de jonge Rod en zijn kinderen. Er waren ballonnen op het einde en vooral véél meezinghits.

Gesigneerde voetballen

Zijn stem bleek hij wel een beetje kwijt, en zeker in de ruigere stukken kon Stewart de hoge noten niet meer aan en vond hij evenmin de energie om het gitaarwerk partij te geven. Maar daar zijn truken voor: drie sexy zangeressen leverden soulvolle background vocals, en tijdens ‘Hot Legs’ ging onze man gewoon wat gesigneerde voetballen het publiek in sjotten.

Het mooiste stuk zat ergens halverwege, na de pauze. Alle muzikanten grepen iets akoestisch beet en in die warme omgeving van harp en strijkers zong de zaal gloedvol mee met ‘The first cut is the deepest’, ‘I don’t wanna talk about it’ en ‘You’re in my heart’. Vocaal hoefde Stewart zich niet te forceren, het klopte als een bus.

In het ruigere werk leek het allemaal wat moeilijker. Het motortje leek te licht, de danspasjes oogden stram, en de routine droop ervan af. We waren blij met oude songs als ‘You wear it well’ en ‘Maggie May’ en zelfs Muddy Waters’ ‘Rollin & Tumblin’, maar om die muziek te brengen heb je meer kracht nodig dan Stewart nog heeft.

Doedelzakken en kilts

Hij oogde wel bijzonder goed bewaard, maar mirakels zijn er niet. Daarom zou hij Jimi Hendrix’ ‘Angel’ misschien beter van zijn setlijst halen.

De doedelzakken en kilts die af en toe meespeelden, waren dan weer vermakelijk, net als de ophitsende intro’s tot beide delen: voor het concert schalde de voetbalhymne ‘The Final’ van Gianni Roma door de zaal, na de pauze was dat de whiskeysong ‘Loch Lomond’ van Runrig.

Naar het einde toe volgden steeds meer hits, met ‘Sailing’ als afsluitende zangronde en ‘Da Ya Think I’m Sexy’ als vrolijk ballonnenfeestje. Iedereen blij, en iets na half tien konden de mensen al naar huis of nog even naar de Sinksenfoor.