‘De tijd van de rondbuikige pompier is voorbij’
Foto: © De Rycke Hendrik

Brand in brandweerland: de Vereniging van Vlaamse Brandweervrijwilligers zit met de handen in het haar. De helft van de kandidaten zakt voor de geschiktheidsproeven en dus dreigt een tekort. Brandweervrijwilliger Peter (48) maakt ons warm.

Van de 16.000 brandweerlui in ons land zijn er zo’n 11.000 vrijwilligers. Maar dat aantal slinkt zienderogen en onder meer in Vilvoorde, Halle, Wuustwezel, Brasschaat, Melle, Lochristi, Anzegem, Deerlijk, Harelbeke en Kortrijk kampen korpsen ondertussen met tekorten.

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) werkt daarom aan een campagne die Vlamingen moet doen ontvlammen voor een deeltijds leven als brandweervrijwilliger. En omdat we volgend jaar ook graag iemand kunnen bellen om dat wespennest te laten weghalen, dragen we een steentje bij. Peter (48), vrijwilliger bij het Antwerpse brandweerkorps in de zone Rand, geeft tekst en uitleg.

Een frituurpan doven en een wesp vangen: zijn de toelatingsproeven zo moeilijk dat de helft van de kandidaten afvalt?

‘De lat ligt hoog maar persoonlijk vind ik dat ze juist ligt: je komt tenslotte in cruciale situaties terecht waarin verwacht wordt dat je snel en juist handelt. Om in te schatten of je het juiste profiel hebt, moet je verschillende testen afleggen en als je voor een onderdeel niet slaagt, ben je voor alles gebuisd.’

‘Behalve een stevig theoretisch examen zijn er ook behendigheidsproeven zoals op een ladderwagen kruipen. Maar ook psychosociale en fysieke proeven. Die laatste haal je enkel als je sportief bent: je moet bijvoorbeeld tegen de tijd lopen en tonen dat je uithoudingsvermogen hebt. Ben je geslaagd, dan volg je een jaar opleiding. De fysieke proeven moet je nadien elke twee jaar opnieuw afleggen. De tijd van de rondbuikige pompier is dus echt wel achterhaald.’

Hoeveel vuur moet een brandweerman trotseren?

‘Vuur is slechts een fractie van de oproepen die we krijgen. Onze job bestaat erin om controle te krijgen over een situatie waarover mensen de controle zijn kwijtgeraakt. Het gaat onder meer om verkeersongevallen, natuurrampen en branden.’

Neem je je werk mee naar huis?

‘Sommige interventies blijven hangen maar die herinneringen mogen niet ‘slecht’ worden. Je moet het een plaats kunnen geven. Iets waar ons korps enkele jaren geleden zwaar van onder de indruk raakte, was toen een oproep binnenkwam dat er “spelende kinderen over de snelweg liepen”.’

‘Toen we op de bewuste plek aankwamen, bleek dat een bus vol Russische kinderen naast de weg was geraakt. De kinderen die over de pechstrook liepen, waren de slachtoffers die op eigen houtje naar boven konden klauteren. Bij dat busongeval zijn negen kinderen om het leven gekomen. Voor de brandweermannen die daar ter plekke aankwamen, was de onverwachte en lugubere ontdekking schokkend.’

Moet je offers brengen als brandweerman?

‘Je moet beschikbaar zijn maar zo’n groot offer is dat niet. Je geeft een planning door wanneer je vlot oproepbaar bent. Ben je te ver van de brandweerkazerne verwijderd, dan ben je op dat moment simpelweg niet beschikbaar. Komt er een hoogdringende oproep binnen, dan ontvang je die op je beeper en word je ook opgebeld. En verder moet je ervoor zorgen dat je niet te diep in het glas kijkt. Maar dat geldt best voor iedereen en niet enkel voor brandweermannen.'

En wat staat daar tegenover?

‘Ik schat dat ik als deeltijds vrijwilliger een vergoeding van zo’n 15 euro per uur krijg – belastingvrij indien het onder een bepaald bedrag blijft. Dat is niet bijzonder veel, maar geld is niet de drijfveer. We willen helpen en controle brengen wanneer mensen in paniek zijn. De enige manier waarop je dat kunt doen, is door samen te werken. In het team heeft iedereen een belangrijke rol en zo’n interventie met adrenaline schept een ongelooflijke band tussen mensen. Na een interventie praten we vaak na. Het is een cliché maar dat gevoel is onbetaalbaar.’

Is het een mannenwereld?

‘Er zijn iets meer mannen, maar in ons korps zijn er ook evengoed vrouwen. Iedereen is welkom tussen 18 en 60 jaar.’