Dewael: ‘Onderzoekscommissie is geen rechtbank die op schuldigen jaagt’
Open VLD’er Patrick Dewael gaat de commissie die de aanslagen van 22 maart onderzoekt, voorzitten. Foto: Photo News

In een interview in Knack heeft Patrick Dewael (Open VLD) uitleg gegeven bij de werking van de Kamercommissie die de aanslagen van 22 maart gaat onderzoeken. Dewael wordt voorzitter van de commissie. ‘Het is niet de bedoeling om in een zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk koppen te doen rollen.’

‘De commissie moet proberen de vragen te beantwoorden die veel mensen zich stellen. Vragen over de werking van onze veiligheids- en inlichtingendiensten, hoe de hulpverlening verliep, de reconstructie van de feiten in de aanloop naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek, en ook hoe het kan dat het radicalisme hier een voedingsbodem vindt. De aanslagen van 22 maart vielen immers niet uit de lucht’, aldus Dewael.

‘Deze commissie is geen rechtbank die op jacht gaat naar schuldigen. Het is niet de bedoeling om in een zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk koppen te doen rollen. We hebben de bevoegdheden van een onderzoeksrechter, maar we kunnen geen tuchtstraffen opleggen’, zo reageert hij op de opmerking dat minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) al een schuldige heeft aangewezen, namelijk de Belgische verbindingsofficier in Turkije.

De parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen wordt al eens vergeleken met de commissie-Verwilghen die volgde op het kindermisbruik van Marc Dutroux dat de politie pas laat ontdekte. ‘Na de commissie-Verwilghen is er een blauwdruk voor de politie gekomen. Nu hebben we met internationaal terrorisme te maken. Toen heeft onze veiligheidsapparatuur een nieuw elan gekregen, nu zijn er ook bijsturingen van de oude architectuur nodig.’

De organisatie van de Brusselse politie (alle Vlaamse partijen willen de zes politiezones fuseren, de Franstalige partijen staan op de rem, red.) krijgt geen bijzondere aandacht in de commissie. ‘Steve Stevaert (SP.A) zei dat het niet verstandig is met de fanfare op kop te lopen. Als we nu grote verklaringen afleggen, gebeurt er zéker niets. Maar tot de jaren negentig zei iedereen dat de integratie van de politiediensten onmogelijk was, en na de commissie-Verwilghen kon dat ineens toch. En vandaag lijkt het duidelijk dat er iets schort aan de organisatie van de politie- en veiligheidsdiensten in de hoofdstad. Maar nogmaals: we zullen in de commissie onderzoeken of dat zo is.’