N-VA: 'Tunnelcommissie was geen praatbarak'
De Leopold II-tunnel. Foto: Belga

De bijzondere tunnelcommissie van het Brussels Parlement vraagt de regering een specifieke Brusselse regelgeving uit te werken voor de tunnels en bruggen. Er moet een externe audit van Brussel Mobiliteit komen en de commissie dringt aan op garanties voor de mobiliteit bij de sluiting of renovatie van de tunnels en op een grondig debat over de toekomst van de Brusselse tunnels en de mobiliteit. Die aanbevelingen werden unaniem goedgekeurd.

De bijzondere commissie ging begin februari van start na de plotse sluiting van de Stefaniatunnel en berichten dat die wel eens een jaar gesloten zou blijven. Dat nieuws kwam bovenop de noodzaak van een dringende en peperdure renovatie van de Leopold II-tunnel. De oppositie eiste de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. Uiteindelijk besliste het parlement een bijzondere commissie op te richten.

Die commissie vroeg een massa documenten, rapporten en inspectieverslagen op. Er kwamen ook hoorzittingen met (gewezen) verantwoordelijken van Brussel Mobiel, de huidige en vorige bevoegde minister, en de opeenvolgende minister-presidenten. Onder hen ook Charles Picqué (PS), die de bijzondere commissie voorzat zonder stemrecht.

Constructieve sfeer

Meerderheid en oppositie toonden zich verheugd over constructieve sfeer en de transparantie die de commissie verkregen had. Iedereen die opgeroepen werd, is opgedaagd, en bijna alle gevraagde documenten werden opgestuurd. Ondanks de grimmige sfeer tussen meerderheid en oppositie bij de aanvang, kwamen de commissieleden gaandeweg tot een goede samenwerking. ‘Ik ben tegen bijzondere commissies omdat die vaak niet meer dan een praatbarak zijn, maar dat is hier niet gebleken’, erkende Cieltje Van Achter (N-VA), die actief meewerkte aan de commissie, hoewel ze geen lid was omdat de fractie van haar partij te klein is.

De verschillende fracties benadrukten voor de slotstemming dat het werk niet af is. ‘De twee gesloten tunnels moeten zo snel mogelijk geopend worden en we zijn erg bezorgd over de Leopold II-tunnel’, zei MR-fractieleider Vincent De Wolf. Voor zijn Groen-collega Bruno De Lille moet nu dringend werk gemaakt worden van een specifieke regelgeving voor de Brussels tunnels en dient Brussel Mobiliteit doorgelicht te worden.

Dat zijn meteen ook twee belangrijke aanbevelingen van de commissie. Zo wordt de Brusselse regering gevraagd een specifieke regelgeving uit te werken voor de tunnels en bruggen. De hoorzittingen hebben immers duidelijk gemaakt dat er nood is aan nieuwe procedures en grondige inspecties van de Brussels kunstwerken. Ook moet gezorgd worden voor een onderhoudsprocedure voor de tunnels en de nodige budgettaire middelen hiervoor. In de bouwkosten van kunstwerken moet een minimumpercentage verrekend worden voor het jaarlijks onderhoud ervan.

Toekomst tunnels bekijken

Daarnaast dient de informatiedoorstroming tussen de administratie en de bevoegde minister gestroomlijnd te worden. Vroeger zijn de problemen en de dringendheid van de aanpak al te vaak onvoldoende doorgegeven en dus zonder gevolgen gebleven, stelt de commissie vast. Voorts wordt aangedrongen op een duidelijk tijdspad voor de renovatie van de afzonderlijke tunnels en wordt de regering gevraagd om bij het meerjareninvesteringsplan, dat de regering op korte termijn moet voorstellen, een financieel luik toe te voegen zodat andere geldbronnen gevonden kunnen worden.

De commissie wil ook dat er verplicht procedures opgesteld worden om de mobiliteit te garanderen bij de sluiting of renovatie van een tunnel. Ze vraagt ook aandacht voor alternatieve vervoersmiddelen zoals het openbaar vervoer en de fiets, dynamische verkeersgeleiding, en een ruimer debat over de mobiliteit op stedelijke schaal en over de toekomst van de tunnels in Brussel: behouden, afschaffen of verlengen?

Wat het verleden betreft, stelt de commissie vast dat er een collectieve en gedeelde verantwoordelijkheid tussen politiek en administratie. Er wordt ook gewezen op het gebrek aan structurele onderhoudswerken, zowel sinds 1989 en de oprichting van het Brussels gewest, als tijdens het federaal beheer van de tunnels en op de historische onderfinanciering van de Brusselse instellingen. De commissie merkt ook op dat de slechte toestand van de tunnels niet enkel te wijten is aan de leeftijd - de grootste problemen situeren zich in één van de recentste tunnels, de Leopold II-tunnel, maar dat onder meer ook de milieufactoren of de evolutie van de bouwmaterialen een rol spelen.

De vaststellingen en aanbevelingen zullen in de plenaire zitting van 29 april besproken worden.