In de nasleep van de protestmarsen in de IJslandse hoofdstad Reykjavik, heeft 's lands premier Sigmundur David Gunnlaugsson dan toch ontslag genomen. Eerder had de president de ontbinding van het parlement nog geweigerd. Gunnlaugsson wordt genoemd in de Panama Papers.

De IJslandse president Olafur Ragnar Grimsson moest dinsdag vervroegd terugkeren uit de Verenigde Staten, om samen te komen met leiders van de politieke partijen vertegenwoordigd in het parlement. Deze week kan daar immers een door de linkse oppositie ingediende motie van wantrouwen tegen premier Sigmundur David Gunnlaugssons gestemd worden. Die kwam in opspraak door de Panama Papers.

Ook de leden van de partij van de premier zelf hadden hem de opgeroepen af te treden, maar binnen de meerderheid in het parlement genoot hij nog altijd genoeg steun. In een eerste reactie zei Gunnlaugssons nog dat hij niet van plan was om af te treden, maar dat was voordat maandag het grootste protest in de geschiedenis van het land plaatsvond.

Het noopte Gunnlaugssons om het ontslag van de regering aan te bieden aan de president van IJsland, maar die weigerde. De premier besloot dan ook om persoonlijk zijn verantwoordelijkheid te nemen, en alleen op te stappen. Dat melden IJslandse media, en er zou ook al een opvolger klaarstaan.

Hoe de premier in opspraak kwam

Volgens het internationaal consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ, dat de Panama Papers publiceerde, bezat de regeringsleider samen met zijn vrouw het schermbedrijf Wintris Inc op de Britse Maagdeneilanden, en stopte ze er voor miljoenen dollars aan obligaties van de grootste IJslandse banken in. In april 2009, toen hij parlementslid werd, gaf hij dit niet aan.

Eind 2009 verkocht hij zijn aandelen aan zijn vrouw voor een symbolische dollar. Ook minister van Financiën Bjarni Benediktsson, van de Onafhankelijkheidspartij, wordt genoemd in de Panama Papers. Hij keert dinsdag eveneens terug uit Florida.