België liet zelfmoordterrorist uit handen glippen
De vernielde inkomhal op Zaventem. Foto: AP

Vorige zomer keerde de zware crimineel Ibrahim El Bakraoui naar ons land terug vanuit een Turks-Syrische grensstad. Niemand volgde daarna zijn doen en laten. Dinsdag blies hij zich op in Brussels Airport.

De ogen van de wereld zijn gericht op de Belgische veiligheidsdiensten. Onder de slachtoffers van de aanslagen dinsdag zijn veertig verschillende nationaliteiten. In heel wat landen klinken steeds luidere bedenkingen bij de terreuraanpak van België. Zeker nu blijkt dat een van de zelfmoordterroristen die toesloegen op Brussels Airport, na een uitzetting door Turkije maandenlang ongemoeid is gelaten.

Even terugspoelen naar de zomer van 2014. Toen mocht de zware crimineel Ibrahim El Bakraoui zijn Belgische cel verlaten: hij kwam voorwaardelijk vrij. In 2010 was hij door een Brusselse rechtbank veroordeeld tot tien jaar cel voor een reeks gewelddadige overvallen. Bij een daarvan vuurden hij en medeplichtigen met kalasjnikovs op de politie.

Een klein jaar na zijn voorwaardelijk vrijlating reisde El Bakraoui naar de Turks-Syrische grensstad Gaziantep.

Turkse grenswachters hielden hem op 15 juni – toen de eerste aanslagen in Parijs en de verijdelde aanslag in Verviers duidelijk hadden gemaakt dat de terreurdreiging ook in Europa zat, red. – tegen aan de Syrische grens omdat ze vermoedden dat hij een jihadi was. Dat verklaarde de Turkse president Erdogan gisteren na afloop van een staatsbezoek aan Roemenië.

El Bakraoui werd na een maand opsluiting uitgewezen en daarna – op eigen verzoek – op een vliegtuig gezet naar Nederland. Erdogan zegt dat de Belgische en Nederlandse autoriteiten daarvan op de hoogte zijn gebracht. ‘Op 14 juli hebben we de Belgische ambassade gezegd dat deze persoon een buitenlandse terroristische strijder is’, aldus Erdogan. ‘Ook de Nederlanders kregen die informatie.’ De waarschuwing van de Turken voor ons land liep via de verbindingsofficier in Turkije van onze federale politie.

Volgens onze informatie hebben de Belgische veiligheidsdiensten geen contact gehad met El Bakraoui na zijn aankomst op de luchthaven van Schiphol. Nergens gingen er alarmbellen af. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) verdedigt zich met de reactie dat El Bakraoui op dat moment onmogelijk kon worden gelinkt aan terrorisme. Pas na de aanslagen in Parijs op 13 november kwam hij in het vizier als terreurverdachte. Maar toen bleek hij onvindbaar.

Een maand na zijn aankomst op Schiphol stelde het Belgische gerecht vast dat hij de voorwaarden voor zijn vrijlating had geschonden. Die voorwaardelijke invrijheidstelling werd dan herroepen. Niettemin bleef El Bakraoui op vrije voeten en kon hij meewerken aan de aanslag op Brussels Airport eergisteren. Hij zou nooit vermeld zijn op de lijst van (potentiële) Syriëstrijders die het Ocad bijhoudt.

Intussen neemt de kritiek toe. ‘We moeten nog wachten tot we het volledige dossier kennen’, zegt N-VA-kamerlid Kristien Van Vaerenbergh. ‘Maar als de informatie zoals we die nu kennen klopt, dan blijkt nog maar eens het falen van justitie.’ Ook bij zijn voorwaardelijke invrijheidstelling zijn vragen te stellen. Na tien toelatingen om de gevangenis tijdelijk verlaten, die alle goed waren verlopen, zou de administratie van het gevangeniswezen negatief hebben geadviseerd over de vrijlating van El Bakraoui. De strafuitvoeringsrechtbank, die de uiteindelijke beslissing neemt, oordeelde anders.

‘Daar kan en mag ik als minister van Justitie geen oordeel over vellen’, reageert een opgejaagde Koen Geens. Hij wijst met klem op de gedeelde verantwoordelijkheid: het opvolgen van vrijlatingsvoorwaarden is een taak van de justitiehuizen, die zijn een gemeenschapsbevoegdheid. Ook voor het politionele aspect wil de Justitieminister duidelijk niet opdraaien. De verbindingsofficier in Turkije was iemand van de politie, de vraag is wat hij wist en doorgegeven heeft. ‘Voor zover ik het zie, valt Justitie op dit moment weinig te verwijten’, besluit de minister.