‘Een vingerafdruk van elke Belg had deze aanslagen niet voorkomen’
Bart Tommelein (rechts) met Jan Jambon

‘Het heeft weinig zin om nieuwe databanken te bouwen’, zegt Bart Tommelein (Open VLD), staatssecretaris voor Privacy in de federale regering. ‘We moeten uit de bestaande databanken nog sneller signalen oppikken en met elkaar in verband brengen. Dan hadden we misschien nog sneller kunnen optreden. Maar het is natuurlijk gemakkelijk om commentaar te geven vanop de zijlijn.’

Heeft Geert Bourgeois (N-VA) gisteren in DS Avond dan geen gelijk dat privacy moet kunnen wijken voor veiligheid?

‘Het is nu al de derde keer dat ik die druk voel van regeringspartners om met de nodige soepelheid om te gaan met onze privacy. Ik moet wel zeggen dat de druk de eerste keer, na de aanslagen bij Charlie Hebdo, veruit het grootste was. De druk is nu veel minder dan die eerste keer. Het besef is gegroeid dat het opgeven van privacy niet de mirakeloplossing is. Het opgeven van de privacy betekent niet méér veiligheid.’

Minister van Veiligheid Jan Jambon (N-VA) pleitte nochtans na zijn bezoek aan Marokko voor een databank met de vingerafdrukken van elke Belg.

‘Denk je nu echt dat zo’n databank de aanslagen van gisteren had kunnen voorkomen. Volgens de informatie die we vandaag hebben zaten de vingerafdrukken van de terroristen al in verschillende databanken. Ik ben er zelfs van overtuigd dat nog meer databanken het werk nog moeilijker maken. Als de hooiberg groter is, wordt het alleen maar moeilijker om de speld te vinden. Dat soort databases moet beperkt blijven tot risicovolle groepen.’

Hadden we dan niet sneller kunnen optreden?

‘Alles onder controle houden is onmogelijk. Zelfs totalitaire regimes, waar de privacy helemaal uitgehold is, slagen daar niet in. Het heeft niet meteen zin om nieuwe databanken te bouwen. We moeten uit de bestaande databanken nog sneller signalen oppikken en met elkaar in verband brengen. Dan hadden we misschien nog sneller kunnen optreden. Maar het is natuurlijk gemakkelijk om commentaar te geven vanop de zijlijn.’

Maar wie niets te verbergen heeft, moet toch niet malen over het opgeven van zijn privacy?

‘Maar dat is toch de omgekeerde redenering. Het is toch niet omdat iemand op zijn privacy staat, dat hij meteen verdacht is. Privacy en veiligheid zijn geen tegenpolen. De privacy opgeven kan op zich ook gevaarlijk zijn. Je gaat er nu vanuit dat alle gegevens in goede handen zijn en met de nodige omzichtigheid gebruikt worden. Maar er is geen enkele garantie dat het altijd zo zal zijn. Gegevens kunnen in de foute handen terechtkomen of gehackt worden.’

Maar na aanslagen zijn mensen wel meer en meer bereid om hun privacy op te geven.

‘Totdat de terreur opnieuw van de voorgrond verdwenen is. Dan zullen diezelfde mensen roepen dat we teveel hun privacy schenden. Ik ben bereid om elke nieuwe maatregel te bekijken. Maar als daarvoor moet ingegrepen worden op de privacy moet dat tijdelijk zijn en proportioneel. Zo is er ooit aan gedacht om elke politieman/vrouw toe te laten om onder een valse naam op het internet actief te zijn, om misdadigers op te sporen. Maar zoiets gaat toch veel te ver. In real life moeten agenten toestemming hebben van een onderzoeksrechter om te infiltreren. Op het internet moeten dezelfde regels gelden.’