Ketevan Kardava, de journaliste die alle iconische foto’s nam
Ex-basketbalspeler Sebastien Bellin, oud-speler van BC Oostende en van de nationale ploeg.

De vrouw in het gele jasje, voormalig basketballer Sebastien Bellin, de man met de aktetas die een slachtoffer voorbijwandelt: de nu al iconische foto’s van de aanslagen in Zaventem werden genomen door één vrouw, Ketevan Kardava, journaliste van de Georgische openbare omroep. ‘Ik keek vanmorgen in de spiegel en herkende mezelf niet meer’, vertelt ze the day after aan De Standaard.

Waar was u gisterenmorgen?

‘Om 7.58 uur stond ik voor de ticketbalie van Brussels Airlines (ze was voor haar werk op weg naar Genève, red), die naast de Starbucks gelegen is. Ik zag de eerste ontploffing – een steekvlam – niet ver van de ingang. Binnen de minuut hoorde en voelde ik de tweede explosie, die veel krachtiger was. Het eerste wat ik zag was de rook en het stof, glas en deuren vlogen in het rond, en mensen lagen op de grond, meerderen zonder benen.’

Maar u vluchtte niet weg?

‘Ik verwachtte een derde explosie, ik zocht beschutting. Dicht bij mij stond zo’n hokje waar je je pasfoto kan laten nemen. Daar kroop ik in. In mijn buurt stond een oudere vrouw en die heb ik mee naar binnen genomen, er was plaats voor twee. Langer dan een minuut hebben we daar niet gezeten. We hadden de indruk dat alles voorbij was.’

En toen ging u aan het fotograferen?

‘Toen ik uit het hokje kwam, haalde ik meteen mijn iPhone boven. Ik nam eerst de foto van de vrouw in het gele jasje. En dan zag ik de basketbalspeler (Sebastien Bellin, red). Ik wil graag een oproep doen, via uw krant. Ik wil dat hij me kan horen. Ik wil hem spreken en sorry zeggen. Sorry omdat ik hem daar heb laten liggen. Ik zag dat hij leefde, en dat hij problemen had met zijn benen. Maar er was niets dat ik kon doen om hem te helpen. Op dat moment kwamen de soldaten zeggen dat we naar buiten moesten.’

U hebt niets gezegd tegen Sebastien Bellin?

‘Er was geen tijd, we moesten meteen weg. Ik heb vervolgens nog die foto genomen van de man met de aktetas en foto’s van de vele mensen in de hal die naar buiten gingen. De explosies, de foto’s,... het duurde allemaal maar enkele minuten.’

Waar ging u vervolgens naartoe?

‘Ik werd door de B-gates, die voor niet-Schengenlanden, gestuurd. Vraag me niet waarom, ik deed gewoon wat gezegd werd. We werden naar de tarmac gebracht. En daar ben ik de hele namiddag moeten blijven, tot 17 uur.’

Maar u hebt er gewerkt?

‘Ja, de hele namiddag heb ik er gesproken met de mensen die de aanslag hebben meegemaakt, heb ik live verslag gedaan voor de Georgische televisie, heb ik via Skype gebeld en gecommuniceerd met alle middelen die ik had.’

Hebt u niet eerst contact opgenomen met uw familie?

‘Mijn moeder heb ik snel op de hoogte gebracht, want die wilde absoluut een foto van mij zien: met mijn handen, mijn gezicht, mijn benen, met alles erop en eraan. Tijdens de evacuatie heb ik een selfie genomen en die heb ik via Facebook naar haar verstuurd. Mijn dochter heb ik gemeld dat ik in orde ben, en dat ik haar later zou bellen. Ik moest eerst verslag doen. Het voelde als mijn taak om elke seconde die ik in de luchthaven was, te gebruiken. Om foto’s te nemen en het gezicht van terrorisme te tonen aan de wereld. ’

U heeft gisteren gewerkt, en u bent ook vandaag weer volop aan de slag. Is dit alles niet ongelofelijk zwaar?

‘Jazeker, het is zwaar. Gisteren overdag had ik het te druk om met mezelf bezig te zijn. Ik was heel de tijd aan het praten. Maar toen ik ’s avonds alleen thuis was, kwamen de herinneringen plots boven, voelde ik me plots in shock. Ik keek vanmorgen in de spiegel en herkende mezelf niet meer. Ik kan het moeilijk uitleggen. Maar ik zag een andere mens, iemand die iets heel belangrijks had meegemaakt. Ik besefte plots dat ik heel dicht bij het moment had gestaan waarop ik mijn dochter – ze is 15 jaar en woont in Tbilisi – nooit meer zou zien. Ik leef, en ik kan het maar moeilijk geloven. Ik heb mijn dochter in tranen gebeld.’

U woont in Brussel. Wil u hier nu weg?

‘Nee, absoluut niet. Ik hou zo veel van deze stad, misschien meer nog dan van Tbilisi. Voor journalisten is dit het paradijs. Ik ben trots dat ik de eerste Georgische Europese correspondent ben, ik ben hier sinds 2009. Ik prijs mezelf bijzonder gelukkig dat ik hier mag wonen en werken en ik wil hier nog lang blijven. Ook de komende dagen en weken blijf ik, er zijn nu veel dingen te doen.’