Tijdens de aanslagen in Brussel werd TATP-springstof, dezelfde soort als bij de aanslagen in Parijs, als explosiemiddel gebruikt. Jimmie C. Oxley, professor chemie van de University of Rhode Island, legt uit waarom precies deze springstof gebruikt zou zijn geweest en waarom ze in valiezen opgeborgen zaten.

Gisteren zijn er naar aanleiding van de aanslagen in Brussel de hele dag huiszoekingen uitgevoerd. Tijdens een huiszoeking in Schaarbeek werden onder meer 15 kilo TATP-springstof, 150 liter aceton en verschillende andere chemische producten om explosieven te maken, gevonden.

Volgens verschillende experts is TATP het een gebruikelijk middel geworden van IS voor aanslagen in Europa. Zo bevatten de bommen die gebruikt werden tijdens de aanslagen in Parijs ook TATP. 

Op de vrijgegeven beelden van de daders is te zien dat de gebroeders Bakraoui elk een handschoen dragen. Dat doet vermoeden dat ze een mechanisme te verbergen hadden die de bommengordels tot ontploffing kan brengen. 'Een van de manieren waarop een TATP-bom kan ontploffen is via elektrische lading. Daarbij wordt een simpele batterij gebruikt en kan de bedrading gewoon in de handpalm gehouden worden', klinkt het bij Oxley. De handschoen zou dat dan verbergen. 

Valiezen

'Als we de schade zien die werd aangericht in de luchthaven van Zaventem, dan is het waarschijnlijk dat de daders niet alleen riemen met zelfmoordbommen gebruikten. Er zijn tegels van het plafond losgekomen', zegt Oxley.

'Een zelfmoordbom zoals gebruikt in Parijs kan ongeveer 500 gram TATP bevatten. Maar de schade in Brussel is naar alle waarschijnlijkheid aangericht door een bom die tussen de 13 en 45 kilo TATP als inhoud droeg.' Daarom vermoedt Oxley dat er zich bommen bevonden in de valiezen die de daders bij zich hebben. 

De burgemeester van Zaventem, Francis Vermeiren, bevestigt dat. Hij vertelde in een interview dat er in drie van de zakken bommen zaten en dat er twee zeker ontploft waren.