RECENSIE. Muse feest tot aan de apocalyps
Foto: Koen Bauters

Muse deed exact wat er van het Britse rocktrio werd verwacht: een blitse, haast megalomane rockshow neerzetten. Het eerste van vier uitverkochte concerten in Paleis 12 oogde als een knap geregisseerd technisch bravourestukje.

‘My father killed by drones, my mother killed by drones, my sister killed by drones’, lazen we op het gigantische 180 graden-videoscherm dat als een ruimteschip boven het podium hing. Muse zet de thema’s van zijn platen graag in de verf tijdens concerten. Zijn zevende album Drones hangt op aan het verhaaltje van een gedesillusioneerde protagonist die wordt omgeturnd tot een oorlogsmachine (een menselijke drone) die uiteindelijk toch opstaat tegen zijn op macht beluste oversten.

Om de haverklap stegen er dan ook ‘drones’ op in Paleis 12 die boven onze hoofden zweefden: koddige, met lampjes verfraaide tuigen die ons eerder deden denken aan de Vliegende Bol van Professor Gobelijn dan aan gevaarlijke oorlogsmachinerie.

Het podium in het midden van de concertbunker bood zanger-gitarist Matthew Bellamy, bassist Chris Wolstenholme en drummer Dominic Howard de gelegenheid om alle hoeken van de zaal te bespelen. De heren musiceerden van op een draaiend platform, bovendien wandelden Bellamy en Wolstenholme regelmatig naar een andere kant van dat podium. Een catwalk liep naar een zijpodium waar de gitaristen naar hartenlust konden soleren onder de spotlichten, in het volle zicht van de achterste tribunes.

Aan visueel snoepgoed geen gebrek. Er waren de flikkerlampjes op de gitaarhalzen, het lichtgevende brilmontuur van Bellamy, confetti -en slingerkanonnen en een gigantische pikzwarte bommenwerper die over het publiek cirkelde. Batman zou er jaloers van worden.

Geen Museconcert zonder flashy videobeelden. In Brussel lieten de jongens het niet na hun fascinatie voor complottheorieën nog eens breed uit te smeren. Wij onthouden: Westerse regeringen houden ons onder de knoet en zijn er vooral op uit fascistoïde regimes te installeren. Zoiets. De monsterachtige marionettenspeler die zich tijdens ‘The handler’ uitstrekte over de verschillende videoschermen sprak boekdelen. Knap staaltje animatie trouwens. We vergaapten ons ook aan de hypergestileerde sciencefictionfragmenten die nu gingen lenen bij Fritz Langs Metropolis, dan weer bij Bessons The Fifth Element.

U hoort ons niet klagen over de setlist. Bellamy en co. serveerden net die songs waarin de gitaren gromden en hakten als in het beste van Rage Against The Machine. Zie: de dolle groovemetal van ‘Psycho’, het met Wolstenholmes vingervlugge basloopje dooraderde ‘Hysteria’ en het Millionaire-eerbetoon ‘Supermassive Black Hole’, met een geweldige gitaarsolo als het gekrijs van tien dolle katers. ‘Plug in baby’ werd door het uitzinnige publiek omgeturnd tot een drinklied, ‘Starlight’, ‘Uprising’ en ‘Mercy’ dikten het volksfeest nog wat heftiger aan. Dansen op de paranoïde soundtrack van de nakende apocalyps? Waarom niet?

Ook de songs waarin de gitaren minder prominent hapten en snauwden, spanden de spieren op, met dank aan hun dikke elektrobeats of de synths-uit-een-doosje. ‘Dead inside’, bijvoorbeeld, of ‘Madness’ en ‘Undisclosed desires’, flukse popsongs die moeiteloos de hitparades infiltreerden. Muse heeft geen hardrockgitaren nodig om een vuist te kunnen maken.

Hadden we dit type Muse-spektakel al gezien? Eerlijk gezegd wel. Muse zweert nu eenmaal bij variaties op dezelfde thema’s. Kennelijk werkt die formule prima. Daar hoort pathos en overdrijving bij, ja.

Toegegeven, we zijn niet tuk op zijn melodramatische progrockpastiches zoals ‘United states of Eurasia’ (te hysterisch) en het afsluitende ‘Knights of Cydonia’ (teveel kitsch). Maar het klopte allemaal wel in het van de pot gerukte Muse-universum. Zij die er graag vertoeven, kregen in Paleis 12 een koningsmaal voorgeschoteld.

Gezien op 12 maart in Paleis 12, Brussel (***)