De illegalenstorm mag gaan liggen
Tom Naegels

Mensen bestempelen als ‘illegaal’, Tom Naegels blijft er moeite mee hebben. Dat het een bondiger term is dan ‘mensen zonder papieren’ is maar een zwak argument.

Een van de eerste columns die ik als ombudsman schreef, in augustus 2011, ging al over de vluchtelingencrisis (‘Illegaal gestikt?’, DS 3 augustus 2011 ). Ik bekritiseerde toen de krant voor het gebruik van de term ‘illegalen’, in dat specifieke geval voor mensen die niet eens illegaal in Europa waren op het moment dat ze stikten in hun boot op de Middellandse Zee. Meer in het algemeen vond ik het een hardvochtige, gekleurde benaming voor mensen van wie je het verblijfsstatuut (of het ontbreken ervan) wil benoemen. Met ‘zonder papieren’ of, als het kort moet, ‘sans-papiers’ zijn er neutralere alternatieven voorhanden.

De hoofdredactie was het met me eens, en het is ondertussen redactioneel beleid dat De Standaard de term niet meer gebruikt. Dat betekent zeker niet dat hij verdwenen is, maar de afgelopen jaren is het gebruik wel duidelijk gedaald: dook ‘illegalen’ in 2011 en 2012 nog elk jaar op in zo’n 120 artikels in de papieren krant, dan was dat vorig jaar nog maar bijna de helft: 63. Maar dit jaar – het is nog maar pas begonnen, ik weet het – lijkt daar weer een kentering in te zitten: het Vlaamse nieuwsarchief Gopress vond 24 artikels met die term in De Standaard, voornamelijk over de vluchtelingenkampen in Noord-Frankrijk en de vrees dat er aan de Belgische kust ook zullen opduiken.

Waarom niet ‘migrant’?

Specifiek voor die groep is de term ‘illegaal’ ook verwarrend, vind ik. Het gaat immers om vluchtelingen (of voor wie het nog neutraler wil: migranten) die willen doorreizen naar Groot-Brittannië, dus niet van plan zijn om in België of Frankrijk te blijven en daarom geen asielaanvraag indienen. Ze verblijven weliswaar illegaal op een grondgebied, maar dan een dat ze zo snel mogelijk willen verlaten. Om het verschil te maken met de afgewezen en ondergedoken asielzoekers die we kennen van de campagnes voor regularisering, heeft de politiek blijkbaar het neologisme ‘transit-illegaal’ bedacht (een variant van het gewonere ‘transitmigrant’), al komen beide ondersoorten duidelijk ook samen voor: ‘De tien kustburgemeesters vragen minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) in een brief om dringend meer middelen te voorzien voor de aanpak van illegalen en transit-illegalen in de kuststreek’(DS online 13 januari) . Is het niet gewoner om deze mensen ‘migranten’ of ‘vluchtelingen’ te blijven noemen? Anders kun je de honderdduizenden Syriërs, Afghanen, Eritreeërs en Irakezen die het afgelopen jaar vanuit Griekenland, Italië, Hongarije zijn doorgereisd naar West-Europa, of die op dit moment ergens aan een hek staan te dringen om dat te mogen doen, wel allemaal ‘transit-illegaal’ noemen. ‘De ­transit-illegalencrisis van 2015.’

Maar ook de ‘gewone’ illegaal leidt tot pijnlijke situaties. Zo protesteerde een lezer terecht tegen deze titel: ‘In het grootste geheim lesgeven aan illegale kinderen’ (DS 29 februari) . Dat ging over leerkrachten die kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers toch blijven helpen. Geen hardvochtig stuk dus, maar niettemin: een illegaal kind, wat is dat? (Het is zeker in die samenstellingen dat de gevoelswaarde van ‘illegaal’ duidelijk wordt, vind ik. ‘Aan de Belgische kust’, zo lees ik op 25 januari in de papieren krant, ‘heerst een illegalenstorm.’ Op 14 januari was het online nog een ‘illegalenstroom’. Een stroom van illegale kinderen dan maar?)

Het tegenargument dat ik soms van eindredacteurs hoor, is dat ‘mensen zonder papieren’ te lang is, zeker om in een kop te zetten. ‘Illegalen’ is kort, altijd een pluspunt voor wie bondig een artikel moet samenvatten. Dat snap ik, maar ook weer niet. Want veel titels in De Standaard zijn best lang. De krant kiest dikwijls voor uitgebreide citaten, of werkt met volledige zinnen als bovenkop. Ook deze titel - ‘In het grootste geheim lesgeven aan illegale kinderen’ – wint niet de gouden bal voor meest gebalde kop van het jaar. Met een beetje prutsen aan dat ‘in het grootste geheim’ heb je zo plaats gemaakt.

Geen consensus

Ik besef zeer goed dat er over de gevoelswaarde van ‘illegalen’ (zoals over de meeste migratie-gerelateerde woorden) geen algemene consensus bestaat. Voor veel Nederlandstaligen is het nu eenmaal het woord dat in het dagelijkse taalgebruik gemeengoed geworden is, en meer moet je daar niet achter zoeken. Ook andere media lijken die redenering te volgen. Verscheidene van de artikels in De Standaard waarin sprake is van ‘(transit)illegalen’ komen van het persagentschap Belga, of van een van de zusterkranten van Mediahuis. Het is het goede recht van die titels om een andere politiek te volgen. Maar als De Standaard dan toch besloten heeft dat dat woord niet neutraal is, dan ziet de krant er best op toe dat het zowel in de eigen stukken, als in stukken die ze van anderen overneemt, vervangen wordt door een duidelijk en neutraal alternatief.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)