Het land van de lange, witte wolk
Foto: Dieter Moeyaert

Als je dan toch naar de andere kant van de wereld reist om Australië te bezoeken, kan je evengoed buurland Nieuw-Zeeland meenemen. Dieter Moeyaert sluit zijn reisblog op De Standaard Life & Style af in het land waar je het grootste aantal verschillende landschappen op de kleinste oppervlakte terugvindt.

Laat ik met de deur in huis vallen: als ik geweten had hoe mooi en hoe leuk Nieuw-Zeeland is, had ik Australië meteen overgeslagen om hier wat meer tijd door te brengen. Nu Zilind – de Kiwi’s hebben nóg een ander accent dan Australiërs – is een lust voor het oog.

Ik weet wel dat deze blog ‘Aussie Tales’ heet, maar aangezien The Real Middle Earth op slechts anderhalf uur vliegen van Australië ligt, en voor België bovendien meer Down Under is dan zijn grote broer, heb ik er met permissie voor gekozen om ook een aflevering aan deze plek te wijden.

Landschappen

Mijn trip doorheen de plek die een nooit eerder vertoonde toeristische boost kreeg in het begin van de 21ste eeuw dankzij Peter Jacksons Lord of the Rings-trilogie, begon in Auckland. Ondanks het feit dat hier met 1,3 miljoen mensen iets meer dan een vierde van alle Nieuw-Zeelanders woont, is dit niet de hoofdstad van het land. Die rol is weggelegd voor Wellington, in het zuiden van het Noordereiland.

Veel mensen verkiezen het Zuidereiland boven het Noordereiland, omdat daar zogezegd veel mooiere natuur te vinden is, maar smaken verschillen: waar je de glooiende heuvellandschappen van het noorden kunt vergelijken met het bucolische karakter van The Shire uit LOTR, echoën de ruige en dramatische bergketens van het zuiden eerder Mordor.

Beiden zijn ronduit fantastisch. Nieuw-Zeeland, of Aotearoa (‘land van de lange, witte wolk’) in de taal van de Maori, de oorspronkelijke bewoners van dit 270.000 vierkante kilometer grote land, heeft het grootste aantal verschillende landschappen op de kleinste oppervlakte: je vindt er fjorden, gletsjers, polders, bergen, stranden, meren - alles, behalve woestijn.

In Australië had ik veel meer het gevoel dat ik aan de andere kant van de wereld was dan in Nieuw-Zeeland. Dat had veel te maken met het weer, dat in Oz meestal bloedheet was, terwijl het wel eens wil grillen in Nieuw-Zeeland. Maar het had ook veel vandoen met de inwoners van het land, die ik veel zachter, gastvrijer en vriendelijker vond dan de luide en ruwe Australiërs. Ze gaven me veel meer het gevoel dat hun thuis mijn thuis was.

En dan was er nog een groot verschil (iets wat voor mij persoonlijk een heel gevoelig punt vormt): Nieuw-Zeeland heeft geen slangen, en nauwelijks spinnen. Ongelofelijk maar waar, ook al vormden beide landen ooit één geheel, zijn er hier geen creepy crawlers.

De controles in de luchthaven van Auckland waren er natuurlijk ook wel naar: het duurde ongeveer een uur voor ik het laatste controlepunt na de bagageband had bereikt. De douanebeambte vroeg of ik wandelschoenen bij had. Dat was niet het geval, maar had ik die wel bij me gehad, zouden ze gecontroleerd worden op aarde of ander vuil aan de onderkant, om daarna eventueel door de beambte te worden gepoetst. Nieuw-Zeeland stelt alles in het werk om zijn flora en fauna zo inheems mogelijk te houden.

Sulferputten

Op het Noordereiland meanderde ik langzaam van Auckland naar Wellington. Eerst via de verbluffend mooie landschappen van het schiereiland Coromandel, dat beroemd is omwille van zijn Cathedral Cove, een monumentale rotsformatie die een natuurlijke kathedraal vormt, en Hot Water Beach, waar heet water omhoog pruttelt door het zand.

Maar eigenlijk is de westkust van het schiereiland veel mooier dan de toeristische oostkust. Een gravelweg van 26 kilometer brengt je van Coromandel Town naar Port Jackson, met aan de ene kant van de weg een steile rotswand, en aan de andere kant een gapend ravijn, die uitloopt in de diepblauwe oceaan. Port Jackson en Fletcher Bay vormen de beloning voor chauffeurs die de beproeving doorstaan.

Na Coromandel waagde ik me in de grotten van Waitomo, vergaapte ik me aan de borrelende en naar rotte eieren stinkende sulferputten van Rotorua, ging ik wijn proeven in de Hawke’s Bay-regio rond art-decostad Napier, en gaf ik me over aan de vele geneugten van Wellington, een stad die meer bars en restaurants per capita telt dan New York. Wellington noemt zich The Middle of the Middle Earth, en is ook de thuisbasis van de Weta Cave; het studiocomplex waar het overgrote deel van LOTR werd opgenomen.

Wijn en paradijselijke stranden

Een korte ferrytrip met de Interislanderboot bracht me van Wellington naar Picton, het noordelijkste stadje van het Zuidereiland. Picton vormt de toegangspoort tot de vermaarde Marlborough-wijnregio, waar veel van Nieuw-Zeelands meest bekroonde wijnen vandaan komen. Marlborough is vooral bekend voor zijn Chardonnay en Sauvignon blanc. Ik zag kans om er een heel pak van te proeven, op het jaarlijkse Food & Wine Festival in Blenheim.

Wie in het noorden van het Zuidereiland vertoeft, kan niet om het Abel Tasman National Park heen, één van de meest paradijselijke plekken van Nieuw-Zeeland. Dit 225 vierkante kilometer grote natuurreservaat beschikt over prachtige wandelpaden, exotische stranden en een handjevol exclusieve lodges, waar je in alle comfort de nacht kunt doorbrengen.

Ik deed een tweedaagse zeekajaktocht, waarbij ik overdag de grillige kustlijn volgde, en daarbij zeehonden spotte op onbewoonde eilandjes, en ‘s avonds de zonsondergang bewonderde in weelderig begroeide, van de wind beschutte baaien.

Chch

Meer avontuurlijk aangelegde reizigers zullen de westkust van het Zuidereiland verkiezen om af te dalen naar Queenstown, de stad in de zuidpunt van Nieuw-Zeeland, maar ik koos voor de iets gematigder oostkust, waar je beschut bent voor de Westerlies, de krachtige westenwinden die vaak ook nattigheid met zich meebrengen. Ik bezocht Kaikoura, beroemd dankzij de scholen walvissen en dolfijnen die je er kunt zien, en Christchurch. Die laatste stad is een aparte paragraaf waard.

Op 22 februari 2011 schudde een aardbeving van 6,3 op de schaal van Richter Christchurch duchtig door elkaar, met verwoestende gevolgen. 185 mensen lieten het leven, het grootste gedeelte van het zakendistrict lag in puin, de meeste overlevenden zochten andere oorden op. Vandaag vormt de stad nog altijd één grote bouwwerf, met de halfverwoeste kathedraal als gapende wond in het midden van het centrum, maar de creatieve breinen van Christchurch staken de koppen bij elkaar en uit het puin ontstond een prachtige, nieuwe stad met innovatieve projecten, leuke cafés en schitterende streetart: leegstaande gebouwen vormen een prima canvas voor straatartiesten zoals onze eigenste Roa. Chch, zoals Nieuw-Zeelanders de stad noemen, is een heel bijzondere plek.

Bij het ter perse gaan van deze aflevering had ik net de albatrossenkolonie bezocht op het Otago-schiereiland bij Dunedin, en stond ik op het punt om Roy’s Peak te beklimmen in Wanaka. De vermaarde Milford Sound stond nog op het programma, net als het naar verluidt prachtige stadje Queenstown. Daarmee zat mijn bezoek aan Nieuw-Zeeland er op. Nog terwijl ik er was, had ik al heimwee naar de plek - zo’n diepe indruk maakte het land op me. Als het dus even anders was gelopen, had deze blog evengoed ‘Kiwi Tales’ kunnen heten.