Al-Qaeda-leider Osama bin Laden heeft beschreven hoe minstens 29 miljoen dollar van zijn fortuin na zijn dood moest verdeeld worden. Het meeste moest naar de jihad gaan, zo blijkt uit nieuwe documenten. Kort voor zijn dood plande hij bovendien een nieuwe reeks aanslagen.

De VS heeft nieuwe documenten vrijgegeven die in het huis zijn gevonden waar Osama bin Laden zich jarenlang schuilhield. In 2011 werd de Al-Qaeda-leider in het Pakistaanse dorp Abbottabad gedood door Amerikaanse elitetroepen.

In een handgeschreven brief, die waarschijnlijk eind jaren negentig is opgesteld, beschrijft Bin Laden hoe 29 miljoen dollar die hij in Soedan had staan na zijn dood moest verdeeld worden.

Een procent van het bedrag moest naar Mahfouz Ould al-Walid gaan, een hooggeplaatste Al-Qaeda-militant. Een andere medewerker, Abu Ibrahim al-Iraqi Sa’ad, werd hetzelfde beloofd.

Jihad

Bin Laden drong er bij zijn naasten op aan om de rest van het geld voor de ‘heilige oorlog’ te gebruiken. ‘Ik hoop dat mijn broeders, zusters en tantes mijn wil gehoorzamen en al het geld dat nog over is in Soedan aan de jihad uitgeven, voor Allah’, schreef hij.

Voor een aantal familieleden had hij daarnaast specifieke bedragen in gedachten.

In een brief die 15 augustus 2008 is gedateerd, vraagt Bin Laden aan zijn vader om voor zijn vrouw en kinderen te zorgen als hij eerst sterft.

Bin Laden leefde vijf jaar in Soedan tot hij in mei 1996 onder druk van de VS werd gevraagd om het land te verlaten. Daarna trok hij naar Afghanistan waar hij zijn nieuwe strategie voor globaal terrorisme lanceerde. Het document toont aan dat Bin Laden, althans voor de aanslagen van 9/11, over veel middelen beschikte.

Nieuwe aanslagen

Kort voor zijn dood plande de terroristenleider volgens de documenten nog een nieuwe mediacampagne en nieuwe aanslagen, hoewel zijn organisatie al flink verzwakt was. ‘We moeten onze operaties in Amerika uitbreiden en ontwikkelen en niet beperken tot het opblazen van vliegtuigen’, schrijft hij.

In een ongedateerde brief gericht aan ‘het Amerikaanse volk’ drijft hij de spot met de Amerikaanse president Barack Obama omdat hij de oorlog in Afghanistan niet kan beëindigen. Opvallend is ook dat de terreurgroep erg bezorgd was over drone-aanvallen en spionnen.

Ook eerder zijn al documenten uit Abbottabad vrijgegeven. De memo’s, brieven, kladbladen en richtlijnen geven een unieke kijk in zijn geestestoestand, zijn tactische plannen, zijn angst voor de westerse inlichtingendiensten en zijn bekommernissen over het imago van Al-Qaeda.