Queensland: het beste onder de zon
Foto: Dieter Moeyaert

De rondreis door Australië zit er bijna op. Na passages door Sydney, Melbourne, Tasmanië, Adelaide, The Red Centre, The Top End, de westkust en Perth, en vlak voor zijn afreis naar Nieuw-Zeeland, voert Dieter Moeyaert een ultieme splash ‘n’ dash uit in de Sunshine State: Queensland.

Naarmate de maanden en belevenissen zich opstapelden, viel het me steeds zwaarder om er elke dag opnieuw met een fris gemoed tegenaan te gaan, en mijn indrukken van dit gigantische continent zo goed mogelijk in woord en beeld te gieten. Ik wist zelfs niet dat je reismoe kon worden (daar dénk je zelfs niet aan, wanneer je net voor een grote trip staat te trappelen om te vertrekken) maar tegen het einde kroop toch er een zekere vermoeidheid in mijn vel.

Reisreportages maken vertoont op meer dan één vlak gelijkenissen met het draaien van een speelfilm, of van een tv-reeks (ik heb ervaring met beide: als inwoner van Brugge vond ik makkelijk de weg naar jobs in producties als In Bruges, Buddenbrooks, The White Queen en zelfs de Bollywoodfilm PK). Daarin komt het erop aan om in een zo kort mogelijk tijdsbestek een maximale hoeveelheid dialoog te verwerken, het liefst met prachtige beelden. Met de nodige stress: elke minuut kost handenvol geld.

Mijn reisbudget was niet ongelimiteerd, en raakte integendeel bijzonder snel uitgeput in Australië (niet voor niets het land met de hoogste levenskost ter wereld, volgens een jaarlijks onderzoek van Deutsche Bank).

Met andere woorden: ik moest zo efficiënt mogelijk omspringen met mijn tijd. Nu is efficiëntie niet meteen één van mijn sterktes - in se ben ik een luie vlam die zijn dagen het liefst liggend op een strand doorbrengt - dus viel het me niet makkelijk om ook in Queensland de leukste plekjes te selecteren en zo snel mogelijk in beeld te brengen. Maar uiteindelijk is het me gelukt.

Bananenplooiers

Australiërs noshen graag een barbie (eten graag barbecue), ganderen al eens in footie (spelen graag AFL, een Australische versie van het in oorsprong Britse rugby) en Acca-Dacca vinden ze fair dinkum bonza – AC/DC vinden ze echt een toffe band. Hallo is g’day, vriend is cobber en het in Engeland verfoeide c**t-woord is bij hen een normale begroeting.

Ze bedachten ook nicknames voor elkaar. Een verklaring voor de namen hoef je niet ver te zoeken; ze zijn vrij letterlijk te nemen. Inwoners van New South Wales zijn of Cockroaches of kakkerlakken, in Victoria vind je de Gum Suckers of rubberkauwers (daar was de hars van rubberbomen de eerste kauwgom), Tasmanen zijn Apple Islanders; in South Australia krioelt het van de Crow Eaters, omdat het lijkt alsof hun vlag een agressieve kraai of magpie afbeeldt. In The Northern Territory vind je de Alcoholics of het Crocbait (‘krokodillenvoer’) - geen van beiden een leuke optie, hoewel ik er enkel lieve mensen heb ontmoet - en ben je in Western Australia, dan zit je tussen de Sandgropers of... nee, dat is niet voor publicatie vatbaar. Zie Google Translate.

In Queensland wonen de Banana Benders of ‘bananenplooiers’. De bijnamen zijn speels bedoeld, maar in de jaarlijkse NRL interstate rugbywedstrijd tussen New South Wales en Queensland (de zogenaamde State of Origin) komt deze rivaliteit pas echt tot leven - dan gaat het er minder speels aan toe en kunnen plaagstoten in echte rellen ontaarden. In Australië is er een dunne grens tussen agressie en speelsheid.

In Brisbane kwam ik dus terecht tussen de vrolijke, van het leven genietende Bananenplooiers. Deze hoofdstad van Queensland ligt op twintig kilometer van de kust, maar dankzij zijn ligging aan de Brisbane River heb je toch het gevoel dat je in een kuststad vertoeft. Het mooiste uitzicht op de skyline van de stad heb je vanop de 74 meter hoge Story Bridge, en in de South Bank Parklands-wijk heb ik gezellig gepicknickt, kon ik naar livemuziek luisteren, en beleefde ik de relaxte Australische levenshouding op zijn best.

Strandschuimen

Ik zei het al: ik ben een echte beachcomber, of ‘strandschuimer’. Geef me een strand en wat zon, en ik ben vertrokken voor een paar uur zonder enige beweging - of het moet de bijzonder vermoeiende bodyroll zijn van mijn buik op mijn rug, of vice versa.

De staat Queensland heeft prachtige stranden, met Whitehaven Beach op kop. Dat paradijs is samen met zijn hagelwitte zand en azuurblauwe water te vinden op één van de 74 Whitsunday-eilanden, makkelijk te bereiken via Cairns. Andere stranden waar ik mijn hartje heb kunnen ophalen zijn die van Noosa Heads en van het hippie- en surfersparadijs Byron Bay.

Regenwoud

Naar Queensland ga je in de eerste plaats voor de paradijselijke stranden, maar op het vasteland heb ik ook mooie dingen gezien, te beginnen met het Daintree-regenwoud. Dit is het oudste regenwoud ter wereld, op een uurtje rijden ten noorden van Cairns. Let er wel op dat dit gedeelte van Queensland zich in het tropische noorden van Australië bevindt: van oktober tot april hangt hier een vochtigheidsgraad van om en bij de tachtig graden, en plotse moessonregens durven de wegen al eens onder water te zetten.

Koraalrif

Ik had al snel genoeg van die vaste grond onder mijn voeten: vanuit Cairns vond ik gemakkelijk mijn weg naar het Great Barrier Reef, het grootste koraalrif ter wereld. Het strekt zich uit over 2.300 kilometer, van het Lady Elliott-eiland in het zuiden, naar het noordelijkste punt van Queensland, en daarmee is het rif het enige stuk natuur dat vanuit de ruimte te zien is. Ik nam de boot in Cairns, met Ocean Rafting, die onder meer aanlegt op Airlie Beach, en op een prachtig stukje koraalrif, waar ik een paar uur naar hartenlust heb kunnen snorkelen.

Zand tussen de tenen

In de terugtocht naar Brisbane passeerde ik over Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. Met een jeep zoef je zó dit eiland over, via een 120 kilometer lange zandautostrade. Je vindt er prachtige zoetwatermeren, zoals Lake McKenzie.

Als er me meer tijd gegund was in Queensland, had ik ook de Stockman’s Hall of Fame bezocht, in Longreach, waar de negentiende-eeuwse geschiedenis van de bushrangers (door Australiërs verafgode outlaws die zich verschuilden in de bush, en overleefden door onder meer vee te roven, het bekendste voorbeeld is de bandiet Ned Kelly) tot leven komt, of het Qantas Founders Museum, ook in Longreach; waar je je kunt verdiepen in de geschiedenis van de luchtvaartmaatschappij, die even vervlochten is met Australië zoals Sabena dat was met onze vaderlandse geschiedenis.