‘Slachtoffers kunnen nog altijd naar opvangpunt van bisdom stappen’
Johan Bonny. Foto: BELGA

Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, zegt dat slachtoffers van seksueel misbruik door geestelijken nog altijd bij de opvangpunten van de bisdommen terecht kunnen. ‘Maar we moeten ook respecteren als slachtoffers zich niet kenbaar willen maken.’

Een vijftigtal slachtoffers van historisch seksueel misbruik in de Kerk zetten vandaag in De Standaard voor het eerst hun naam onder een oproep aan andere slachtoffers die nog niets hebben ondernomen, om alsnog met hun verhaal naar buiten te komen en een klacht tegen hun dader in te dienen of om naar een opvangpunt van de bisdommen en congregaties te stappen. Volgens de slachtoffers is het historisch seksueel misbruik in de Kerk nog lang niet helemaal in kaart gebracht en blijven slachtoffers nog worstelen met wat hen is aangedaan.

Johan Bonny, bisschop van Antwerpen, vindt zo’n oproep een goede zaak. ‘Ook wij als kerk zeggen al vijf jaar lang dat slachtoffers zich kenbaar kunnen maken als ze dat wensen. We kunnen dat alleen maar blijven zeggen’, aldus Bonny.

Volgens het rapport ‘Van taboe naar beleid’ van de Interdiocesane Commissie voor de Bescherming van Kinderen en jongeren, dat de bisschoppen vandaag voorstellen, hebben de voorbije vier jaar al meer dan 1.000 slachtoffers van misbruik door geestelijken op een of andere manier hulp en erkenning gezocht. 628 slachtoffers stapten naar het onafhankelijke Centrum voor Arbitrage, dat in de nasleep van de parlementaire commissie seksueel misbruik werd opgericht. 418 slachtoffers stapten naar een van de elf opvangpunten van de Kerk (één per bisdom en één voor de congregaties). In totaal keerde de Kerk al 3,9 miljoen euro aan schadevergoedingen uit.

‘Dat er verhalen zijn die nog niet naar boven zijn gekomen, dat zal zeker waar zijn’, zegt Bonny. ‘De samenleving is een hooimijt vol met niet en half verwerkte verhalen. Maar als slachtoffers zich niet kenbaar willen maken, moeten we dat ook respecteren. Ze kunnen daarvoor verschillende redenen hebben. Misschien hebben ze het misbruik een plek gegeven of misschien willen ze hun familie er liever niet bij betrekken. Bij veel slachtoffers ligt op die oude wonden een korst, zij willen liever niet dat die opengehaald wordt.’

Volgens Bonny komen er nog altijd druppelsgewijs verhalen bij de bisdommen binnen. ‘Maar veel zijn het er niet meer’, zegt de bisschop van Antwerpen. ‘Het voorbije jaar heb ikzelf ook nog mensen ontmoet. Zij komen vertellen dat ze slachtoffer zijn geweest, maar voegen er meteen aan toe: “daar stopt het mee. Ik wil het u gewoon eens zeggen.’

In Gent loopt op dit moment in beroep een rechtszaak van slachtoffers tegen wat ze de ‘doofpotschade’ van de Kerk noemen. Zij storen zich aan de twee gezichten van de bisschoppen: heel empathisch in persoonlijke contacten, maar snoeihard in de rechtbank. Slachtoffers vragen zich af of u wel weet wat uw advocaten daar pleiten?

Bonny: ‘Natuurlijk weten wij dat, maar de pleidooien laten we aan de advocaten over. Dat is ons metier niet. Een bemiddeling en een rechtszaak zijn twee verschillende wegen, twee verschillende werelden met twee verschillende talen ook. In onze brochures en in ons contact met slachtoffers spreken wij altijd de eerste taal, die van verzoening, tegemoetkoming en heling. In de rechtbank wordt een andere taal gebruikt, die van advocaten.’

Net daarom: dubbel pijnlijk, vinden de slachtoffers.

‘Dat kan ik aannemen. Het is als een koppel dat in een vechtscheiding zit en van elkaars advocaten de meest pijnlijke dingen te horen krijgt. Slachtoffers zijn zelf in de rechtszaal naar de pleidooien gaan luisteren. Zelf doe ik dat liever niet.’