'De grote musea in België worden slecht geleid, niet geëvalueerd en zijn overbemand'
Foto: Jimmy Kets
Tussen ceo’s en kunstenaars is het water onmetelijk diep. Luc Tuymans en Fernand Huts vegen dat en andere vooroordelen gezamenlijk van tafel. ‘Alsof iemand die kapitaalkrachtig is, vies is.’ ‘En alsof een kunstenaar per definitie links is.’ dS Weekblad bracht de twee samen om te praten over efficiëntie en esthetiek.

Wanneer we Fernand Huts voorstellen om met Luc Tuymans in debat te gaan over de toekomst van kunst en cultuur, nodigt hij ons uit in de hoofdzetel van zijn Katoen Natie. Niet toevallig. Huts maakte vorige week bekend dat hij 8,12 miljoen euro per jaar pompt in cultuurwerking, 0,5 procent van de omzet van Katoen Natie. De ceo als mecenas.

Deze week liet ook Tuymans zich van zijn liefdadige kant zien. Hij doneert een van zijn werken: Bijoux, geschat op 150.000 tot 225.000 euro. Christie’s veilt het, de opbrengst gaat naar Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle, dat zich door beperkte subsidies genoodzaakt ziet alternatieve inkomsten aan te boren om te kunnen renoveren. Over alvast één ding zijn beide mannen het in dS Weekblad alvast roerend eens: de overheid kan het niet aan. Musea en de erfgoedsector worden al decennia ­ondergefinancierd. 

Wat vindt u van het initiatief van meneer Huts?

Tuymans: ‘Dat kan ik toch alleen maar bejubelen, niet?’

Gelooft u dat het puur altruïsme is? Wanneer hij op de persconferentie ‘Wir schaffen das’ roept, geeft hij ook een politieke boodschap.

Huts: ‘Helemaal niet. Journalisten interpreteren dat politiek, dat is hun verantwoordelijkheid.’ (beiden lachen)

U gaat toch niet beweren dat het bedrag dat u geeft, 8 miljoen, toevallig is? U benadrukte het zelf nog: ‘Ik geef in mijn eentje evenveel als wat de 21 erkende musea samen aan werkingskosten van de Vlaamse overheid krijgen.’ 

Huts: ‘Dat was niet politiek bedoeld. (Tuymans blijft lachen) Ik ben de meest verdraagzame mens. Van mij mag de overheid haar ding doen. Ze worstelt wel met twee problemen: een enorme bureaucratisering en een gebrek aan beslissingsverantwoordelijkheid. Op bestuurlijk vlak is dat een ramp: controle op controle, papierberg op papierberg. Niet alleen in cultuur overigens, ook in mijn sector. Wij hebben de tijd en het geld niet om zo inefficiënt te functioneren als de overheid. Als mijn mensen rond de tafel gaan zitten, moeten ze eerst opschrijven hoeveel die vergadering gaat kosten. En op het einde moeten ze noteren wat ze beslist hebben.'

'In de bureaucratie vergaderen ze met tien en het resultaat is dat ze alleen beslist hebben wanneer de volgende vergadering is. Vandaar mijn visie: de kunstwereld heeft entrepreneurschap nodig. Tak-tak-tak! Snelle beslissingen, niet te veel vergaderen en palaveren. Het tweede probleem is het tekort aan middelen. De vraag is natuurlijk of daar een draagvlak voor is: is de maatschappij bereid meer middelen te geven?’

Filosoof Robrecht Vanderbeeken  ziet het droogleggen van cultuur  als symptomatisch voor een ruimere maatschappelijke impasse: een gebrek aan verbeelding.

Huts: ‘Ik zie het toch veeleer als een gebrek aan lef. De algemene staatsbegroting kent problemen om in evenwicht te raken, maar cultuur is het grootste slachtoffer. Het budget voor cultuur wordt in verhouding veel meer afgebouwd dan dat van de andere departementen. De politiek kiest daarmee voor de makkelijkste weg. Cultuur is een brave sector, daar verwachten ze geen  tegenstand van.’  

Tuymans: ‘De politieke wereld gaat daar schandalig mee om, vanuit totale desinteresse én onwetendheid. Subsidiëring van kunst wordt voorgesteld als iets wat alleen maar alles zou opeten. Een mythe verspreid door populisten. Het klopt niet, het zorgt voor een geweldige dienstensector. Eigenlijk is net het tegenovergestelde waar: het brengt veel meer op dan het kost. Elke eurocent die in kunstsubsidies wordt gestoken, wordt driedubbel terugverdiend. Vergeet niet, de kunstwereld is een miljardenbusiness. Het rendement dat een kunstwerk kan opleveren, daar kan geen enkele bankinstelling tegenop.’

‘Dat is eerlijk gezegd disproportioneel en misschien zal die bubble ooit ontploffen. Maar het functioneert nu wel mondiaal zo. En dat begrijpt de overheid maar niet. Het beeld dat van de kunst bestaat, is overgeromantiseerd. Ik verzeker u, eens je bekend en beroemd bent, zoals in my world, op het hoogste echelon, is het niet meer zo sympathiek.’ 

Huts: ‘Ik heb het voordeel dat ik gepercipieerd word als zeer sympathiek. (algemene hilariteit) 

Lees zaterdag het volledige dubbelinterview met Fernand Huts en Luc Tuymans, online en in dS Weekblad. Ze hebben het onder meer over kunstfinanciering, de inefficiëntie van de overheid en kunst als politieke boodschap.