'De aandacht moet terug naar de kleding'
Resort16 Foto: Ronald Stoops

Voor een keer ging niet de kleding zelf met de meeste aandacht lopen tijdens de modeweken, maar wel de hele aanpak errond. Ook Belgische ontwerpers vinden het tijd voor verandering. Wij vroegen Christian Wijnants wat hij denkt. 'De huidige manier van werken is voor niemand nog haalbaar.'

Dat het snel gaat in de mode. Terwijl winkels hun zomercollecties nog maar goed en wel hebben uitgepakt, worden we al om de oren geslagen met de trends voor volgende winter. Niet alleen voor de ontwerpers, maar ook voor de consumenten gaat het soms te snel. Of net niet snel genoeg? Want waarom moeten we zes maanden wachten op de kleding die we vandaag op de catwalk zien?

Sinds Burberry vorige maand aankondigde om hun halfjaarlijkse defilés voortaan net voor het seizoen te plannen, waardoor collecties meteen na de show kunnen worden aangekocht, is er al heel wat gezegd en geschreven over 'misschien wel de grootste omwenteling in de modewereld'. Een aantal grote spelers volgt het voorbeeld van Burberry en wil collecties meteen beschikbaar maken (Tom Ford, Tommy Hilfiger), maar de meesten lijken - althans voorlopig - vast te houden aan het oude model (Dior, Chanel, Balenciaga), zeker wie toont in Parijs.

Een modeweek waar vanouds ook veel Belgen aan deelnemen, al lijkt hun aantal toch af te nemen. A.F. Vandevorst heeft met succes een eerste keer in Londen getoond en sluit niet uit dat er een vervolg komt, Cédric Charlier kondigde dan net weer aan dat hij woensdag zijn laaste show op de modeweek in Parijs heeft georganiseerd. Hij wil zich voortaan beperken tot twee in plaats van vier collecties en shows per jaar, die hij eerst in New York en dan in Milaan en Parijs voorstelt, buiten de traditionele modeweken.

Charlier is niet de enige Belgische ontwerper die zoekt naar eigen oplossingen om het drukke schema het hoofd te blijven bieden. Ook Christian Wijnants, die zijn label oprichtte in 2003, is van mening dat het modesysteem aan herziening toe is, al vindt hij niet dat ontwerpers massaal het voorbeeld van Burberry moeten volgen.

‘Het lijkt me voor de meesten onmogelijk om een collectie meteen in de winkels te hebben liggen de dag na de modeshow. Burberry is een totaal ander verhaal, omdat zij hun eigen retail winkels beheren en daardoor meer flexibiliteit hebben', aldus de ontwerper. ‘Al vind ik ook dat de huidige manier van werken niet meer haalbaar is, voor niemand niet. Niet voor ontwerpers, niet voor inkopers, en ook niet voor de pers. De seizoenen overlappen, en de eindconsument kan niet meer volgen.'

‘Momenteel hebben we twee collecties in de winkel: Resort16 en Zomer16, terwijl we in de media al de Pre-Fall16 aan het promoten zijn en in onze showroom in Parijs Winter16 voorstellen. Logisch dat niemand nog volgt. Het is zeker nodig om te bekijken wat anders kan. De beslissing van Burberry is evenwel maar één mogelijke oplossing.’

Pre-collecties

Maar schrappen in het aantal collecties is Wijnants niet meteen van plan. ‘Pre-collecties zijn de laatste jaren veel belangrijker geworden en je ziet ook dat de markt zich daar op richt. Ze verkopen vaak veel beter, enerzijds omdat ze commerciëler zijn, anderzijds omdat ze langer in de rekken hangen. In veel winkels hangt er tegenwoordig zeventig procent pre-collecties tegenover dertig procent hoofdcollectie.'

'Het is niet negatief dat er meer collecties zijn. Er worden op regelmatige basis nieuwe collectiestukken aan de winkels geleverd, waardoor de klant meer keuze heeft én vaker geprikkeld wordt. Het is wel zo dat het moeilijker wordt om als ontwerper vier keer per jaar een sterk verhaal te brengen. Daardoor wordt de druk heel hoog en het ritme steeds sneller. De uitdaging is nu om op zoek te gaan naar een nieuw systeem waarin dit werkbaar wordt voor het hele team.'

Ook Wijnants nam dit seizoen even een pauze van de catwalk, maar was zoals alle grote labels wel aanwezig in Parijs met een showroom waar pers en inkopers de collectie van dichtbij kunnen ontdekken. ‘De aandacht moet terug naar de kleding, niet enkel naar een modeshow die weinig overeenkomt met wat er daarna ook effectief in de winkels komt te hangen. Wij stellen ons vragen bij de hele kalender, we vinden het niet echt werkbaar. Hebben we de ene collectie nog maar afgerond, moet over een zestal weken de ander alweer klaar zijn.'