West is het best
Foto: Dieter Moeyaert

Australië is zo’n groot land dat je er onmogelijk alles van kunt zien – toch niet binnen het tijdsbestek van een half jaar, zoals bij Dieter Moeyaert het geval was. De prachtige Kimberley-regio liet hij na zijn bezoek aan The Top End links liggen, terwijl hij zijn weg zocht van Darwin naar Broome, via de Great Northern Highway.

De afdaling langs de westkust herdefinieerde mijn besef van ‘afstand’. De rest van Australië heeft dat ook gedaan, maar pas daar, tijdens de 3.200 kilometer tussen Broome en Perth (wat op hetzelfde neerkomt als het achtereenvolgens doorkruisen van Frankrijk en Duitsland) besefte ik pas écht hoe groot dit land is.

Elke dag legde ik tussen de zes- en de achthonderd kilometer af, vaak al van ‘s ochtends in alle vroegte, tot laat op de avond. Hieronder vindt u een selectie van de meest bijzondere plaatsen die ik onderweg tegenkwam.

De parelvissers

In het begin van de twintigste eeuw was Broome – een exotisch, ingedommeld stadje met heel wat Aziatische invloeden, zowel qua bewoners als op gastronomisch vlak – het wereldwijde centrum van de parelvisserij. De plek leverde driekwart van alle parels, en zette vierhonderd boten in om die uit de zee te plukken. Parelvissers kwamen uit Maleisië, China, Timor en de Filipijnen, maar de Japanners toonden er zich het vaardigst in.

Het eerste wat ik heb gedaan toen eerst Broome en vervolgens de Indische Oceaan in zicht kwam (’s ochtends vroeg, na een lange, nachtelijke rit), was een koffietje drinken aan Cable Beach, één van Australiës bekendste stranden. Deze plek kreeg zijn naam omdat hier, in 1889, een onderzeese telegrafiekabel gelegd werd naar het Indonesische Banyuwanji, waardoor Australië voor het eerst rechtstreeks in contact was met de rest van de wereld.

De rest van de dag bracht ik door tussen de prachtige zandsteenformaties van Gantheaume Point, waar bij laagtij de 130 miljoen jaar oude afdrukken van dinosauruspoten te zien zijn (helaas was het hoogtij tijdens mijn bezoek), en in de mangrove van Roebuck Bay.

’s Avonds keerde ik terug naar Cable Beach, om er één van de befaamde zonsondergangen te bewonderen. Op de één of andere manier zien die er daar helemaal anders uit dan eender waar ter wereld. Terwijl karavanen van dromedarissen (‘de schepen van de woestijn’) langs de waterlijn trokken, ging de zon onder. Niet lang nadien strekte het hele kleurenspectrum zich boven me uit: van felgeel aan de horizon, over de diepste tinten rood en oranje, uitwaaierend in zacht roze, paars en groen. Adembenemend mooi.

Ningaloo Reef

Normaal had mijn passage door Exmouth - een stoffige, voormalige duikbootbasis van de geallieerde troepen in de Tweede Wereldoorlog - het volgende hoogtepunt op deze roadtrip moeten zijn. Helaas was mijn budget intussen zó geslonken (één advies: huur nooit een wagen bij Avis of een andere grote firma in Australië, want dat kost er een fortuin) dat ik niet met de walvishaaien heb kunnen zwemmen rond het Ningaloorif. En daar is Exmouth in heel Australië voor gekend.

Dat rif zelf, waarvan veel mensen zeggen dat het mooier en afwisselender is dan het Great Barrier Reef aan de oostkust, heb ik wél kunnen bewonderen, en wel in het wat verder gelegen Coral Bay. In dat paradijselijke baaitje waad je gewoon het kristalheldere water in, en een paar meter verder kun je al snorkelen boven het rif.

Stromatolieten

Zevenhonderd kilometer verder, doorheen een gekmakend, dodelijk vervelend bushlandschap, stootte ik op Monkey Mia (spreek uit als maaya), waar elke ochtend dolfijnen worden gevoederd. In de jaren zestig begonnen de plaatselijke vissers af en toe eens een visje te geven aan de dolfijnen, en die gewoonte is uitgegroeid tot een grote toeristische attractie. Tegenwoordig ontfermen de verzorgers van een natuurpark zich over de dolfijnen, waarbij telkens een honderdtal toeristen staat toe te kijken.

Op een steenworp van Monkey Mia ligt Hamelin Pool, een onooglijk gat in de aarde, ware het niet dat hier één van de laatste actieve telegrafiestations van Australië ligt, én dat het een van de weinige plaatsen op aarde is waar je stromatolieten kunt zien. Drieëneenhalf miljard jaar geleden waren dat de eerste vormen van biologisch leven op deze planeet: het zijn matten van versteende blauwalgen, die lijken op lappen verweerd asfalt.

Elke stromatoliet produceert om de zoveel tijd een belletje zuurstof. Ze gedijen er omdat het ondiepe water van de lagune bij Hamelin Pool dubbel zoveel zout bevat als het water van de Indische Oceaan, en gecombineerd met de bovengemiddelde portie UV-straling van de Australische zon, vormt dit een plek die de omstandigheden van een voorhistorische aarde het best nabootst.

Bannelingen

Nog eens vierhonderd kilometer verder - ik begon intussen behoorlijk reismoe te geraken - hield ik halt in Kalbarri, een charmant visserstadje waar volgens de legende de eerste blanke Europeanen aanmonsterden op het Australische continent. Dat gebeurde in 1629, toen het Nederlandse schip Batavia schipbreuk leed ter hoogte van het wat verder gelegen Geraldton. Onder de overlevenden ontstond een muiterij.

Een deel van de opstandelingen werd ter plekke gekielhaald of opgehangen, een ander deel belandde in de duistere kerkers van Batavia (het huidige Jakarta), en twee scheepsmaatjes, Wouter Looes en Jan Pelgrom, werden tot levenslange verbanning veroordeeld op het toen nog onbekende Terra Australis. Op Red Bluff Beach, ter hoogte van Kalbarri, werden ze achtergelaten.

Wat er van de jongens geworden is, weet niemand (Kalbarri zelf zag pas het licht in 1952, toen vissers zagen dat het water er wemelde van de kreeften en de krabben), maar ik vond het alvast geen slechte plaats om de rest van je leven door te brengen.

De zandstenen kliffen van de Red Bluff Coast gloeiden prachtig op in het licht van de ondergaande zon, terwijl geweldig grote golven inbeukten op het strand. Op dat punt had ik de meeste kilometers van de roadtrip al achter de kiezen, dus kon ik ruim de tijd nemen om me tegoed te doen aan een heerlijke maaltijd, vers uit de zee.