Een ‘Dossier De Mol’, echt?
Tom Naegels

Dat ‘De Standaard’ intens bericht over ‘De Mol’, doet kritische lezers vermoeden dat er commerciële belangen mee gemoeid zijn. Nochtans schenkt de concurrentie niet minder aandacht aan het populaire televisieprogramma.

Wie dinsdag de homepage van De Standaard bezocht, zag tussen de verhalen over het lekkende dak van het Jubelparkmuseum en Michael Bloombergs plannen om zich kandidaat te stellen als president van de VS, vier stukken over het populaire televisieprogramma De Mol: een overzicht van leuke momenten uit de aflevering van de vorige avond, twee interviews met de afvallers en een stukje over de hoge kijkcijfers. Boven die artikels prijkte het logo: ‘dS Dossier. De Mol.’

Onder kritische lezers dook meteen de hypothese op dat De Standaard dat doet omdat Corelio – een van de twee holdings boven uitgever Mediahuis – een van de drie aandeelhouders is van De Vijver Media, het moederbedrijf van Vier, dat De Mol uitzendt. ‘Welkom in de wereld van de crossmediale versterking’, klonk het op Twitter – al werd die kritiek meteen gecounterd door andere twitteraars die erop wezen dat ook De Morgen, die geen zakelijke banden heeft met Vier, veel over De Mol schrijft én die stukken online bundelt onder de titel – ja hoor – ‘Dossier. Recap: De Mol.’

Ik heb die kritiek al eens behandeld. In september 2012, toen Vier gelanceerd werd, schreef De Standaard daar eveneens zeer vaak over. Ook toen meenden lezers dat de commerciële belangen van de uitgever daar voor iets tussen zaten. Ik deed toen net hetzelfde als de lezers hierboven: de productie van deze krant vergelijken met die van De Morgen, onderdeel van De Persgroep, de eigenaar van de VMMA, die concurreert met Vier (‘Reclame voor Vier?’, DS 3 oktober 2012 ). ‘Omdat het om kranten met een vergelijkbaar lezerspubliek gaat, is de kans groot dat, áls er een verschil is, dat kan worden toegeschreven aan de verschillende commerciële omgevingen waarbinnen de journalisten werken’, schreef ik toen. Maar ik vond geen verschil. En dat vind ik evenmin als ik de oefening vandaag herhaal, specifiek voor de berichtgeving over De Mol, van 1 januari tot gisteren. De Morgen scoort zelfs iets hoger: 17 artikels in de papieren krant, tegen tien inDe Standaard. Online is de score elf voor De Morgen en vijftien voor De Standaard.

Dat is wel veel, vind ik zelf. Waarom doet de krant dat eigenlijk? De Mol wordt veel bekeken, maar Via Annemie haalt hogere kijkcijfers en toch zie ik geen ‘dS Dossier. Via Annemie’, met iedere week de leukste momenten uit het reportagemagazine. Het is ook niet de eerste keer dat De Standaard Online één programma uit de vele intens gaat opvolgen – ook De Slimste Mens Ter Wereld kreeg die behandeling, waardoor er in het najaar van 2015 iedere dag online stukken verschenen met titels als ‘Het beste uit aflevering 26: “Blinde wijven moeten ook poepen hé.”’ (24 november), ‘Het beste uit aflevering 22: “Mijn loge ruikt naar mannenprotten”’ (17 november) of ‘Het beste uit aflevering 17: “Ik ben voor de terugkeer van het schaamhaar”’ (9 november.) (Een lezer had toen geklaagd over de vulgariteit van die titels.)

‘We berichten ook over andere populaire programma’s als daar iets spraakmakends gebeurt’, zegt Michiel Snoeck, nieuwsmanager van de onlineredactie. ‘Herinner je de zelfmoordpoging van Luc in de seizoensfinale van Thuis. Maar De Mol is een zoektocht, dat heb je niet bij Via Annemie. Veel van onze lezers speuren mee naar de mol, we willen onze kop daar niet voor in het zand steken. Hetzelfde geldt voor De Slimste Mens. Of een programma leeft, meet je niet alleen af aan de kijkcijfers.’

En moet dat dan ‘dossier’ heten? Bij een dossier denk ik aan onderzoeksjournalistiek, aan diepgravende duiding over migratie of de klimaatverandering. Nu ik dit schrijf, op woensdag, staat er een ‘Dossier VS Presidentsverkiezingen’ op de homepage. Maar wat lollige fragmenten uit een spelprogramma, is dat een ‘dS Dossier’?

Snoeck: ‘We maken geregeld dossiers over thema’s waar onze lezers belangstelling voor hebben. Dat hoeven niet altijd zware, serieuze onderwerpen te zijn. We maken ook een dossier over Dagen Zonder Vlees. En dus ook over De Mol. Het is handig om geïnteresseerde lezers snel naar alle artikels te leiden.’

Ik beken dat ik het moeilijk heb met die exclusieve nadruk op ‘het leeft nu eenmaal’. Dat De Mol in De Standaard wordt aangekondigd en gerecenseerd, en dat er wordt bericht over de onverwachte populariteit, natuurlijk. Maar ik zou denken dat wie een aflevering gemist heeft, ze had kunnen opnemen, en dat wie fragmenten wil herbekijken op de website van het programma zelf terecht kan.

Maar goed, misschien laat ik me leiden door mijn eigen voorkeur. Deze week nog kreeg ik een klacht van een lezer die al die aandacht voor Abdelhamid ­Abaaoud onnodig vond, oppervlakkige sensatiejagerij met als enige doel meer kranten te verkopen. Ik heb die man geantwoord dat iedere lezer eigen interesses heeft, maar dat ik als ombudsman houvast nodig heb: als er in een artikel fouten staan, of er ontbreken essentiële elementen, of de deontologie is niet gerespecteerd, ja, dan. Maar ‘te veel’ aandacht voor ‘oninteressante’ thema’s, daar kan ik weinig mee. Laat ik hetzelfde nu maar tegen mezelf zeggen voor het ­‘Dossier ­De Mol’.

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)