‘De NMBS moet mikken op 95 procent stiptheid’
NMBS-topman Jo Cornu en zijn Infrabel-collega Luc Lallemand Foto: Dieter Telemans

De top van de Belgische spoorwegen heeft trots uitgepakt met een stiptheid van 90,9 procent in 2015. Maar volgens reizigersvereniging TreinTramBus mag het ambitieuzer: de stiptheid moet naar 95 procent.

In 2015 is 90,9 procent van de treinen erin geslaagd stipt het station binnen te rijden. Dat betekent met maximaal 5 minuten en 59 seconden vertraging. Een cijfer waar NMBS-topman Jo Cornu en zijn Infrabel-collega Luc Lallemand bijzonder trots op zijn in de krant vandaag.

‘Er is inderdaad vooruitgang’, bevestigt Jan Vanseveren, woordvoerder van reizigersvereniging TreinTramBus. ‘We klimmen uit een diep dal. 2013 was zeer slecht, maar dat was toen ook te danken aan het zware winterweer en het debacle van de Fyra.’

Tegelijkertijd plaatst hij vraagtekens bij de verbeterde cijfers. Zo wijst hij naar de invoering van het nieuwe vervoersplan eind 2014 als een manier om de stiptheid theoretisch te verbeteren, maar het er voor de reizigers niet beter op te maken.

‘In bepaalde trajecten zijn vertragingen ingecalculeerd in de dienstregeling. Verschillende treinen doen een paar minuten langer over hun traject, waardoor ze inderdaad met minder vertraging maar wel later zullen aankomen.’

‘Bijvoorbeeld: een trein van Brussel naar de kust die vijf minuten stil staat in Gent. Dat heeft niet veel zin. Op twee minuten kunnen de mensen ook in- en uitstappen. Wij zijn vragende partij om de treinen toch iets sneller te doen rijden op de trajecten waar dit mogelijk is’, aldus Vanseveren.

Hij wijst nog op de subjectieve ervaring van de reizigers. ‘Die ligt anders dan de objectieve cijfers. Ik denk bijvoorbeeld aan iemand die door tien minuten vertraging dertig minuten in het station moet wachten op zijn aansluiting.’

TreinTramBus schuift 95 procent van de treinen stipt op tijd naar voor als een doelstelling. ‘Oostenrijk haalt 96 procent, Zwitserland 97 procent. Nederland eindigt op 93,6 procent, maar daar is het al wel een vertraging na vijf minuten, en niet zes, zoals hier. Deze doelstelling is misschien ambitieus, maar wel haalbaar.’

Vanseveren hoopt dat het nieuwe vervoersplan, dat eind 2017 van kracht zou moeten gaan, hierin het verschil kan maken.

Vanuit politieke hoek wordt positief gereageerd op de stiptheidscijfers. ‘Dit is een stap in de goede richting’, zegt Jef Van den Bergh, mobiliteitsspecialist van CD&V. ‘We moeten die vooruitgang zeker niet plat relativeren.’

Ook hij vindt 95 procent een goede doelstelling. ‘We mogen ambitieus zijn.’