De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft in zijn strijd tegen de separatisten van de in Turkije verboden Koerdische Arbeiderspartij PKK steun gekregen van de Amerikaanse vicepresident Joe Biden, op bezoek in het land.

De PKK vormt, net als de terreurbeweging Islamitische Staat (IS), een 'bedreiging' voor de Turkse staat, stelde Biden zaterdag na een ontmoeting in Istanboel met de Turkse premier Ahmet Davutoglu.

Biden bestempelde de PKK zelfs als 'niets anders dan een groep terroristen'. De uitspraak van de plaatsvervanger van Obama is in die zin merkwaardig dat de Verenigde Staten de Koerdische zaak wel steunt in Irak en in Syrië, omdat de Koerden daar een buffer vormen tegen IS.

Vredesgesprekken

Van een heropname van vredesgesprekken met de Koerdische Arbeiderspartij PKK is voorlopig geen sprake. Dat heeft de Turkse premier Ahmet Davutoglu gezegd na zijn gesprek met de Amerikaanse vicepresident Joe Biden. Het militaire offensief zal pas worden beëindigd als de PKK haar wapens neerlegt, zei de premier, lid van de conservatief-islamitische AK-partij. Volgens de man zijn de 'terreuractiviteiten' van de PKK 'in Turkije, Syrië en Irak een bedreiging voor de gehele regio'.

In Syrië heeft Turkije, aldus Davutoglu, drie vijanden: terreurorganisatie IS, de regering van president Bashar al-Assad en de Koerdische Volksbeschermingseenheden YPG, de Syrische tegenhanger van de PKK. Tussen de PKK en de YPG 'bestaat geen verschil', aldus de Turkse regeringsleider.

Meteen duikt een verschil in zienswijze tussen Ankara en Washington op: voor de Amerikanen zijn de YPG bondgenoten in de strijd tegen IS in Syrië.

Turkse troepen zouden eerder deze week de grens met Syrië zijn overgestoken om te verhinderen dat het Syrische grensgebied met Turkije volledig in handen valt van de (Syrische) Koerden. Dat zou het ravitailleren door Turkije van zogenaamd gematigde rebellen in Syrië bemoeilijken en ook, volgens critici, de oliestroom van IS naar Turkije droogleggen.