Sophie keerde terug uit Raqqa: ‘Het was een reis recht naar de hel’
Themabeeld. Foto: REUTERS

Sophie Kasiki is een van de weinige vrouwen die uit de klauwen van IS wist te ontsnappen. Ze had haar zoontje meegenomen naar Raqqa in Syrië, maar keerde terug naar Frankijk. Nu getuigt ze over de gruwel die ze daar heeft gezien. ‘Ik heb me enorm schuldig gevoeld.’

 

Sophie staart naar de foto van een jongetje in een camouflage-uniform en met een zwarte bandana, met daarop oproep in het Arabisch om ongelovigen te doden. Het is een recent beeld uit de propaganda van Islamitische Staat. De tranen staan in haar ogen, en ze slikt hoorbaar. ‘Dat kon mijn zoon geweest zijn’, zegt ze met trillende stem. ‘Het valt me zwaar om dat te zeggen. Ik moet ervan huilen. Ik wou ons nog liever zelf doden dan hem een moordenaar te laten worden en hem in de klauwen van de monsters te laten belanden.’

 

Met die ‘monsters’ bedoelt ze IS. De vrouw wikt haar woorden: ze weet dat haar vier jaar oude zoon enkel in de handen van de jihadi’s kon vallen omdat zij hem naar daar had meegenomen.

Toch kan Sophie, als een van de weinige westerse vrouwen die in het IS-bolwerk Raqqa is geweest, haar verhaal navertellen. ‘Het was als een reis recht naar de hel’, vertelt ze in de Britse krant The Observer.

Dood van haar moeder

Ze is lang niet de enige Franse vrouw die zich had aangesloten bij de terreurorganisatie. Volgens de nationale veiligheidsdiensten verblijven zo’n 220 vrouwen uit Frankrijk bij IS in Irak of Syrië. Twee jaar geleden maakten ze zo’n 10 procent uit van de vertrokken jihadi’s, maar nu is dat al 35 procent, meer dan een derde dus.

Niemand zou in de frêle Sophie, die haar echte naam niet wil geven uit vrees voor represailles , een strijder zien. Geboren in een streng katholiek gezin in Congo, werd ze op haar negende samen met haar oudere zus naar Parijs gestuurd nadat haar moeder was overleden. Haar dood betekende het verlies van een ‘beschermengel’, en werpt tot op de dag van vandaag een schaduw over haar leven.

Als sociaal werkster ving Sophie vooral immigranten op in de Parijse buitenwijken. Ze bekeerde zich tot de islam, zonder dat aan haar atheïstische echtgenoot te zeggen. Met het geloof wou ze de leegte die haar moeder achterliet opvullen.

Contacptersoon tussen jongere Syriëgangers en families

Haar geloof bracht haar in contact met drie jonge moslims, die in september 2014 verdwenen en opdoken in Syrië. Ze hielden dagelijks contact met haar. Sophie zag zichzelf als een tussenpersoon tussen de drie ‘verloren jongens’ en hun radeloze families. ‘Die nemen het eerste vliegtuig terug als ze horen dat hun moeders hen misten’, dacht Sophie, maar niets was minder waar. De rollen werden omgekeerd: ‘Ik dacht dat ik controle had over de situatie, maar nu besef ik dat ze waarschijnlijk getraind werden om mensen als ik te rekruteren. Stukje voor stukje speelden ze in op mijn zwakheden. Ze wisten dat ik een weeskind was en dat ik bekeerd was tot de islam. Ze wisten dat ik onzeker was...’

Op 20 februari 2015 vertelde Sophie haar man dat ze voor haar werk naar een weeshuis in Istanbul moest reizen. Ze nam haar zoontje mee. Maar in plaats daarvan nam ze een bekende jihadiroute via zuid-Turkije naar Syrië.

Eens aangekomen in het bolwerk van Raqqa, leek het dagelijkse leven in niets op het ‘paradijs’ dat haar vrienden uit Frankrijk haar hadden voorgespiegeld. Sophie mocht niet alleen naar buiten. Als ze dat toch deed, moest ze van kop tot teen bedekt zijn. Bovendien moest ze haar identiteitskaart afgeven en mocht ze amper communiceren met haar thuisbasis.

Vreselijke fout

In de kraamkliniek waar ze moest werken, schrok de Française van de smerige toestanden, het personeel dat zich niets aantrok van de lijdende patiënten en de hiërarchie in de stad. ‘Arrogante buitenlandse strijders’ stonden immers bovenaan, terwijl de Syriërs zelf zich helemaal onder aan de ladder bevonden. Ze verbleef in een appartement, achtergelaten door Syriërs, waar de gekooide kanaries de perfecte metafoor waren voor de toestand waarin zij en haar zoon zich bevonden.

Tien dagen. Meer had Sophie niet nodig om te ontwaken uit de ‘verlammende verdoving’, zoals ze het zelf omschrijft. Wakker geschud door de berichten en familiefoto’s die haar wanhopige man haar stuurde. Sophie wist dat ze een vreselijke fout had gemaakt.

‘Ik vroeg om naar huis te gaan. Elke dag. Ik zei dat ik mijn familie miste en dat mijn zoon zijn vader moest zien. In het begin verzonnen ze excuses, maar daarna kwamen de bedreigingen. Ze zeiden dat ik een alleenstaande vrouw met een kind was en dat ik nergens naartoe kon. Als ik toch zou proberen om te vertrekken, zouden ze me stenigen of vermoorden.’

Klap in het gezicht

Sophie stond doodsangsten uit. ‘Ik vreesde dat ze me gevangen zouden nemen en mijn zoon zouden afpakken. Ik sprak de hele tijd tegen hem, zodat hij niet zou vergeten dat zijn vader en ik van hem hielden en dat hij lief moest zijn tegen alle meisjes. In de hoop dat het zou doordringen en dat, als iets me overkwam en hij in de klauwen van IS belandde, hij mijn stem in zijn hoofd zou horen en niet in staat zou zijn om te doden. Als een leeuwin probeerde ik hem te beschermen.’

Toen een van de Fransen vroeg om het jongetje mee te nemen om te bidden in de moskee, beet ze hem toe: ‘Handen af van mijn zoon!’ Het antwoord: een klap in haar gezicht. ‘Ik was in een vreemd land waar ik niemand kende en de taal niet sprak. Ik keek naar mijn zoon en wist dat ik een monumentale blunder had begaan, de grootste van mijn leven. Toen wist ik dat ik sterk moest zijn en alles moest doen om hem daar weg te krijgen.’

Kinderen kijken naar onthoofdingen

Sophie werd door de Fransen meegenomen naar een ‘madaffa’, een soort gevangenis voor buitenlandse vrouwen, waar ze tot haar afschuw zag hoe jonge kinderen op televisie naar onthoofdingen van ISIS en moorden keken terwijl hun moeders juichten en applaudisseerden. ‘Die vrouwen zagen de IS-strijders als hun prins op het witte paard. Als een sterke, machtige man die hen zou beschermen. De enige manier om te vluchten uit de ‘madaffa’, was trouwen met een jihadi. In feite waren die westerse vrouwen niets meer dan baarmoeders om baby’s te maken voor IS.’

De volgende dag, terwijl de mannen die haar gevangen hadden genomen een trouw organiseerden, ontdekte Sophie een deur. Ze was niet op slot. De vrouw wandelde naar buiten, en bleef wandelen.

Haar getuigenis over de ontsnapping uit Raqqa is als een thriller waarvoor je op het puntje van je stoel gaat zitten. Nadat ze was opgenomen door een Syrische familie, die hun leven riskeerden door haar te verbergen, kwam Sophie in contact met strijders van de Syrische oppositie die gealarmeerd waren door haar man in Frankrijk. In de nacht van 24 april 2015 nam een jonge Syriër Sophie en haar zoon, verstopt onder haar nikab, mee op een motorfiets naar de Turkse grens. Een controle aan een checkpoint of betrapt worden stond gelijk aan de dood.

Kidnapping

Aangekomen in Parijs, werd Sophie ondervraagd door de veiligheidsdiensten. Ze moest twee maanden doorbrengen in een cel en mocht geen contact hebben met haar familie. Vandaag is ze herenigd met haar man, maar mogelijk wordt ze nog beschuldigd van kidnapping.

‘Als ik erover nadenk, vraag ik mezelf: hoe was dit mogelijk, hoe heb ik dit kunnen doen? Ja, ik was naïef, in de war, fragiel en zelfs kwetsbaar, maar hoe kan het dat die al bij al niet zo snuggere jongens mij zo konden brainwashen? Het is een vraag die ik me nog stel.’

Sophie weet dat ze bij de gelukkigen is, want vele andere westerse meisjes en vrouwen die hetzelfde lot ondergingen, zitten nog steeds vast in Syrië. Zij zullen nooit meer van de vrijheid proeven.

Zoontje met machinegeweer

Na haar terugkeer in Frankrijk, toonde haar man haar een foto die IS hem had gestuurd. Op die foto was te zien hoe hun zoontje een automatisch geweer vasthield. ‘Die moet genomen zijn toen we daar waren, maar het was de eerste keer dat ik hem zag. Ik was er doodziek van.’

‘Ik zal me altijd slecht voelen dat ik mijn zoontje in deze nachtmerrie heb meegesleurd. Zo slecht dat ik vaak verlamd ben van schuldgevoel. Maar ik moet sterk zijn en doorgaan. Het moeilijkste is voorbij. We zijn ontsnapt uit hun klauwen en zijn nog in leven.’

‘Nu moet ik andere mensen tegenhouden die in deze horror meegesleurd worden. Wat kan ik zeggen? Ga niet’, zegt Sophie nog.