Het duurde wel heel lang voor de collectieve aanrandingen in Duitsland het nieuws haalden. Zelfcensuur? Neen, denkt Tom Naegels, maar wellicht stellen media soms te veel vertrouwen in de officiële instanties.

Bijzonder veel mensen zijn geschokt door de collectieve aanrandingen van vrouwen in Keulen en Hamburg op oudejaarsavond. Niet alleen door de gebeurtenissen zelf, maar ook doordat ze pas na enkele dagen groot in het nieuws zaten. Pas maandag verschenen de eerste berichten op de nieuwssites, pas gisteren – zes dagen na de feiten! – stonden de kranten er vol van. Op blogs en sociale media, maar ook door politici werd gesproken van een doofpotoperatie: uit angst om de haat tegen vreemdelingen op te poken, zouden redacties aan censuur hebben gedaan.

Het was inderdaad onbegrijpelijk laat. De eerste getuigenis van een slachtoffer verscheen immers al op 1 januari ’s middags op de website van de lokale Keulse krant Kölner Stadt-Anzeiger (‘Frauen im Kölner Hauptbahnhof massiv bedrängt’). In dat verhaal was ook al sprake van een Facebookgroep waar gelijkaardige getuigenissen geplaatst werden, al had ‘de originele post een xenofobe inslag’ en werd die door de beheerders van de groep weer verwijderd. De krant publiceerde op zaterdag en zondag opvolgingsstukken, en meldde dat almaar meer vrouwen de aanranding bij de politie kwamen aangeven.

Pas op maandag 4 januari begon er een en ander te bewegen, toen de politie een persconferentie hield waarin sprake was van een groep van duizend mensen, waarin de daders zich ophielden. Maar ook daarna bleef het uit onze kranten, al dook het verhaal ook (kort) op sommige Vlaamse nieuwssites. Hln.be schrijft ‘Nieuwjaarsnacht in station Keulen: vrouwen betast en bestolen, vuurwerk op mensen afgeschoten’. VTM had het maandag in zijn avondjournaal. Het eerste bericht dat er in De Standaard over werd gepubliceerd, verscheen om 6.38 uur ’s ochtends op 5 januari, op gezag van verschillende Duitse media: ‘Tientallen vrouwen aangerand of bestolen in Keulen tijdens nieuwjaarsnacht.’ Het ging ook mee in de ochtendmail. Maar pas in de loop van die dag werd duidelijk hoe kwaad de publieke opinie ervan werd, en kreeg het de behandeling die het verdiende.

‘Rustige oudejaarsavond’

‘Ik heb het verhaal dinsdag opgemerkt, toen het in de nationale Duitse media verscheen’, zegt Corry Hancké, die – onder meer – Duitsland volgt op de Brusselse redactie. De Standaard heeft geen correspondent meer in Duitsland sinds het overlijden, eind vorig jaar, van Antoine Verbij. (Niet dat dat hier veel had uitgemaakt, want kranten die wel een correspondent hebben, zoals de Volkskrant of NRC Handelsblad, hebben het verhaal niet eerder gebracht.) Hancké volgt de Duitse actualiteit via onder meer Deutsche Welle en de Frankfurter Algemeine Zeitung. Die zijn de kwestie online beginnen op te volgen vanaf de persconferentie op maandag, mogelijk omdat ze vanaf dan voldoende autoriteit kreeg. Op dinsdag kwam alles onder stoom, mogelijk aangevuurd door de groeiende publieke verontwaardiging.

‘Voor zover ik kan inschatten, ligt de voornaamste oorzaak van de trage start bij de Keulse politie’, zegt Marc Leijendekker, sinds kort correspondent in Duitsland voor NRC Handelsblad. ‘Op nieuwjaarsdag communiceerde die nog gewoon dat het een rustige oudejaarsavond geweest is. Ze zweeg dus niet over de aanranding, ze zei het tegenovergestelde! Pas maandag 4 januari kwam er een eerste mededeling. Ik zie Bild als de graadmeter van de staat van het land. Op dinsdag had die nog niets op de voorpagina over wat in Keulen gebeurd is. Pas woensdag, samen met alle andere media, zetten ze erop in.’

Heeft overdreven politieke gevoeligheid een rol gespeeld? Voor Bild lijkt me dat een wat gekke hypothese, maar niettemin: het is zonder twijfel een gevoelig thema. Nog geen twee weken geleden – voor de aanrandingen – noemde De Standaard de link tussen migratie en seksueel geweld nog ‘een van de grootste taboes in de huidige vluchtelingencrisis’. ‘Seksuele opvoeding voor mannelijke asielzoekers: stigmatiserend of een kwestie van gezond verstand?’ was de titel van dat stuk, en je merkt aan alles dat er lang nagedacht is om het precieze evenwicht te vinden tussen die twee (DS 28 december). Maar het stuk is wel verschenen, dus zo’n taboe is het ook niet – en toen was er niet eens een concrete aanleiding voor. (Ook The New York Times schreef erover.)

Mijn hypothese is dat het verhaal zo onbegrijpelijk laat is opgepikt door het vertrouwen dat grote nieuwsmedia stellen in officiële autoriteit. Getuigenissen op Facebook of in een regionale krant hebben onvoldoende gewicht, ze worden misschien zelfs niet opgemerkt. Pas als de politie bevestigt dat er inderdaad iets is gebeurd, mag het. En voor Vlaamse media geldt a fortiori: pas als grote nationale Duitse media het verhaal brengen, heeft het voldoende gewicht. Een van de lessen van deze week is dat ook een storm op sociale media – in de juiste omstandigheden, op een moment dat de grote media al aan het bewegen waren – dat gewicht kan creëren. De Keulse slachtoffers hebben zo dan toch erkenning gekregen.

Correctie. Dit artikel werd aangepast op 8 januari 2016. De politie van Keulen sprak niet van een groep van duizend daders, maar van een groep van duizend mensen, waarin de daders zich ophielden.