Consument beter beschermd bij betwisting
Foto: pn
Wie voor de rechtbank moet verschijnen omdat hij zijn factuur van pakweg een wasmachine niet heeft betaald, zal daarvoor dichter bij huis terechtkunnen. Dat staat in de volgende potpourriwet van minister van Justitie Koen Geens (CD&V).

In de kleine lettertjes op de achterkant van een factuur staat veel. Als u goed kijkt, staat daar dikwijls bij dat een rechtszaak bij ‘niet-naleving van de verkoopsvoorwaarden’ (bijvoorbeeld als u niet betaalt) zal plaatsvinden in de rechtbank in de buurt van de hoofdzetel van de verkoper.

‘Verkoper’ is in dit geval een breed begrip: autoleveranciers, aannemers, grote vastgoedkantoren, elektronicabedrijven, warenhuizen, ziekenhuizen, verzekeraars enzovoort.

Vanuit het standpunt van de verkopers is dat niet onlogisch, want wanbetalers op de hielen zitten verloopt het meest efficiënt als je daarvoor niet het hele land moet rondrijden. Voor de kopers, die dikwijls minder weerbaar zijn, is het lastiger om zich te verplaatsen voor zo’n rechtszaak als de hoofdzetel niet bij hen in de buurt is. Bovendien leidt het systeem ook tot de overbelasting van de vredegerechten en rechtbanken van koophandel waar bedrijven hun hoofd­zetel hebben.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) verandert die territoriale bevoegdheid van de rechtbanken. Een geschil tussen koper en verkoper zal plaatsvinden in een rechtbank bij de partij die zich moet verweren. In veel gevallen is dat de koper die de factuur niet betaalt. Concreet: wanneer iemand uit Ieper iets heeft gekocht in een (web)winkel die in Hasselt is gevestigd, maar niet betaalt, dan zal het proces in Ieper plaatsvinden.

‘Die verandering moet het praktischer maken voor de kopers, consumenten en kleine ondernemingen. Zij worden beter beschermd. Maar het haalt ook de werklast weg bij de gerechten waar bijvoorbeeld een groot bedrijf zijn zetel heeft’, zegt Geens.

In omgekeerde richting zal een misnoegde koper de leverancier voor de rechter moeten dagen waar die onderneming is gevestigd.