Angst eet de ziel op
Karin De Ruyter

Migratie en terrorisme. De twee thema’s die 2015 overheersten, zullen allicht ook 2016 domineren. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat ze bij brede lagen van de bevolking angst creëren.

Die angst is grotendeels irrationeel. De kans dat ook ons land het slachtoffer wordt van een grote terroristische aanslag, is misschien inderdaad groter dan ze ooit eerder was in onze herinnering. De kans dat we er als individu door geraakt worden, blijft echter kleiner dan de kans dat we omkomen in een verkeersongeval. En de migranten die terecht in ons land asiel zoeken en krijgen, zijn mensen zoals u en ik. Ze spreken alleen een andere taal en hebben andere gewoonten en een andere cultuur. Zodra ze zich hier gesetteld hebben, kunnen ze een verrijking worden voor onze economie en onze maatschappij, zoals elders in deze krant ook professor Paul De Grauwe en Philip Schellekens, een senior economist van de Wereldbank, zeggen. Meer zelfs: we hebben ze nodig, in onze snel vergrijzende maatschappij.

Maar dat die angst irrationeel is, wil niet zeggen dat ze niet begrijpelijk is. Het terrorisme, dat vorig jaar ook Europa bereikte, is angstaanjagend door zijn wreedheid en onvoorspelbaarheid: het kan op elk moment om het even waar opduiken. De vele nieuwkomers in ons land zijn voor veel mensen angstaanjagend omdat we hen niet kennen en in hen een bedreiging voor de eigen welvaart en veiligheid zien.

Daarom moeten we die angst ernstig nemen. Maar vooral: angst moet je wégnemen. Want ‘Angst essen Seele auf’: angst eet de ziel op, zoals filmmaker Rainer Werner Fassbinder in 1974 al wist over de migrantenproblematiek.

Ook vandaag dreigt de angst onze ziel op te eten. Steeds meer Europese landen zoeken manieren om de vreemde buiten te sluiten, zelfs al gaat dat ten koste van de waarden die we luidkeels al zovele jaren verdedigen, en van de Europese eenheid die we zo moeizaam bewerkstelligd hebben. We aanvaarden – en sommigen juichen het misschien zelfs toe – dat onze eigen soldaten gewapend rondlopen in onze eigen straten, een beeld dat we normaal alleen kennen uit dictaturen en politiestaten. Dat is inderdaad, zoals minister Kris Peeters terecht zegt in deze krant, ‘niet gewoon’.

Van onze beleidsvoerders – op Europees, Belgisch en lokaal niveau – mogen we dus hopen dat zij het hoofd koel en het hart warm houden. En maatregelen treffen die de angst wegnemen. In plaats van ze, om populistische en electorale redenen, nog aan te wakkeren. Ook al is dat niet evident.