Inclusief onderwijs valt of staat met leerkracht
Veel leraren zijn niet voorbereid op een andere manier van lesgeven. Foto: Brecht Van Maele

Wil inclusief onderwijs in Vlaanderen slagen, dan moeten leerkrachten meer bijscholing krijgen, en daarvoor is veel meer geld en veel meer ondersteuning nodig. En een open geest.

Na dertien jaar discussiëren en na talloze initiatieven van ouders om van inclusief onderwijs een beleidsprioriteit te maken, ging dit schooljaar eindelijk het M-decreet van start: sinds september kunnen scholen kinderen met een verstandelijke of lichamelijke beperking niet zomaar weigeren.

Daar zit een emanciperend idee achter: zwakkeren laten participeren, komt uiteindelijk iedereen ten goede. Te lang ontkende Vlaanderen op dat vlak de bestaande diversiteit door iedereen met een probleem zonder veel discussie naar het bijzonder onderwijs te sturen. Daardoor ontstond een vorm van pedagogische segregatie, met alle nefaste gevolgen voor de toekomst van het kind.

Leerkrachten sceptisch

Het M-decreet stopte die beweging, waardoor Vlaanderen (als één van de laatste in Europa weliswaar) resoluut kiest voor inclusie. Niemand stelt nog het principe ter discussie, maar er heerste vooraf wel veel scepsis over de praktische uitrol ervan. Vooral de leerkrachten maakten stennis. Nog steeds trouwens. ‘Niet onlogisch’, zegt Elisabeth De Schauwer van de Gentse vakgroep Orthopedagogie. ‘De grootste veranderingen komen in hun bakje terecht.’

Volgens De Schauwer moeten leerkrachten immers op een totaal andere manier lesgeven dan vroeger. ‘Minder klassiek, meer open en coöperatief. Maar velen zijn duidelijk niet voorbereid op die mindshift. Diversiteit maakt nog te weinig onderdeel uit van het curriculum in de lerarenopleiding.’

Net om die reden dacht minister van Onderwijs Crevits (CD&V) de pre-waarborgregeling uit. Die zet de vrijgekomen middelen en personeel in het bijzonder leerstelsel om naar bijkomende ondersteuning voor het gewoon onderwijs. Maar daarvan zegt iedereen dat het ‘veel en veel te weinig’ is.

‘Het blijft bovendien koffiedik kijken hoe het met de omkadering van volgend jaar zit’, zegt Jan Schokkaert van het katholiek net. ‘Bestaat de pre-waarborgregeling dan nog, en in welke vorm? Hopelijk structureel, want de scholen kunnen de extra ondersteuning goed gebruiken.’

Maar zelfs dat is nog geen garantie op succes. Want, in welke mate zullen leerkrachten, die zich vaak de koning van hun klas wanen, pottenkijkers dulden?

‘En ook: de pre-waarborgers, afkomstig uit het buitengewoon onderwijs, mogen dan wel de noden van de zorgkinderen kennen, het is ook voor hen een nieuwe, onbekende context’, aldus De Schauwer.

Instellingen die wel werk maken van inclusie wijzen dan weer op oncollegiaal gedrag. ‘Andere scholen uit de omgeving verwijzen ouders met zorgkinderen nogal snel door naar ons’, zegt een directeur die het M-decreet ten volle steunt.

Naar rechter stappen

Het aantal kinderen in het bijzonder onderwijs daalde van 50.844 in 2013 naar 47.508 dit schooljaar. De organisatie GRIP (Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap) spreekt over een positieve invloed van het M-decreet. Maar medewerker Patrick Vandelanotte ziet toch nog een mankement wat het inschrijvingsrecht betreft. ‘Sommige scholen leggen nog steeds voorwaarden op. Ouders met zorgkinderen kunnen wel naar de rechter stappen, maar wie doet dat?’

U kunt projecten in scholen steunen via een bijdrage voor Hart voor Handicap op het nummer BE11 0689 9998 4848.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig