Het Comité I, dat in opdracht van het parlement en de regering de Belgische inlichtingendiensten controleert, start een onderzoek naar de informatiepositie en werking van de Staatsveiligheid en de militaire inlichtingendienst ADIV naar aanleiding van de terreuraanslagen in Parijs. Groen-kamerlid Stefaan Van Hecke vraagt ook een onderzoek van het Comité P.

Al snel na de bloedige terreuraanslagen in Parijs op 13 november werd duidelijk dat er een belangrijke operationele link is met België. Het gerechtelijk onderzoek spitst zich onder meer toe op individuen uit Sint-Jans-Molenbeek en Brussel.

De logische vraag is dan ook: hadden de Belgische veiligheidsdiensten de aanslagen moeten zien aankomen? Over welke informatie beschikten de federale en lokale politie, de Staatsveiligheid, de militaire inlichtingendienst ADIV en het Orgaan voor de Coördinatie en Analyse van de Dreiging (Ocad)?

'We zeggen niet dat de veiligheidsdiensten wisten dat de Molenbeekse daders gevaarlijke extremisten waren. Maar als ze het wisten, dan moet de vraag worden gesteld waarom ze niet goed in de gaten werden gehouden”, zegt kamerlid Stefaan Van Hecke, die voor Groen de veiligheidsdiensten volgt.

'Daarom is een grondig onderzoek nodig door het Comité P (dat de werking van de politie controleert, red.) en Comité I naar de Belgische link met de verwoestende aanslagen. Niet om een zondebok te vinden maar om er lessen uit te trekken en de werking van de diensten te verbeteren.'

Comité I neemt zelf initiatief

Het Comité I, dat de inlichtingendiensten controleert, heeft aan MO* al bevestigd dat er een onderzoekt komt. ‘We gaan snel een nieuw onderzoek starten naar de informatiepositie van de twee Belgische inlichtingendiensten. Over de belangrijkste vragen die we daarin willen onderzoeken, kunnen we ons nu nog niet uitspreken. We zullen erop letten de terrorisme-onderzoeken door de Staatsveiligheid en de ADIV niet te hinderen door capaciteit van de diensten weg te trekken. Wel is het onze bedoeling na te gaan: hoe heeft het systeem gewerkt?’

Het Comité I benadrukt dat het zelf het initiatief neemt voor het nieuwe onderzoek. In principe kunnen ook de ministers van Justitie en Defensie, of de voorzitter van de begeleidingscommissie van het Comité I, een onderzoek laten opstarten. ‘Moesten er vanuit die hoek nog bijkomende vragen komen, kunnen we het onderzoeksonderwerp nog aanpassen.’

Bij het Comité P is er nog geen sprake van een onderzoek. 'Nu al een onderzoek voeren, lijkt me heel voorbarig', zegt Diane Reynders. Zij is vast lid van het Comité P, dat toeziet op de werking van de politie. 'Bovendien moet zo'n beslissing door alle leden van het Comité genomen worden.' 

Gezocht: mensen die Arabisch spreken

Stefaan Van Hecke pleit voor een versterking van de veiligheidsdiensten. 'Zo beschikken ze over een lijst  met 100 teruggekeerde Syriëstrijders maar is er te weinig mankracht om het doen en laten van die mensen goed op te volgen.'
'De informatie over geradicaliseerde moslims wordt bovendien door uiteenlopende diensten vergaard: de Staatsveiligheid, de federale politie, de militaire veiligheidsdiensten, de lokale politie en de douane. Die info moet  gedeeld worden in de zogenaamde joint information box maar sommige diensten houden die soms voor zichzelf.'

Die vergaarbak van inlichtingen moet daarna geanalyseerd worden door het Ocad, het coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse. 

'Maar ook dat loopt niet altijd zoals het moet', zegt Van Hecke. 'Het is niet voor niks dat topman André Van Doren zijn ontslag heeft gegeven.'

Van Hecke wijst ook op het gebrek aan  gespecialiseerde informatici bij de inlichtingendiensten en aan medewerkers die de Arabische taal machtig zijn. 'Dertig jaar geleden hadden we behoefte aan mensen die Duits of Russisch spraken maar nu hebben we vooral mensen nodig die Arabische gesprekken en boodschappen kunnen vertalen. Misschien moet de overheid pro-actief op zoek gaan naar deze mensen en er promotie voor voeren.'