‘Ik heb nooit iets dergelijks gezien’
‘Degenen die ons het meeste zorgen baren, zijn degenen die zwijgen.’ Foto: AFP

Uit heel Frankrijk rukten vrijdagnacht hulpverleners aan om de slachtoffers, getuigen en passanten van de aanslagen op te vangen. ‘Je moet hen meestal terug aansluiting laten vinden bij de realiteit’, zegt psychiater-spoedarts Christophe Debien.

Voor de ‘mairie du onzième’, het gemeentehuis van het elfde arrondissement in Parijs, verzamelt zich een opvallend opgekleed gezelschap. De mannen hebben witte rozen op hun revers gespeld, de vrouwen hebben rozen in de hand. Plots beginnen ze te juichen en te applaudisseren: het jonge getrouwde koppel komt breed lachend de mairie buitengestapt.

Het lijkt bijna ongepast, deze zaterdagvoormiddag. Want in de mairie worden ook slachtoffers van de aanslagen in Parijs opgevangen voor psychologische bijstand. Af en toe komt er iemand naar buiten. Ze zien er zo grauw en ontdaan uit dat niemand van het handjevol journalisten dat er rondhangt het zelfs maar in het hoofd haalt om hen aan te spreken.

Dokter Christophe Debien wil wel even wat uitleg komen geven. Hij is psychiater op de spoeddienst in een ziekenhuis in Lille, en kwam vrijdagavond laat al met enkele collega’s naar Parijs om de slachtoffers mee op te vangen. Want niet alleen de doden en gewonden van de aanslagen zijn slachtoffers, ook directe getuigen van de gruwel hebben vaak nood aan opvang.

Zoeken naar shock

‘We zijn in eerste instantie de straat opgegaan, gaan zoeken naar mensen die duidelijk in shock waren’, vertelt hij. ‘Mensen die symptomen vertonen van een post-traumatische shock, moet je opvangen. Anders dreigen ze helemaal de pedalen kwijt te geraken.’

Zaterdagvoormiddag hadden er al zo’n veertig mensen hulp gezocht in de mairie, zegt hij. Onder hen mensen die zelf bijvoorbeeld in de Bataclan aanwezig waren, maar die er fysiek ongedeerd uitkwamen. ‘Anderen zijn directe getuigen, zoals toevallige passanten die gezien hebben wat er zich afspeelde. Ook nabestaanden van slachtoffers konden er terecht.

Hoe ze eraan toe zijn? ‘Dat verschilt nogal van persoon tot persoon. Sommigen waren nog helemaal verstijfd van angst, anderen waren heel emotioneel toen ze binnenkwamen.’

Aansluiting bij realiteit

‘Het eerste wat je moet doen na zo’n ervaring, is hen terug aansluiting doen vinden bij de realiteit. We laten hen vooral vertellen. Als ze spreken, is dat al een goed teken. Degenen die ons het meeste zorgen baren, zijn degenen die zwijgen.’

Wat de slachtoffers hem verteld hebben, wil hij duidelijk niet kwijt. ‘Des horreurs’, zegt hij na een korte aarzeling. Gruwel. ‘Een van de mensen die hier binnenkwam is een ex-militair. Het waren regelrechte oorlogsscènes, zei hij.’ De mensen die aanwezig waren in de Bataclan waren er ook het ergst aan toe: ‘Ik heb nog nooit iets dergelijks meegemaakt’, aldus de nochtans ervaren dokter.

En hoe verwerken de hulpverleners zelf al die verhalen? Aan Debiens zucht is duidelijk te horen dat ook dat niet evident is. ‘Maar wij zijn hiervoor opgeleid’, zegt hij. ‘Daardoor kan je automatisch overschakelen naar de professionele modus.’

Wanneer hij terug naar binnengaat, staat het volgende trouwgezelschap al klaar. Het leven gaat door.