‘Het kan dus echt iedereen overkomen’
Bloemen en kaarsen vlak bij Le Bataclan. Foto: afp

Boos waren de Parijzenaars na de aanslag tegen Charlie Hebdo begin januari. Boos en strijdlustig. Nu overheersen verslagenheid en verbijstering. Voor deze terreur lijken ze nog geen woorden, laat staan slogans, gevonden te hebben.

‘Tiens, de bloemen zijn weg’, denk ik wanneer ik uit het metrostation Richard Lenoir stap. Hier vlakbij vond in januari de aanslag tegen Charlie Hebdo plaats. Enkele maanden geleden, bij mijn vorige bezoek aan de stad, lagen hier nog elke dag bloemen. Zeker op de plek een beetje verder op de boulevard Richard Lenoir, waar politieagent Ahmed Merabet koelbloedig werd afgemaakt door de gebroeders Kouachi.

Vandaag liggen de bloemen helaas een paar honderd meter verder, bij de dranghekken die de politie heeft gezet enkele tientallen meters voor de Bataclan – een van Parijs’ bekendste concertzalen. Meer dan honderd doden zijn hier gisteravond gevallen tijdens de golf van terreur die de stad opnieuw overspoelde.

Maar honderd meter verder, voorbij het woud van satellietwagens en de honderden journalisten die hier staan, is het ongewoon kalm op straat. Parijs ziet eruit als tijdens een druilerige feestdag in de maand augustus.

Het verschil met januari

Het verschil met januari kan niet groter zijn. Toen liepen er, enkele uren na de aanslag al, massa’s volk op straat – onderweg naar of op de terugweg van de Place de la République, waar de Parijzenaars spontaan bijeenkwamen. Om hun verdriet met elkaar te delen. Maar ook om hun woede te uiten. Strijdlustig waren ze. Nee, we laten onze waarden niet aanvallen. Om de haverklap weerklonk de Marseillaise. ‘Liberté d’expression’ scandeerde de massa.

Vandaag hangen nog enkele gescheurde Charlie Hebdo-affiches op het grote standbeeld op de Place de la République. Mensen komen opnieuw kaarsjes zetten en bloemen leggen. Maar ze zijn veel minder talrijk. En de sfeer is bedrukt. Van de strijdlust lijkt niet veel over te blijven.

‘Circulez, on continue à circuler’

Natuurlijk is Parijs nog in shock. En, in tegenstelling tot in januari, is er vandaag een samenscholingsverbod. Dat blijkt ook op de boulevard Richard Lenoir, waar mensen wel aan de overkant langs Le Bataclan mogen wandelen, maar waar ze niet mogen blijven staan. ‘Circulez, on continue à circuler’, roept een heen en weer wandelende jonge agent voortdurend. Ramptoeristen die snel een fotootje willen maken van het overigens goed afgeschermde gebouw, zijn eraan voor de moeite. Journalisten worden teruggestuurd naar de plaats die hen is toebedeeld, minstens vijftig meter verderop, aan het kruispunt met de boulevard Voltaire.

Maar niet alleen daardoor heerst er een heel ander gevoel dan in januari. Deze reeks aanslagen heeft niet alleen veel meer slachtoffers gemaakt, ook de aard ervan is heel verschillend. De aanslag op Charlie Hebdo en de gijzeling in de Joodse supermarkt door Amédy Coulibaly waren heel doelgericht. De slachtoffers waren zorgvuldig uitgekozen.

De Fransen voelden die aanslagen dan ook aan als een aanval op hun republikeinse waarden, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Alle journalisten waren plots iconen van die zo geschatte liberté d’expression. Wie met een camera of een notaboekje op straat rondliep, werd bijna aan de mouw getrokken: ‘Schrijf het maar op. De hele wereld moet dit weten.’

Geslaagd in hun opzet

Wat gisteravond gebeurde, was blind geweld, erop gericht zo veel mogelijk slachtoffers te maken. Daarop hebben de Parijzenaars geen antwoord. Vandaag toch nog niet. ‘Het kan dus echt iedereen overkomen’, hoor je op straat. Een cliché, maar vandaag dringt de afschuwelijke waarheid ervan echt door.

De terroristen lijken dus geslaagd in het opzet dat ze in januari veel minder bereikt hebben: het zaaien van blinde terreur. Veel winkels, musea en monumenten – waaronder de Eiffeltoren – zijn vandaag gesloten. De Grands Magasins in het toeristische centrum waren vanochtend wel open, maar beslisten rond de middag om ook de deuren dicht te doen. Te weinig klanten en personeel, vertelde een verantwoordelijke aan de krant Le Figaro. In het Gare du Nord stond vanochtend bij de Thalysloketten een lange rij mensen om tickets te ruilen. Hotels vragen zich af of klanten die vandaag moesten aankomen, nog wel zullen opdagen.

Voor de mairie van het elfde arrondissement staat een tafeltje met een bos witte rozen, een geruit schrift en een pen. Buurtbewoners kunnen hier hun condoleances komen neerschrijven. Mondjesmaat doen ze dat. Maar praten met journalisten? Dat niet. Niet nu. Voor deze terreur lijken de Parijzenaars nog geen woorden, laat staan slogans, te hebben gevonden.