‘Een doodskop is cool’
Foto: Wim Hendrix

Modeontwerper Philipp Plein deed vrijdagavond heel even Antwerpen aan en dat zullen we geweten hebben. Tientallen fans wilden hem in levende lijve zien bij de officiële opening van zijn nieuwe winkel in Antwerpen. Veerle Windels had een paar uur tevoren een tête-à-tête met de ‘King of Bling’.

Philipp Plein doet niets in het klein. De Duitse modeontwerper met hoofdkwartier in Zurich scoort elk seizoen opnieuw met een haast onwerkelijk spektakel tijdens de modeweek van Milaan (dit keer met robots, maar het was ooit een rollercoaster) en kleedt evengoed internationale celebs als onze Steven Defour (die dat ook onomwonden vertelde in het tv-programma The Sky is the limit).

Toegegeven: ik ben niet direct een fan van zijn kleren. Rokjes die net iets te kort zitten, perfecto’s met iets te veel studs, schreeuwende slogans op T-shirt: blijkbaar gaan zijn fans er wél voor, want de man doet sinds kort iets meer dan 200 miljoen euro omzet (‘it’s even more’), en wat kan een modejournaliste daarop zeggen?

Voor het interview mag ik aanschuiven in het Verso café in Antwerpen. Een bewuste keuze natuurlijk, want Luc D’Heedene is de man achter de spraakmakende multimerkenzaak Verso (en het café ernaast) én ook de ondernemer achter Fashion Club 70, de invoerder die het label naar België haalde en winkels van het merk opende, in Knokke (april 2014), in Antwerpen (een kleine twee weken geleden) en Rotterdam (eveneens).

Het had veel voeten in de aarde om Plein zelf naar Antwerpen te krijgen, maar hij is er en daar zijn de fans erg blij om. ’s Avonds, bij de officiële opening van de winkel in de Schuttershofstraat, tekenen ze massaal present. Met de juiste outfit aan en mét het mobieltje, omdat een selfie met zo’n ster toch niet kan ontbreken. Even tevoren stelde ik Plein een pak vragen waaruit mag blijken dat de man zich geregeld tegen spreekt. Maar oordeelt u zelf maar:

Ik maakte vorig jaar al een verhaal over u omdat u toch echt wel een fenomeen bent.

‘Misschien moet u dan even de term fenomeen definiëren. Vaak wordt het woord gebruikt, ook al begrijpt men de definitie niet. Ik geloof niet in geluk hebben. Succes komt nooit zomaar. Er zit toch een enorme organisatie achter. Enorm hard werken. En geloof me: ik heb een masterplan en dat volg ik.’

Tegenwoordig opent u wekelijks wel ergens een winkel. Dan gaat het toch hard? En dan is de term fenomeen toch op zijn plaats?

‘Niemand verkoopt zomaar mode. We verkopen een droom. Eigenlijk heeft mode zoveel meer te betekenen. Het is als psychologie.’

Tijdens uw laatste show in Milaan zette u robots op de catwalk. Omdat u het systeem van de mode en de snelheid van de vele collecties wilde counteren?

‘Ik heb het niet gehad met het systeem, neen, maar ik neem er niet aan deel zoals alle anderen. Ik denk dat als je te diep in het bos rondloopt, je het bos niet meer ziet. Zo kan ik ook naar mode kijken. Ik bedoel: ik wil er afstand van nemen.’

Maar hoe doet u het dan anders?

‘Ik doe alles zoals iedereen het doet. Het modesysteem is geen goed bewaard geheim. Ik heb de aspirine of de computer niet uitgevonden. Ik verkoop mode en iedereen weet hoe je dat het beste doet. Maar mijn label heeft wel een heel eigen dna: we zijn ook anders dan andere generaties. We hebben onze eigen weg geplaveid, gebaseerd op onze plannen, onze dromen. Ik ben een dromer, een echte believer. Het probleem is dat eens je je droom realiseert, beseft dat die droom vervliegt. Maar dat leer je met de jaren. Het is deel van het ouder worden.’

Niemand plaats zoveel studs op perfecto’s als Philipp Plein. Rokken zijn nergens korter. En dan is er nog uw fascinatie voor de doodskop. Kan u eens uitleggen?

‘Het is een symbool dat door piraten gebruikt werd maar ook door punkers. Het is op en top rock-’n-rol en dat is ook waar ik met mijn label wil toe behoren. Die doodskop is cool en edgy. En vooral tijdloos. Anderen doen iets met kruisen of met sterren maar die kan je altijd fout interpreteren. Wat mij betreft, hoort het bij een levenswijze. Nogmaals: we moeten anders zijn dan de anderen. De enige manier om een simpele trui van kasjmier te verkopen is ervoor te zorgen dat hij uniek is. Want geef toe: er zijn veel truien in kasjmier op de markt.’

Nogmaals: Uw bedrijf groeit snel. Niet te snel?

‘We doen het goed, maar we zijn nog steeds een klein bedrijf, een start-up zelfs, vergeleken met sommige andere spelers. U zegt dat het snel gaat, wel voor mij gaat het nog te traag. Ik zou wel twee winkels per week willen openen. Ik was twintig jaar toen ik startte, en nu ben ik 37 jaar. Dat wil zeggen dat we al die jaren hard gewerkt hebben, in een wereld die toch zeer sterk georiënteerd is op succes. Niemand wordt een hartchirurg in een paar maanden tijd. Hetzelfde geldt in de mode. Het maakt me bedroefd als mensen dat niet begrijpen.’

Er is veel aan het veranderen in de mode. Niets is nog zoals vroeger.

‘In de mode moet je de spelregels kennen en tegelijk openstaan voor veranderingen, want alles verandert inderdaad. De winnaar zal diegene zijn die zich aanpast. En wie niet slaagt, tja, daar is wel een reden voor. Maar te snel te veel willen, is niet goed. Je moet weten waar je limieten liggen. Ook als bedrijf. Zeker als het je eigen centen zijn. Geloof me: we zeggen vaak neen tegen projecten die op ons af komen.’

Wat ook op de helling staat, zijn modeshows, terwijl u daar fors in blijft investeren: uw shows zijn heuse spektakels.

‘De volgende is gepland voor 20 februari. We gaan er geschiedenis schrijven. Maar shhtt, voorlopig zeg ik niks.’

Waarop zijn persoonlijke PR-manager ons aanmaant het gesprek stop te zetten. Nog één vraagje mag: wat doet hij om te ontstressen? De PR-manager antwoordt in zijn plaats. ‘He always works very hard.’ Ja, dat geloven we. De avond van de opening neemt Plein nauwelijks de tijd voor het diner in The Jane, waartoe pers en kopers zijn uitgenodigd. Zijn privé-jet mag het afgesproken slot op Milano Linate niet missen, en Plein heeft er morgenvroeg een ontbijtvergadering. Het gaat hard voor The King of Bling. Maar blijkbaar kan er altijd nog een sprintje bij.