Scherpere voorwaarden voor euthanasie bij minderjarigen
Foto: Photo News

Het Grondwettelijk Hof verwerpt het beroep van drie verenigingen tegen euthanasie op minderjarigen. Wel stelt het Hof de voorwaarden op scherp.

Drie verenigingen tekenden bij het Grondwettelijk Hof beroep aan tegen de uitbreiding van de euthanasiewet, die op 28 februari 2014 werd gestemd. Die uitbreiding maakt euthanasie ook toegankelijk voor oordeelsbekwame minderjarigen. De vzw’s Jurileven, Pro Vita en Jongeren voor Leven waren het daar niet mee eens.

Het Grondwettelijk Hof spreekt zich in één beweging uit over de drie beroepen en giet zijn oordeel nu in een zorgvuldig geschreven arrest. Eerste conclusie: de beroepen worden verworpen. Euthanasie bij minderjarigen blijft mogelijk.

Voorwaarden op scherp

Maar het Hof stelt de waarborgen wel op scherp. Zo oordeelt het Hof dat het volgens de tekst van de uitbreidingswet niet duidelijk genoeg is wie finaal oordeelt over de oordeelsbekwaamheid van de minderjarigen.

Daarom maakt het arrest het advies van de kinderpsycholoog of -psychiater nu bindend. Bovendien moet deze tweede opinie - naast die van de behandelende arts - gegeven worden door een kinderpsycholoog of -arts die onafhankelijk is. Versta: het mag niet iemand zijn die behoort tot het team van de arts, of die vertrouwd is met de minderjarige of zijn ouders.

Bij euthanasie bij volwassenen is het advies van de tweede arts nodig, maar niet bindend. Bij kinderen wordt dit dus anders, omdat kinderen kwetsbaar zijn en de overheid de positieve plicht heeft om hun recht op leven niet in gevaar te brengen. Wie hier tegenin zou gaan, begaat wel degelijk een strafbaar feit.

Maar als de oordeelsbekwaamheid van de minderjarige vast staat, dan is het aan de behandelende arts om erop toe te zien dat alle andere voorwaarden vervuld zijn. Dat blijft zijn verantwoordelijkheid.

De drie verenigingen hadden ook aangevoerd tegen de uitbreiding van de wet te zijn omdat er geen minimumleeftijd is vastgelegd. Daarover spreekt het Grondwettelijk Hof zich niet uit, omdat dat tot de vrijheid van de wetgever behoort.