Ministerraad stemt in met quasi-volledige afbouw Assisen
Het Assisenproces van Hans Van Themsche (archief 2007) Foto: Pol De Wilde

Het Hof van Assisen ziet zijn rol fors ingeperkt. Voortaan zullen alle misdaden - met uitzondering van politieke en persmisdrijven - door de correctionele rechtbank berecht kunnen worden, al blijft assisen in principe wel nog een optie.

De ingreep maakt deel uit van het tweede hervormingspakket van justitieminister Koen Geens (CD&V) dat vrijdag groen licht kreeg van de ministerraad. Het plan om meer zaken te correctionaliseren raakte eerder al bekend.

Oorspronkelijk stelde minister Geens echter voor om de zwaarste misdaden tegen politiemensen en eventueel ook tegen minderjarige slachtoffers voor assisen te houden. De Raad van State waarschuwde echter voor ongelijkheid.

Minister Geens koos daarop voor de vlucht vooruit en besloot ook die uitzonderingen dan maar te schrappen. De ministerraad volgt hem daarin. De kamer van inbeschuldigingstelling behoudt de autonomie om te beslissen om toch naar assisen te gaan, maar alle misdaden zullen voortaan gecorrectionaliseerd kunnen worden.

Belangrijke besparing voor Justitie

‘Het Hof van Assisen houdt dus niet op te bestaan’, onderstreept Geens. Dat zou ook niet mogelijk zijn zonder grondwetswijziging. ‘Maar een heel aantal tijdrovende en dure assisenprocessen zullen kunnen vervangen worden door correctionele processen, wat neerkomt op een belangrijke besparing voor Justitie.’

De uitbreiding van de correctionalisering heeft een lichte impact op de maximumstraffen. Misdrijven waar bij assisen maximum levenslang op staat, zijn correctioneel maximum veertig jaar waard. Opsluitingen tussen dertig en veertig jaar komen op 38 jaar, opsluitingen tussen 20 en 30 jaar op maximum 28 jaar. Het Hof van Assisen zal wel nog steeds levenslang kunnen geven.

De ingreep maakt deel uit van het ruimer pakket hervormingen in het strafprocesrecht. Zo verkleint Geens de rol van de onderzoeksrechters bijvoorbeeld bij huiszoekingen, door het toepassingsgebied van het mini-onderzoek uit te breiden. De onderzoeksrechter beslist daarbij enkel nog over de gevraagde dwangmaatregel, zonder dat er een eigenlijk gerechtelijk onderzoek wordt opgestart.

Geens wil de onderzoeksgerechten zo ontlasten, ‘maar steeds met behoud van de bevoegdheden van de onderzoeksrechter. Zijn machtiging blijft nodig voor de dwangmaatregelen en de onderzoeksrechter kan nog steeds de zaak naar zich toe trekken en een gerechtelijk onderzoek vorderen’, onderstreept de minister.

Schuldbekentenis

Voorts wordt een procedure van ‘guilty plea’ (schuldbekentenis) ingevoerd. Daardoor zullen geen lange debatten en procedures meer moeten volgen wanneer een verdachte onmiddellijk schuld bekent voor de rechtbank, weliswaar beperkt tot feiten waarop maximum vijf jaar correctionele gevangenisstraf staan. Opnieuw een besparing van tijd en middelen dus, zonder dat de rechten van verdediging worden aangetast, merkt Geens op.

Tot slot omvat het tweede ‘potpourri’-pakket de invoering van het elektronisch toezicht en probatie als autonome straf, de schrapping van de nietigheidssanctie van de vordering van de onderzoeksrechter, de duur van de voorlopige hechtenis en de mogelijkheden voor bepaalde magistraten om na hun pensioen actief te blijven.

De vrijdag van Geens staat overigens helemaal in het teken van ‘potpourri’. Terwijl de ministerraad instemde met het tweede pakket, boog de plenaire Kamer zich enkele honderden meters verder immers over het eerste deel.