Weldra bestaat de Europese bankenunie één jaar. Ze kan dat vieren met een groeiherstel van het bedrijfskrediet, stelt Lieven Noppe, senior economist bij KBC. Dat heeft ze in belangrijke mate mee mogelijk gemaakt, zonder echter alle problemen ter zake op te lossen.

Begin november zal de ECB één jaar toezichthouder van de banken in de eurozone zijn. Het kan worden beschouwd als de eerste verjaardag van de Europese bankenunie, want de overdracht van het bankentoezicht van de nationale autoriteiten naar een gemeenschappelijk Europees systeem van toezichthouders met de ECB als kern is het belangrijkste element van die bankenunie.

De beslissing tot oprichting van de bankenunie in juni 2012 was veruit de belangrijkste politieke beslissing om de eurocrisis te bezweren. Ze moest de werking van het banksysteem opnieuw op gang brengen. Bovendien effende ze voor de ECB het pad om haar rol in de crisisbestrijding fors op te drijven door zich radicaal (“whatever it takes”) garant te stellen voor het voortbestaan van de euro. Eerdere maatregelen hadden immers niet kunnen verhinderen dat de kredietverlening aan bedrijven na de escalatie van de eurocrisis eind 2011 als een pudding in elkaar zakte.

Bijvoorbeeld, het ECB-beleid van extreem lage rente werkte niet, omdat door de crisis van het banksysteem in landen als Spanje en Italië die lage rente niet doorsijpelde naar de bedrijven. Spaanse en Italiaanse banken trokken hun commerciële rentes integendeel verder op, nadat de ECB haar beleidsrente eind 2011 opnieuw verlaagde. Ze werden immers zelf geconfronteerd met hoge financieringskosten, doordat hun overheid kredietwaardigheid verloor. De beslissing tot bankenunie heeft bijgedragen tot de ommekeer van deze zogenoemde fragmentatie van de Europese bankenmarkt. Sinds begin vorig jaar zijn de commerciële rentes opnieuw beginnen convergeren naar het lage niveau dat door de beleidsrente van de ECB wordt bepaald.

De opstart van de bankenunie ging gepaard met een verdere financiële gezondmaking van de banken, en droeg samen met het flankerende beleid van de ECB bij tot een vertrouwensherstel in de eurozone. Dat heeft een groeiherstel van het bedrijfskrediet mogelijk gemaakt. Sinds de zomer is die groei in de eurozone opnieuw positief, echter nog steeds alleen maar in de kernlanden, waaronder België. Perifere landen, zoals Spanje en Italië, kampen nog steeds met krimpende kredietvolumes. Onder meer hoge achterstallige kredieten blijven in deze landen op de kredietverlening wegen. Dat houdt op zijn beurt verband met inefficiënties in het rechtssysteem, die een snelle uitwinning van fout gelopen kredieten beletten. Toepassing van de Europese ‘best practices’ inzake uitwinning in de perifere eurolanden zou er bankkapitaal vrijmaken, voor een bedrag dat volgens een schatting van het IMF de kredietverlening in deze landen een impuls van ruim 7% zou kunnen geven. Eén jaar bankenunie heeft dus veel problemen in de eurozone opgelost, maar lang niet alle. 

Voor meer macro-economische analyses van KBC kunt u terecht op www.kbceconomics.be.