Twee jaar lang moest militair fotograaf Caesar de lijken van Syrische gevangenen - doodgemarteld in kerkers en gevangenissen van president Bashar al-Assad - in beeld brengen. Caesar besloot om de gruwelbeelden door te spelen aan oppositiegroepen en buitenlandse organisaties.

Een industriële moordmachine. Zo beschrijft Caesar (schuilnaam), de militaire fotograaf die van 2011 tot 2013 duizenden doodgemartelde gevangenen fotografeerde, het strafregime onder de huidige Syrische president Bashar al-Assad. ‘Ik had nog nooit zoiets gezien’, zegt de fotograaf in zijn allereerste interview ooit aan The Guardian. ‘Voor de Arabische Lente martelde het regime om informatie los te krijgen, maar vanaf de opstanden kon dat hen geen moer meer schelen: ze martelden om te doden.’

Pus en bloed

Caesar fotografeerde de overleden gevangenen met een naambordje erbij voor het archief. ‘Maar in 2012 waren er zoveel doden dat ze met nummers begonnen te werken’, zegt hij. ‘De bewakers schreeuwden dat ik sneller moest werken, maar het was onmogelijk: de lijken lagen onherkenbaar opgestapeld in groezelige kamertjes en kerkers.’

Op de lichamen waren bijna altijd sporen van touwen en zweepslagen te zien. Ook een geruïneerd gebit en gebroken jukbeenderen vormden eerder de regel. ‘Er waren wonden die vol pus zaten, alsof ze wekenlang niet behandeld waren en dan geïnfecteerd waren geraakt. Als de lijken er al enkele dagen lagen of als het warm was, raakten zelfs de soldaten ze niet meer aan. Ze schopten nog eens na of duwden ze wat verder met hun laarzen. Maar ik heb ook vaak meegemaakt dat ik lichamen moest fotograferen die nog in een plas bloed lagen die niet eens was opgedroogd.’

Het lijk dat nog ademde

Eén keer had Caesar hoop op een redding: een gevangene die naar het ziekenhuis werd gebracht - het mortuarium - ademde nog zwakjes, dacht hij. ‘Ik zei tegen de bewakers dat ik een zwakke ademhaling kon horen en dat we hem misschien nog konden redden. “Fotografeer het lijk”, sisten ze. “Maar hij leeft nog, denk ik”, stamelde ik.’

‘Toen de patholoog arriveerde, was die nog woester: “Hoezo, hij lééft nog? Dat gaat mijn hele nummertjessysteem in de war sturen!” Hij had elk lijk al een nummer gegeven en een levende zou leiden tot chaos, stelde hij. Een soldaat zei dat hij beter even een kopje thee kon gaan drinken. “We lossen dit op voor u”, zei hij. Toen de patholoog terugkwam waren de foto’s van het lijk genomen.’

Caesar besliste om al de gemaakte foto’s op USB-sticks te zetten en ze aan vrienden door te spelen, die ze dan weer aan oppositiegroepen en buitenlandse organisaties lekten. Naar schatting werden in totaal zo’n 11.000 gevangenen systematisch doodgemarteld van 2011 tot 2013.

Lees het hele verhaal van Caesar hier .