Morrissey doceert rebellie
Foto: Koen Bauters

‘Ce soir, splendide, la Belgique’, stak Morrissey van wal in de Ancienne Belgique. Coherenter werden zijn bindteksten niet, maar in een uitverkochte AB liet niemand dat aan zijn hart komen.

Het was de tweede keer dat Morrissey België aandeed op zijn ‘World peace is none of your business’-tour. In november stond hij al twee avonden in de Stadsschouwburg in Antwerpen. Toen had hij met Anna Calvi nog een voorprogramma meegebracht, maar in de AB hield Moz het op een videocollage voor de show, waarin flarden film noir, Tina Turner en The Ramones te zien waren - allen inspiratiebronnen voor de ex-Smiths-frontman.

Een ietwat lauwe opwarming dus, maar toch ontplofte een afgeladen volle AB toen Morrisseys vijfkoppige en uitstekend spelende band de set aftrapte met ‘Suedehead’. Een nummer uit het begin van zijn solocarrière, en de rest van het optreden zou op dat elan verder bouwen. Morrissey grasduinde fluks door zijn catalogus van de voorbije twintig jaar, met veel aandacht voor nummers uit jongste worp ‘World peace is none of your business’. De toeschouwers in Smiths-T-shirts waren eraan voor de moeite: zij moesten tot het einde van de set wachten op twee klassiekers uit Morrisseys tandemperiode met Johnny Marr. Al deed de Brit zijn uiterste best om de fans toch tevreden te houden: de eerste drie nummers had hij haast een voltijdse bezigheid aan handjes schudden op de eerste rij.

Veel verder reikte de publieksparticipatie niet: Morrissey deed verwoede pogingen om de AB toe te spreken in het Frans, maar slaagde er slechts in om ‘j’aimerais vous présenter’ en ‘je vous remercie’ op alle mogelijke manieren uit te spreken behalve de juiste. Een man met een carrière die meer dan drie decennia overspant en die de hedendaagse rockwereld mee vormde zo zien worstelen met twee simpele zinnetjes: het had iets aandoenlijks.

Gechoqueerd publiek

Vooral omdat het in schril contrast stond met de verve en theatraliteit waarmee de melancholische Mancunian door zijn nummers walste. ‘Each time you vote, you support the process’ oreerde hij in ‘World Peace’. ‘Destiny for some is to save lives/ but destiny for some is to end lives’, klonk het dan weer bloedserieus in anti-Bush-tirade ‘I will see you in far off places’. Zinnen die tenenkrullend zouden klinken uit de mond van elke andere artiest - en eigenlijk ook uit die van Morrissey - maar hij debiteert ze met zulk aplomb dat het publiek ze slikt als waren ze een masterclass in rebellie.

Met twee Smiths-afsluiters die dit jaar hun dertigste verjaardag vieren, gooide Morrissey er nog keihard de beuk in: muzikaal met een vonkend ‘What she said’, maar vooral visueel met ‘Meat is murder’. Daarbij projecteert Morrissey al langer gruwelbeelden waarop kippen, vissen, varkens, koeien en schapen genadeloos gekeeld en gevild worden in slachthuizen, maar die grijpen nog steeds naar de keel - sommigen staan zichtbaar gechoqueerd naar het scherm te staren, en na het optreden staan een aantal mensen Gaia-petities te ondertekenen in de foyer.

Als toemaat gooide Morrissey nog ‘Everyday is like Sunday’ in de strijd. Daarvoor liet hij zijn zwarte hemd - voor de gelegenheid met een pin in de Belgische driekleur - in de coulissen liggen. Niet dat hij zijn nieuwe, blauwe hemd lang plande aan te houden: aan het einde knoopt hij het open en gooit hij het in het joelende publiek. Is de dadbod al out? Want als je het publiek in de AB moet geloven, is Morrissey dat nog lang niet.