Eenheidsstatuut discrimineert bouwvakkers volgens Grondwettelijk Hof
Volgens het Grondwettelijk Hof is de ontslagregeling in het nieuwe eenheidsstatuut discriminerend voor arbeiders in de bouwsector.

De wet op het eenheidsstatuut uit 2014 harmoniseert de opzeggingstermijnen en vergoedingen van arbeiders en bedienden bij ontslag. Voor arbeiders in de bouwsector zijn er echter een uitzonderingen bepaald. 

Voor bouwvakkers op mobiele werven bestaan er bijvoorbeeld nog altijd verkorte opzegtermijnen, terwijl die voor andere arbeiders (zoals elektriciens) niet bestaan. Bij 20 jaar anciënniteit kan het verschil in opzegtermijn oplopen tot 46 weken. volgens ACV Bouw trof dat 100.000 bouwvakkers die uitgesloten werden van langere opzegtermijnen. 

Die regeling - die voor onbepaalde duur van kracht is - bestempelt het Grondwettelijk Hof nu als discriminerend. Het eenheidsstatuut moet dus bijgestuurd worden, maar het Hof geeft daarvoor wel de tijd tot eind 2017 om 'rechtsonzekerheid en ernstige financiële gevolgen bij de werkgevers te vermijden.'

'Het Grondwettelijk Hof erkent de bouwvakkers als 'echte werknemers'', klinkt het bij het ACV tevreden. De Confederatie Bouw is dan weer heel wat minder tevreden. 'Deze beslissing is erg nadeling voor de bouwsector', klinkt het. Daarbij verwijst de confederatie dan naar sociale dumping, buitenlandse concurrentie en 'massaal jobverlies'. Volgens de Confederatie is een contract van onbepaalde duur nog altijd de nom in de bouwsector, terwijl bouwwerven per definitie van bepaalde duur zijn. 'Door de korte opzegtermijnen heeft de werkgever geen schrik zich op lange termijn te engageren', is de redenering van de Confederatie. 

 

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig