Vernieuwende bedrijfjes, of start-ups, zijn in België goed voor bijna 50.000 nieuwe banen. Dat blijkt uit een studie van professor Omar Mohout van de Antwerp Management School, die als eerste het landschap in kaart bracht.

De vernieuwende bedrijven worden steeds belangrijker voor onze economie en de tewerkstelling, blijkt uit het onderzoek van Omar Mohout. De Antwerpse professor en ­Sirris-adviseur bracht als eerste een staal van 1.400 start-ups, of 40 procent van de Belgische markt, in kaart en becijferde dat die starters eind vorig jaar goed waren voor 49.000 banen.

Mohout omschrijft start-ups als bedrijven met innovatieve producten of diensten die schaalbaar zijn (en dus snel internationaal in de markt kunnen worden gezet). Doordat een klein team een disproportioneel grote impact kan hebben op de markt, of zelfs de wereld kan veroveren, zijn ze potentieel disruptief.

De studie, die werd opgesteld in samenwerking met Startups.be, bevat nog meer opvallende conclusies. Zo blijkt Vlaanderen in de innovatieve economie onder haar gewicht te boksen. Hoewel het goed is voor 61 procent van de economie, bedraagt het aandeel in start-ups maar 53 procent. Brussel is dé winnaar met 29 procent van de starters, terwijl het slechts 11 procent van alle bedrijven telt.

Zeven journalisten onderzoeken zes maanden lang zes thema’s die onze wereld overhoop halen. Dat zijn de correspondenten van De Standaard.

Deel uw kennis en ervaringen over disruptieve economie: pascal.dendooven@standaard.be